Cruise naar het einde van de wereld

In het uiterste zuiden van Zuid-Amerika – Vuurland om precies te zijn – dobbert van eind september tot begin april de M/V Stella Australis rond tussen gletsjers en fjorden. Hoogtepunt van de cruise is Kaap Hoorn, het meest zuidelijke punt van het continent en terecht ‘het einde van de wereld’ genoemd.

“Welkom op Kaap Hoorn”, bromt de officier van de Chileense marine terwijl hij mij – en de 150 andere cruiseshippassagiers na mij – plichtbewust en in vol ornaat de hand schudt. De M/V Stella Australis is een dik uur eerder tot stilstand gekomen in de ruwe zee voor de kust van het legendarische eiland, waar de Atlantische en de Stille Oceaan elkaar als dronken zeebonken begroeten. Als enige journalist aan boord mag ik met de eerste zodiac (een professioneel opblaasbootje) van de dag mee om voet aan wal te zetten op Kaap Hoorn, voor de meeste opvarenden het absolute hoogtepunt van de vierdaagse cruise door Tierra del Fuego (Vuurland), tussen Punta Arenas in Chili en Ushuaia in Argentinië. Van waar de officier – tevens hoeder van de vuurtoren en één van de drie inwoners van het eiland – staat, zijn het nog 160 houten treden naar de top van de klif waar de verkenning van Kaap Hoorn kan beginnen. Eenmaal boven aangekomen is het even schrikken: het einde van de wereld is een bijzonder kale, ruwe en grillige rots. Kaap Hoorn, begin 17de eeuw ontdekt door de Nederlandse ontdekkingsreiziger Willem Corneliszoon Schouten (uit het Nederlandse dorp Hoorn) en de uit Antwerpen afkomstige Jacob Lemaire, huisvest welgeteld een vuurtoren, een kapelletje, een woonhuis, een schuur, een helipad en een kunstwerk om de vele omgekomen scheepvaarders – deze kaap rond je niet zonder gevaar voor eigen leven – te eren. Gelukkig voor de officier loopt er ook nog ergens een vrouw (zijn vrouw uiteraard) rond om hem voor de eenzaamheid te behoeden, net als een veertienjarige zoon en een poedel. Terwijl de hordes cruisetoeristen als in oranje reddingsvesten uitgedoste zombies richting monument schuifelen, fluistert expeditieleider Marcelo dat de echte Kaap Hoorn niet de rots is onder het moderne kunstwerk, maar wel de heuvel verderop. Die is helaas onbegaanbaar, zeker voor de gemiddelde passagier van de M/V Stella Australis die toch al gauw een krasse zestigplusser is. Met mijn 35 lentes voel ik me trouwens niet veel fitter. Een enkeltje naar de einde van de wereld vereist een treinrit naar luchthaven Charles de Gaulle in Parijs, een vlucht van meer dan veertien uur naar Santiago de Chile – tevens de langste rechtstreekse vlucht die je vanuit Parijs kunt nemen – en nog een tweede vlucht (van iets meer dan drie uur) van de Chileense hoofdstad tot Punta Arenas in het zuiden, van waaruit de fantastische expeditie door Vuurland vertrekt. De terugweg gaat via Ushuaia, ’s werelds meest zuidelijke stad, en Buenos Aires – dat in tegenstelling tot Santiago wel een citytrip waard is.

Eenmaal boven aangekomen is het even schrikken: het einde van de wereld is een bijzonder kale, ruwe en grillige rots.

De gigantische Vuurlandarchipel ligt dichter bij Antarctica dan eender welke andere plek ter wereld en is dan ook de ideale basis voor excursies richting Zuidpool.

