Noord-Korea: De schim van Kim

Als je naar Noord-Korea afreist, weet je één ding zeker: de schrikbeelden waar het land bekend om staat zal je niet te zien krijgen. Wat dan wel? Een inkijkje in het dagelijks leven en de Noord-Koreaanse blik op de wereld. Dat is fascinerend, maar zorgt onbewust ook voor een constant aanwezige achterdocht.

Het is druk in het Moranbong Park in Pyongyang. Langs het water, op het gras, in de schaduw onder de bomen; overal zitten groepjes mensen. Ze eten, drinken, spelen spelletjes en zien er ontspannen uit. Het is zondag, de enige vrije dag van de week in Noord-Korea. Die brengen veel inwoners van Pyongyang in de zomer buiten door, met familie en vrienden. Maar ook vreemden worden met een grote glimlach begroet. Ik krijg bier in mijn handen gedrukt, en kip die op de barbecue ligt te garen. Er wordt geproost. Iets verderop klinkt muziek. In en rondom een open tempel zijn tientallen mensen aan het dansen. Kinderen, ouderen, alles door elkaar. Mijn medereizigers en ik worden aangespoord om mee te doen, en met een vriendelijk bedankje nemen de Noord-Koreanen geen genoegen. Gedanst moet er worden, door iedereen, en het liefst zo zwierig mogelijk.

Briefing in Peking

Het is een groot contrast met een paar dagen eerder. Enigszins gespannen zit ik in een klein kantoortje midden in Peking bij de briefing van Koryo Tours. Verplicht voor iedereen die met deze Britse reisorganisatie naar Noord-Korea afreist. En naar Noord-Korea reizen kan alleen met een door de overheid goedgekeurde reisorganisatie. Een bezoek bestaat uit een vast programma, waar je als toerist geen enkele invloed op hebt. Dat programma is samengesteld door: Noord-Korea. De overheid bepaalt wat je wel, en vooral wat je niet te zien krijgt. Zij bepalen waar je slaapt, waar je eet en wie je spreekt. Vanaf het moment dat je voet op Noord-Koreaanse bodem zet, heb je niks meer in eigen hand. Dat wordt al snel duidelijk, als reisleider Vicky Mohieddeen mij en mijn medereizigers een uur lang bijpraat over de do’s en dont’s tijdens ons bezoek. ‘Noord-Korea is extreem strikt. Maak geen foto’s van soldaten, militaire voertuigen of gebouwen van het leger. Ook niet van bouwplaatsen of werkzaamheden. Standbeelden of afbeeldingen van de leiders van het land, die je op bijna elke straathoek wel ziet, moeten altijd in hun geheel op de foto staan. De Noord-Koreaanse gidsen spreken uitstekend Engels. Maar naast dat ze je alles vertellen over wat je onderweg ziet, houden ze je ook in de gaten. Blijf altijd bij de groep, alleen op pad gaan is geen optie. En begin tegen de gidsen niet over strafkampen, gevangenissen of nucleaire wapens. Je zal er geen antwoord op krijgen, en je creëert er enkel een ongemakkelijke situatie door.’

En zo gaat het betoog van Vicky nog wel even door. Er mogen geen uitingen van godsdienst mee, want godsdienst is verboden in het land. Geen Amerikaanse of Zuid-Koreaanse vlaggen of andere uitingen. Geen boeken of gidsen die met Noord- of Zuid-Korea te maken hebben. Telefoon, camera en laptop mogen wel mee naar binnen, maar die worden grondig gecheckt. Ik ben nog niet eens in het land zelf of het is nu al een van de spannendste reizen die ik heb gemaakt. Alsof Vicky mijn gedachten kan lezen, eindigt ze met: ‘geloof me, dit is de veiligste reis die jullie ooit gaan maken. Niemand wil dat er tijdens je verblijf iets mis gaat, de Noord-Koreanen al helemaal niet.’

Een glimlach van ijzer

Op het vliegveld in Pyongyang de volgende dag is de spanning voelbaar. We staan in rijen te wachten voor de douane, die inderdaad elke laptop, camera en telefoon grondig bestuderen. Eenmaal door de controle worden we ingedeeld bij onze gidsen. Ik kom in een groep met 19 andere reizigers terecht, een bont gezelschap van over de hele wereld die hier allemaal met dezelfde reden naartoe zijn gekomen: nieuwsgierigheid. Want hoe ziet het meest gesloten land ter wereld er nu eigenlijk uit? We hebben – naast Vicky, die bij onze groep blijft – drie gidsen: Mister Chong, Mister Ju en Miss Ra. De rolverdeling tussen de gidsen wordt al snel duidelijk. Chong heeft de leiding, en de microfoon. Over elke plek die we passeren somt hij een hele trits feitjes en weetjes op. Miss Ra is er meer voor de individuele vragen en duiding. Ju lijkt vooral mee om op de groep te letten. Zodra er iemand treuzelt, of niet oplet, komt hij in actie. ‘Goed luisteren, meneer Chong is wat aan het vertellen.’

