Een kleine ode aan Lissabon

De gloriedagen zijn van Lissabon zijn al lang en breed voorbij, maar de pracht is altijd gebleven. Geen stad in Europa – of misschien wel ter wereld – waar de weemoed zo sierlijk en gracieus wordt gedragen als hier in de hoofdstad van Portugal. 

Het is even zoeken om er te komen, en echt logisch voelt het niet. Op het adres Calcada do Combro 58 zijn alleen de metaalgrijze deuren van een lift zichtbaar. Maar eenmaal boven heb je vanaf het dak van deze parkeergarage een van de allermooiste uitzichten over Lissabon. Dan zie je in de verte de Ponte 25 de Abril, het enorme Christusbeeld aan de andere kant van de Taag en lichten Lissabons oranje daken en zandstenen gebouwen prachtig op als de zon langzaam onder gaat. Park, heet de bar. Overdag heerlijk rustig en vol in de zon, ’s avonds kan het er broeierig en zwoel worden, als er gedanst en gedronken wordt.

Roemrucht verleden

Lissabon, ooit de poort naar de nieuwe wereld, speelt al lang niet meer de rol die het eeuwen geleden tot belangrijkste stad van Europa maakte. Maar de gloriedagen mogen dan wel over zijn; het roemruchte verleden laat zich nog overal zien. Elke prachtige plek zijn eigen verhaal. Het Praça do Comércio bijvoorbeeld, waar tot begin 20e eeuw de Portugese koninklijke residentie gevestigd was. Of de Torre de Bélem en het Hiëronymietenklooster Mosteiro dos Jerónimos, die na de succesvolle ontdekkingsreizen van Vasco da Gama gebouwd werden en inmiddels niet meer weg zijn te denken als Werelderfgoed. Wat ze met elkaar gemeen hebben? Vroeger een teken van rijkdom, nu een plek waar toeristen comfortabel achterover leunen en verwarmd door de Zuid-Europese zon wegdromen over hoe het hier ooit geweest moet zijn.

Loom, puur, rauw

In Lissabon speelt het leven zich buiten af, in een heerlijk loom tempo. De stad is echt, haar schoonheid puur en rauw. Het is de fado vormgegeven in steen. Een schoolvoorbeeld van mooi oud worden. De kleurrijke tegelwanden en pleinen in mozaïek zijn nooit vervangen of vernieuwd. Hoogstens een keer goed schoongespoten. De beste manier om je door de stad te verplaatsen? Te voet, het liefst mijmerend. En als er dan een flinke heuvel voor je opdoemt – en dat gebeurt nog wel eens – ga dan een stukje met de tram. Ook die is niet meer weg te denken uit het straatbeeld.

No more articles