De fjordenroute

Tierra del Fuego, oftewel Vuurland, is een fascinerende bestemming die in tegenstelling tot de naam doet vermoeden bezaaid is met helblauwe gletsjers, adembenemende fjorden, onbewoonde eilanden en een aardig aanbod aan antarctisch wildlife. Vuurland begint aan de zuidkant van de Straat Magellaan, de zeshonderd kilometer lange zeeweg die het continent van Patagonië (zowel in Chili als Argentinië) scheidt van ‘het einde van de wereld’. De gigantische Vuurlandarchipel ligt dichter bij Antarctica dan eender welke andere plek ter wereld en is dan ook de ideale basis voor excursies richting Zuidpool. Maar zo ver hoeven wij gelukkig niet. De M/V Stella Australis is gespecialiseerd in Vuurland zelf en heeft als enige cruisemaatschappij in dit gebied ‘landingsrechten’ op Kaap Hoorn, Ainsworth Bay en Wulaia Bay. Van de vier mogelijke routes koos ik voor de optie ‘Fjords of Tierra del Fuego’, die in het onooglijke Chileense havenstadje Punta Arenas begint en me vijf dagen later dropt in Ushuaia, waar de boot voor het eerst in Argentijnse wateren vaart. Hier mogen de bijna zeventig bemanningsleden ook voor het eerst in vier nachten van boord om een avondje hun zeebenen uit te slaan. “Tussen september en april varen wij non-stop tussen Punta Arenas en Ushuaia”, aldus de expeditieleider. “Op acht maanden tijd hebben wij maar een handvol dagen vrij. Tot in mei onze lange vakantie begint.”

De Tuckereilandjes zijn de thuisbasis van honderden pinguïns; magelhaenpinguïns om precies te zijn, de ietwat kleinere en lelijkere broertjes van de konings- en keizerspinguïns.

Karaoke en bingo

Een handvol dagen, zo lang heb ik om van Vuurland te genieten. En na een verkwikkende nachtrust op het Whitesidekanaal staat de eerste excursie op de agenda: Ainsworth Bay. “Het weer zit voorlopig niet mee, maar hier in Tierra del Fuego kan dat snel veranderen.” De woorden van Marcelo zijn nog niet koud of de hemel klaart op en het zonnetje komt tevoorschijn. Twintig minuten lang worden we getrakteerd op het mooiste weer dat Patagonië te bieden heeft. In de verte, onder een laag mist, spot ik de Marinelligletsjer, maar mijn aandacht gaat meer uit naar de directe omgeving waarin bomen en bossen uit rotsen groeien, buitenaardse kleuren het landschap vormen en zeeolifanten voor kringen in het water zorgen. Van enige menselijke activiteit is hier geen sprake. Tot alle 150 passagiers van de cruiseboot met zodiacs aan land zijn gebracht. De laatste toeristen hebben pech: het weer is alweer omgeslagen en de kans op die ene, perfecte foto is verdwenen. Maar het lijkt niemand echt te deren. In drie groepen – Spaanstalig, Engelstalig en Duitstalig – verspreiden we ons over de baai voor een wandeltocht van een uur, waarin de opmerkelijke vegetatie ter sprake komt, net als de vele beverdammen. “Die bevers zijn de grootste plaag van Vuurland. Ooit, aan het begin van de twintigste eeuw, zijn ze geïmporteerd en hier losgelaten om huiden te kweken. Maar dat experiment is uit de hand gelopen. In tegenstelling tot in noordelijke gebieden hebben die bevers hier geen natuurlijke vijanden. Alleen beseffen ze dat niet. Om zich te beschermen bouwen ze dammen, zodat ze zich in het opgehoopte water kunnen verschuilen. Maar zo leggen ze dus ook rivieren droog en vernielen ze de bossen en andere vegetatie.” Na een uitgebreide en uitstekende lunch aan boord volgt de tweede excursie van de dag. De Tuckereilandjes zijn de thuisbasis van honderden pinguïns; magelhaenpinguïns om precies te zijn, de ietwat kleinere en lelijkere broertjes van de konings- en keizerspinguïns. In de zomermaanden (onze wintermaanden dus) maakt deze bedreigde dierensoort hier haar nest, net als tal van exotische vogelsoorten die op de rotsen verblijven en geregeld de diepte induiken als volleerde parelduikers. Aan land mogen we hier niet, om het unieke ecosysteem niet te verstoren. Maar gelukkig zijn de pinguïns niet mensenschuw en spelen ze vrolijk in het water wanneer wij langszoeven in onze zodiac. Omdat de buitenaardse schoonheid van Vuurland nogal overweldigend kan zijn, worden er op de Stella Australis ook een aantal ‘aardse’ activiteiten georganiseerd. En omdat de bar van het ‘immer open’-type is, sla ik tijdens de karaoke niet eens zo’n mal figuur met mijn aangeschoten vertolking van Hey Jude. Mijn nieuwe vrienden en tafelgenoten uit Nieuw-Zeeland, de Verenigde Staten, Italië en Nederland vinden het dolkomisch. De dag erna heb ik minder succes met de bingo, maar ik heb dan ook stevige concurrentie van een aantal pro-spelers.


