Altijd zondag op Dominica

Columbus ontdekte Dominica op een zondag – vandaar ook de naam van het eiland. En zondag is het er altijd gebleven. Geen zorgen, geen stress. Op het Nature Island van de Cariben is iedereen gelukkig.

 

(zon)dag 1: ‘Relaxte reggae’

‘Aaaah, heerlijk dit.’ Met een diepe, instemmende zucht laat Dafar Armour-Shillingford zich in het water zakken. Het is acht uur ’s avonds, en pikdonker buiten. Ergens van boven uit de jungle daalt harde maar relaxte reggae uit onzichtbare speakers op ons neer. We liggen in een natuurlijk bad, ontstaan door warmwaterbronnen – een van de voordelen van een vulkanisch eiland. Het kunstlicht in typische rastakleuren om ons heen – groen, geel en rood – maakt van Screw’s Spa een wereld op zich. Eentje zonder problemen, zonder stress en in volledige harmonie met de natuur. En met reggae. Eigenlijk een wereld zoals Dominica zelf.

Dafar is een jongen van het eiland. Geboren in een familie die verweven is met Dominica. Vader is een rastafari, moeder runt een hotel en zusje Leslassa is afgelopen jaar gekroond tot Miss Dominica, het mooiste meisje van het eiland. Zelf voetbalde hij voor de nationale jeugdelftallen van Dominica, studeerde een tijdje in de VS, kwam weer terug en hoeft nu niet meer weg. En dan is er nog zijn oom, Andrew, ook een lokale beroemdheid. ‘Die staat bekend als de walvisfluisteraar van Dominica’, lacht Dafar. ‘Maar later deze week zal hij je zelf wel vertellen waarom.’


?c=15489&m=761049&a=237062&r=&t=html Altijd zondag op Dominica

(zon)dag 2: ‘Duizend watervallen’

‘Het gezegde gaat’, zegt Dafar de volgende ochtend als we in zijn auto zitten en richting de bergen in het midden van het eiland rijden, ‘dat als Columbus morgen terug zou keren naar de Cariben, Dominica het enige eiland is dat hij nog herkent. In 520 jaar is hier niet zoveel veranderd. Andere Caribische eilanden staan vol met resorts, golfbanen en peperdure villa’s van internationale beroemdheden. Dominica niet. Het eiland is bergachtig en ruig. Stranden zijn er nauwelijks, toeristen ook niet zo heel veel. Wij zijn het Nature Island van de Cariben.’

En dat merken we vandaag meteen in de praktijk. We zijn op weg naar Johann Henry, die hikes verzorgt naar de Salton Falls. Een verzameling watervallen, midden in het tropisch regenwoud. ‘Zullen we dan maar?’, zegt Johann direct nadat we uit de auto zijn gestapt. ‘De hike is niet heel lang, maar kan af en toe wat steil zijn.’ Wat heet. Wegglijdend tussen de bladeren en modder banen we ons een weg door dichte jungle. We steken snelstromende bergriviertjes over, hijsen onszelf over rotsen of baden tot aan ons middel door het water. Zwetend en steunend – Dafar, zijn vriendin Stephanie die ook mee is en ik. Terwijl Johann op z’n dooie gemak door het regenwoud banjert – op crocs nog wel. Als een zondagochtendwandeling.

Maar het resultaat is er. Alsof we de kastdeur naar Narnia openen, zo voelt het elke keer als we op een nieuwe waterval stuiten. Het bulderende water dat zich meters naar beneden stort, waar het opgaat in een kraakhelder meertje. Soms zo diep in de jungle dat de hemel niet eens te zien is. Ademloos zit ik op een rots en kijk. Tot Dafar en Stephanie me uit mijn droom ontwaken. ‘Spring erin! Het is heerlijk!’

 

(zon)dag 3: ‘De Walvisfluisteraar’

Andere bijnaam van Dominica: de Whale Watch Capital of the Caribbean. Dat wordt walvisspotten dus. En wie kan daar beter bij helpen dan de Walvisfluisteraar zelf? Andrew Armour is een vriendelijke, bescheiden man. En blijkt een bijzondere band met de zoogdieren te hebben. Een verhaal uit een sprookje. Andrew: ‘Jaren geleden was ik met mijn boot op zee, niet heel ver van de kust. Ik zag een walvis zwemmen. Een potvis, een kleintje, gewond en in gevaar. Een groep grienden, pilot whales in het Engels, had het op het beest gemunt. Ik besloot in een cirkel rond de walvis te varen, tot de jagers er genoeg van hadden en er vandoor gingen.’

De walvis vertrouwde Andrew op slag, liet zich zelfs aaien en een band voor het leven was geboren. Elke keer als Andrew met zijn boot op zee was, kwam walvis Scar even gedag zeggen. ‘Inmiddels heeft Scar jongen gekregen, die met deze situatie zijn opgegroeid. Er zwemmen nu in totaal drie groepen walvissen voor de kust van Dominica. En ook zij zijn niet bang voor me en komen vaak dicht bij m’n boot.’