Ze zijn vriendelijk, alle drie, maar tegenspraak dulden ze niet.
Op weg naar het hotel zet Chong het programma van de komende dagen uiteen. Terwijl hij vertelt over het geboortehuis van Kim Il Sung, het Kumsusanpaleis van de Zon, de grens met Zuid-Korea en activiteiten als een tramritje door Pyongyang, de kermis, het circus of een uurtje bowlen, kijk ik naar buiten en neem ik de eerste indrukken van het land in me op. De wegen zijn nagenoeg leeg. Af en toe loopt of fietst er iemand. De enige auto’s die ik zie, zijn legervoertuigen. Het decor waar we doorheen rijden is prachtig. Noord-Korea bestaat voor tachtig procent uit bergen, vang ik op. Die worden afgewisseld met rijstvelden en graslanden. Alles is groen. Een landschap van onaangetaste schoonheid.

Als we Pyongyang dichter naderen, wordt het drukker op de weg. Midden in de stad krioelt het van de mensen, maar nog steeds is het overgrote deel te voet of op de fiets. Grappig detail: bij elk kruispunt stappen alle fietsers af, om lopend met de fiets aan de hand over te steken. Daarna fietsen ze weer verder. Chong: ‘dat is voor de veiligheid.’
Onze eerste stop is de Juche toren. Een 170 meter hoge toren die ter ere van Kim Il Sung is gebouwd. Ook vanaf hier blijkt hoe mooi Pyongyang gelegen is. De bergen rondom de stad als silhouetten in het tegenlicht. De namiddagzon zet de stad in een oranjegouden gloed. Gebouwen blinken. Recht tegenover ons, aan de andere kant van de rivier Taedong, ligt het Kim Il Sung plein. Het staat helemaal vol met mensen, die allemaal dezelfde kleding dragen. Ze zijn aan het oefenen voor een grote parade, die later in het jaar gehouden zal worden.

The Truman Show

Een klein half uurtje later staan we zelf op dat grote plein. De mensen die aan het oefenen zijn, blijken voor een groot deel schoolkinderen. Een tikkeltje verlegen maar vrolijk kijken ze naar het groepje toeristen dat voorbij loopt. Als er foto’s worden gemaakt, zwaaien ze.
Naast me loopt Stig, een Noorse professor en een van mijn reisgenoten. ‘Ken je de film The Truman Show? In die film denkt hoofdrolspeler Jim Carrey een heel normaal bestaan te hebben. Tot hij erachter komt dat letterlijk alles om hem heen geregisseerd is en zijn leven een grote show blijkt te zijn. De film was niet alleen internationaal een doorslaand succes, het zorgde er ook voor dat er binnen de psychiatrie een nieuwe term werd geïntroduceerd: het Truman Syndroom. Mensen die hier aan lijden, denken hetzelfde als Jim Carrey in de film: dat alles om hen heen in scene is gezet.’
Ik knik, en snap precies wat Stig bedoelt. Stig: ‘Ik denk dat elke reiziger die dit land bezoekt, automatisch een beetje aan dit syndroom lijdt. Je weet nooit of dat wat je hier ziet het echte Noord-Korea is, of slechts een show voor de buitenwereld.’

De gewone Noord-Koreaan

Met deze theorie in je achterhoofd is een bezoek aan Noord-Korea een constante mix tussen verwondering en achterdocht. Pyongyang lijkt een levendige stad, maar welbeschouwd krijgen we niet meer dan een handvol verschillende straten te zien. De routes die we rijden zijn vaak hetzelfde. Er wonen alleen in deze stad al bijna drie miljoen mensen, maar in vijf dagen tijd zien we één supermarkt. We zijn dan wel in Noord-Korea, maar worden telkens afgescheiden van de gewone Noord-Koreaan. We gaan een stukje met de metro, volgens gids Chong een van de grote creaties van Noord-Korea. De stations zijn rijkversierd, met ingelegd mozaïek, imposante zuilen en overal grote afbeeldingen van leider Kim Il Sung en lachende Koreaanse mannen en vrouwen. Na één halte stappen we alweer uit. We rijden een stukje met de tram door de stad, in een coupé helemaal voor onszelf. In de avond bezoeken we de kermis, inclusief botsauto’s en een achtbaan. Als onze groep aan de beurt is, wordt de Noord-Koreanen de wacht aangezet. Zodra we klaar zijn met ons ritje, zijn zij weer aan de beurt. In de restaurants waar we eten, komen we alleen andere groepen toeristen tegen. In het hotel waar we slapen, slaapt elke bezoeker.