“We zijn aanbeland in de ‘Glacier Alley’, de Laan der Gletsjers, met zes gletsjers die genoemd zijn naar de Europese landen Spanje, Roemenië, Duitsland, Italië, Frankrijk en Nederland.” En net wanneer ik denk dat het niet indrukwekkender kan, spot één van mijn medepassagiers een zestal dolfijnen die onze boot flankeren en om de paar seconden omhoog springen. Een pisco sour, de lokale alcoholische specialiteit, maakt het feest compleet.

Laan der Gletsjers

Op dag drie, na een ietwat woelige nacht (het schip moet die nacht een uurtje lang over volle zee, wat voor de nodige deining zorgt), trek ik na het ontbijt naar het bovenste dek voor een uiteenzetting over de Piagletsjer, het gigantische blok ijs dat van het Darwingebergte naar beneden groeit, tot in het ijskoude water. Deze gletsjer ligt in een inham (lees: fjord) van het beroemde Beaglekanaal dat zo’n honderd kilometer verderop Chili van Argentinië scheidt. Van achter de ramen aan beide zijden van het schip kan ik de ons omringende bergen bewonderen, een zicht dat me nu al twee volle dagen in haar ban houdt. Wanneer de kapitein ons via de intercom waarschuwt om ons klaar te maken, ons reddingsvest om te hangen en warme kleren aan te doen, staan mijn cameratas en ik al paraat om de eerste zodiac te enteren en de Belgische vlag op de gletsjer te planten. Helaas mag mijn rubberboot niet zo dicht bij het ijs komen. “Te gevaarlijk. Hoor je hoe de gletsjer kraakt? Het gebeurt regelmatig dat hier een groot stuk afbreekt en voor een flinke golf zorgt.” Het klinkt logisch. De gletsjer kraakt inderdaad behoorlijk hard en af en toe zie ik brokken ijs het water in donderen. Eenmaal aan land ga ik op zoek naar de beste plek om het eeuwenoude ijs in beeld te brengen, maar ik heb geen lens breed genoeg om het spectaculaire fenomeen er in zijn geheel op te krijgen. Een gigant, die Pia. In de uren daarna volgen de gletsjers elkaar in snel tempo op. “We zijn aanbeland in de ‘Glacier Alley’, de Laan der Gletsjers, met zes gletsjers die genoemd zijn naar de Europese landen Spanje, Roemenië, Duitsland, Italië, Frankrijk en Nederland.” En net wanneer ik denk dat het niet indrukwekkender kan, spot één van mijn medepassagiers een zestal dolfijnen die onze boot flankeren en om de paar seconden omhoog springen. Een pisco sour, de lokale alcoholische specialiteit, maakt het feest compleet.

Op de laatste volle dag meren we in de vroege ochtend aan bij Kaap Hoorn. Het lijkt wel hét moment waar iedereen op heeft gewacht, maar na een korte verkenning is dit voor mij zonder twijfel de minst interessante halte. Klein, kaal, grauw en winderig. Net het tegenovergestelde van de condities in de Wulaiabaai later die dag. Ook hier staat één huis, maar wel eentje dat uitkijkt op een exotische baai, een handvol eilandjes, bossen en bergen. Wat mij betreft is dit het echte hoogtepunt van deze cruise. Het is bovendien onze laatste stop. Van hieruit is het nog een korte tocht naar Ushuaia, waar we de volgende ochtend ontschepen en de M/V Stella Australis adieu wuiven. Vaarwel, einde van de wereld.


Zelf gaan?

De M/V Stella Australis vaart van eind september tot begin april elke week tussen Punta Arenas (Chili) en Ushuaia (Argentinië). Prijzen per persoon vanaf 1.440 Amerikaanse dollar, omgerekend zo’n 1.300 euro. De cruisemaatschappij Australis biedt vier routes aan tussen de twee steden. Onze route heet de ‘Fjords of Tierra del Fuego’ en neemt vier nachten, vijf dagen in beslag.

Punta Arenas bereikt u via een binnenlandse vlucht in Chili vanuit hoofdstad Santiago de Chile. Reken op een vluchtduur van een dikke drie uur. Vanuit Europa vliegt Air France vanuit Parijs rechtstreeks op de Chileense hoofdstad (vluchtduur: veertien uur). Terugvliegen kan van Ushuaia via Buenos Aires naar Parijs of Amsterdam.

No more articles