Het klinkt bijna te mooi om waar te zijn, dit verhaal. Maar google ‘whale whisperer Dominica’ en het bewijs is er. Op onderwaterfoto’s zie je een man in een rode zwembroek, met een snorkel op. Hij drijft hoofd tegen hoofd met een potvis. En ook de boottocht zelf stelt niet teleur. Na een half uur varen duiken er opeens twee exemplaren op. Eentje zwemt rakelings langs de boot. Even hoi zeggen.

 

(zon)dag 4: ‘Waar is het strand?’

Zoals een kleuter een eiland zou tekenen, zo ziet Dominica er vanaf een afstand uit. Rond met een vulkaan en palmbomen. Maar één element mist: het strand. Het is er maar sporadisch, en dat is niet wat je verwacht van een tropisch eiland. ‘Uit zee beginnen meteen de bergen’, vertelt Dafar. ‘Het eiland is vulkanisch, relatief jong en eigenlijk nog in opbouw. Er zijn zes slapende vulkanen, zwavelbronnen zoals bij Screw’s Spa en ons Boiling Lake is wereldberoemd. Een meer vol kokend water. Het op één na grootste ter wereld. Alleen te bereiken via een extreem pittige hike en onder begeleiding van een gekwalificeerde gids. Misschien iets voor de volgende keer?’

Dafar vertelt het allemaal van achter het stuur. We zijn op weg naar het noorden, waar bij Portsmouth een mooi stuk zandstrand is én waar studenten van een geneeskundefaculteit van een Amerikaanse universiteit elke avond tot een nieuw feestje weten te maken. Dat noorden is trouwens niet ver rijden, zoals alles op Dominica niet ver rijden is. Het eiland is iets groter dan Texel. Als we langs een bos vol palmbomen rijden, vraagt Dafar: ‘Je hebt vast Pirates of the Caribbean gezien, of niet? In deel twee komt Johnny Depp op een gegeven moment uit een bos rennen, vluchtend voor inboorlingen. Dat is hier. Die film is voor een groot deel op Dominica opgenomen. De volledige filmset was er al, alleen de acteurs hoefden er nog in te spelen.’

 

(zon)dag 5: ‘Liften & Champagne’

Waar het gebrek aan strand voor sommigen een nadeel kan zijn, geeft de natuurlijke opbouw van Dominica ook een groot voordeel. Ga een paar meter de zee in en het is diep. Echt diep. Het maakt het eiland een waar snorkelparadijs, met mooi koraal en de kleurigste vissen. Dafar: ‘Een van de leukste snorkelplekken is Champagne Reef, helemaal in het zuiden. Door de vulkanische activiteit stijgen er miljoenen gasbelletjes op uit de bodem van de zee. Alsof je in een glas champagne duikt. Ik kan helaas niet mee vandaag. Maar je kunt er met de bus heen, of probeer Dominica’s meest gebruikte vervoerswijze: liften.’

Dat doe ik, samen met twee Zweedse vriendinnen die dit avontuur ook wel eens willen proberen. Op de heenweg duurt het even voordat we met iemand mee kunnen. Vooral omdat onze bestemming aan het eind van het eiland ligt, en niet echt op een doorgaande route. Maar terug, nog nadruppelend van het snorkelen, vallen we met onze neus in de boter. Aan de kant van de weg staat een pick-up truck, van de politie, met twee agenten erin. ‘Ik durf het bijna niet te vragen’, meld ik me bij een van de agenten. ‘Maar we moeten naar Roseau en we hoorden dat liften hier wel gebruikelijk is.’ Meteen beginnen de agenten te lachen. ‘Spring maar achterin’, zeggen ze. ‘Klop maar op het raam als jullie er weer uit moeten. En hou je goed vast.’

Zo’n dag dus.


 

Zelf gaan?

Om meteen het grootste misverstand uit de weg te ruimen: Dominica is niet de Dominicaanse Republiek. Het is een piepklein eiland in de Caribische Zee, ligt tussen Guadeloupe en Martinique en hoort bij het Britse Gemenebest. Het grootste nadeel voor Dominica is het grootste voordeel voor de avontuurlijke toerist: er is geen internationale luchthaven. Het betekent dat het een beetje omslachtig is om er te komen, maar ben je er eenmaal, heb je het paradijs voor jezelf. Je komt er op twee manieren. Duur en wat sneller: vlieg met British Airways. Je hebt dan sowieso twee overstappen: eentje in Londen en een op een ander Caribisch eiland. Retourticket kost dan wel een kleine €900,-.

Wil je een stuk minder betalen en heb je de tijd? Pak de Thalys naar Parijs, boek een via XL Airways een binnenlandse vlucht van Paris Orly naar Guadeloupe en pak daar (in Pointe-à-Pitre) de boot naar Dominica. Retour: nog geen €550,-.

No more articles