De volgende dag staat een tripje naar Kaesong op het programma, het grensgebied met Zuid-Korea. Daar bezoeken we de DMZ, de gedemilitariseerde zone. Hier vonden in 1953 de onderhandelingen plaats voor de wapenstilstand die tot op de dag van vandaag nog geldt. We lopen letterlijk tot aan de grens, en zien Zuid-Korea voor ons liggen. De Noord-Koreaanse grensbewakers kijken strak voor zich uit. Hun Zuid-Koreaanse collega’s zijn er niet, die zijn lunchen. Van Pyonyang naar Kaesong is een busrit van bijna drie uur, wederom door een magnifiek berglandschap. De wegen er naar toe zijn vol hobbels en kuilen. Op de heenweg zie ik net buiten Pyongyang een groepje Noord-Koreanen met een handschaartje de middenberm snoeien. Eind van de middag, op de terugweg, zitten ze er nog steeds.

Duizenden danspaartjes

De meest bijzondere scene van de hele reis vindt plaats op zaterdagavond. We zijn opnieuw op het Kim Il Sung plein, midden in Pyongyang. Vanwege Vrijheidsdag – elk jaar wordt gevierd dat Japan in 1945 capituleerde – is er vanavond een Mass Dance georganiseerd. Als we aan komen lopen, staan duizenden danspaartjes al klaar. De vrouwen zijn gekleed in kleurige traditionele jurken, alle mannen dragen een lichtblauw of wit overhemd en een stropdas. Uit krakerige speakers schalt jaren dertig muziek over het plein. De eensgezinde danspaartjes bewegen perfect synchroon op de muziek. De blik op ieders gezicht is serieus en geconcentreerd. Halverwege de voorstelling worden alle toeristen uitgenodigd om mee te dansen. Er vindt een ietwat ongemakkelijke uitwisseling van danspartners plaats, maar omdat de danspasjes niet al te moeilijk zijn, hebben ook de bezoekers het al snel onder de knie. Degenen die niet meedansen, staan met open mond te kijken naar het schouwspel. Na het laatste nummer worden de niet-Koreanen weer naar de zijlijn gedirigeerd. Dan stellen de Koreanen zich naast elkaar in rijen op, en draaien alle gezichten op het plein naar de twee grote afbeeldingen van Kim Il Sung en Kim Jong Il. Minutenlang worden de twee leiders toegezongen. Boven het plein wordt vuurwerk afgestoken.

Ongedwongen

Nog even terug naar Moranbong Park, waar inmiddels alle toeristen de dansvloer op zijn gesleurd. Het is de laatste middag van onze reis, en de ongedwongen sfeer in het park zorgt voor een fijne stemming. Het enthousiasme van de dansende Noord-Koreanen werkt aanstekelijk. In tegenstelling tot gister, bij de Mass Dance op het plein, is iedereen uitgelaten en vrolijk. Na iets meer dan een half uur wenkt gids Chong. We moeten verder. Er wordt gedag gezegd en gezwaaid. Daarna dansen de Koreanen weer vrolijk verder. Als we teruglopen richting de bus, zegt Stig: ‘zag je die vrolijke blik in de ogen van die oude man? En zag je ook dat sommige mensen al iets teveel hadden gedronken? Die waren duidelijk aangeschoten. Zoiets kun je niet spelen. Als zelfs dit in scene is gezet, dan vind ik het land nog fascinerender dan het al is.’


Dit verhaal werd eerder gepubliceerd in De Standaard Magazine.


Zelf gaan?

  • Reizen naar Noord-Korea kan alleen met een reisorganisatie.
  • Wij boekten een vijfdaagse reis met het Britse Koryo Tours (koryogroup.com), gevestigd in Peking.
  • Kosten daarvoor: €1550,-. Dat is inclusief vier overnachtingen, vervoer naar en binnen Noord-Korea, begeleiding van gidsen en alle maaltijden. Hotel en alle restaurants zijn vooraf door de overheid aangewezen. Overige kosten: €50 voor visum. Fooi voor de gidsen (€10 per dag), wordt aangeraden.
  • Als toerist betaal je ter plekke met euro’s, dollars of RMB (Chinees geld). De wisselkoers fluctueert, soms zelfs per winkel.
  • Geld uitgeven kan alleen in souvenirwinkels en de gift shop en bar van het hotel.
No more articles