De Drakensbergen: ruig en lieflijk

Het is misschien wel de meest romantische plek van Zuid-Afrika. Woeste bergen gecombineerd met uitgestrekte meren en korenvelden die goud oplichten als de zon onder gaat. Tip van de auteur: kies wel het juiste reisgezelschap.

Als ik een vriendinnetje zou hebben – zo een waarvan je na één keer diep in elkaars ogen kijken al weet dat je samen oud en gelukkig wordt – dan had ik het wel geweten. Ik zou haar op de eerste vlucht naar Durban zetten, in de stoel naast mezelf uiteraard. Eenmaal geland zouden we een auto huren, en richting het noorden rijden. Een kleine 300 kilometer, door een langzaam veranderend landschap. Eerst langs glooiende velden vol suikerriet, diep groen van kleur. Verder landinwaarts, tot het laatste streepje Indische Oceaan volledig verdwenen is in onze achteruitkijkspiegel. Uitkijkend over eindeloze bossen, zoals je die in Canada of de Verenigde Staten verwacht, om uiteindelijk de eerste bergen in de verte te zien opdoemen. De Drakensbergen. Een bergketen met een lengte van wel duizend kilometer. Met pieken hoger dan drieduizend meter, die namen dragen als Mafadi en Makoaneng. Waar vroeger de San leefden. Bosjesmannen. Zij liepen hier al zo’n 25.000 jaar geleden rond, doodden hun tijd met jagen en verzamelen en tekenden hun belevenissen ondertussen ook nog eens op een flink deel van diezelfde bergen. Een deel van die rotstekeningen is altijd bewaard gebleven, en dus nog steeds te zien.

Springbok in Spioenkop

Na aankomst in de Three Tree Hill Lodge in Ladysmith, vlakbij Spioenkop, zouden we eerst rustig bijkomen van de reis hier naar toe, wat wil zeggen: ons te goed doen aan de lokale keuken. Een mals springbokje bijvoorbeeld, dat na een leven lang dartelen door frisse weiden niet verser op ons bord zou kunnen liggen. Begeleid door een lichte rode wijn, ook al uit de streek. Gemaakt van druiven waar diezelfde springbok misschien nog wel van heeft geprobeerd te snoepen. Ingeschonken door gastheer Simon Blackburn, een Afrikaner, die meeslepend over zijn land en streek kan vertellen. Samen met zijn vrouw Cheryl (en vier kinderen) runt hij deze lodge, midden in de Spioenkop Game Reserve. Hun personeel komt uitsluitend uit Hambrook Village, een Zulu-dorpje een paar kilometer verderop. Zij komen vaak ongetraind en zonder ervaring binnen, maar werken hier tegen een eerlijk loon. Een niet meer dan normaal gebaar naar de lokale bevolking, volgens Simon. Maar daarom niet minder mooi.
Tijdens het eten zitten we aan één lange tafel, samen met alle andere gasten. Een echtpaar uit Schotland, een familie uit München, een Engelse vrouw die haar geëmigreerde broer na jaren komt opzoeken. Iedereen vertelt wat over zichzelf en zijn of haar land. Om daarna gezamenlijk tot een eenduidige conclusie te komen: wat is het hier toch ontzettend mooi.
’s Avonds laat, net voordat we in een rozige, droomloze slaap zouden vallen, zou ik nog even in een van de boekenkasten rondneuzen. Een willekeurige dichtbundel openslaand, valt mijn oog op een gedicht van Theunis Engelbrecht: ‘Heimat-vers vir my lovely’.

 

Ek bou vir jou ’n huisie
Van sandsteen son en skalie
Ek plant vir jou ’n wilgerboom
Wat wolffuitlange skadu’s maak

(…)

Ek vra die wolke
Om die blou lug plek-plek melkwit af te werk

(…)

Ek brei vir jou ’n matrasveerbedjie
Waarop ons nagtelank bymekaar kan doeks
Ek sit sterk vensters in die mure
Om tokkelossie buite te laat bly

Dit alles doen ek net vir jou
Omdat ek vreeslik baie van jou hou

Zebra’s, giraffen en een neushoorn                   

De volgende dag zou ik – een tikkeltje nerveus – meteen ter zake komen, zo’n ring brandt behoorlijk in je binnenzak. Zij, mijn vriendin dus, zou meegaan met de ochtendsafari, die Cheryl elke morgen aanbiedt aan haar gasten, nog voor het ontbijt. Want loop je het terrein van de lodge af, sta je meteen midden in de Spioenkop game reserve. Zo’n safari is niet voor mietjes, getuige het jachtgeweer dat Cheryl uit veiligheidsoverwegingen bij zich draagt zodra ze het terrein van de game reserve op loopt. Al vind je hier niet de gevaarlijke katachtigen die je bijvoorbeeld in het Kruger Park wel tegenkomt. Wat je dan wel ziet? Zebra’s die zich op hun dooie gemak door de ochtendnevel verplaatsen. Een giraffe en haar jong die uitermate gracieus voortschrijden. Hier en daar wat antilopen, een hert met indrukwekkend gewei en – hoogtepunt van de game walk – een witte neushoorn. Rustig grazend op een van de grashellingen, zich niet storend aan wie dan ook. Maar Cheryl houdt haar geweer stevig vast, gereed voor gebruik, zonder het beest ook maar een moment uit het oog te verliezen. Je weet het immers nooit met neushoorns.
Als mijn vriendin daarna aan de ontbijttafel zou aanschuiven, zou er een kopje thee voor haar klaarstaan. En een glas versgeperste sinaasappelsap, en een sneetje zelfgebakken brood. En een briefje dat er over een half uur een auto klaarstaat, en dat ze alleen maar in hoeft te stappen.Misschien dat ze vanaf dat moment nattigheid zou voelen.


Grote hoogten

Ondertussen zou ik al op weg zijn richting Winterton, zo’n drie kwartier rijden vanaf Ladysmith, de plek waar de lodge ligt. Dieper de bergen in. Bergen die steeds steiler en rotsiger lijken te worden naar mate je dichterbij komt. Om uit te komen bij het helikopterplatform van Westline Aviation. Piloot Philip, een jongen van een jaar of twintig met een zorgeloze droombaan, is dan al op de hoogte, want uiteraard heb ik mijn plan tot in de puntjes voorbereid. Lachend schudt hij mij de hand, daarna verwijdert hij de deuren uit zijn helikopter. ‘Dat maakt het vliegen een stuk leuker. Nerveus?’
We zouden opstijgen en beginnen aan een spectaculaire vlucht. Langs Cathedral Peak, droombestemming voor iedere bergbeklimmer. Over bergen die bedekt lijken te zijn met een groen laagje vilt, zo zacht zien ze eruit. We passeren de Didima vallei, zien een herder met zijn kudde koeien als piepkleine stipjes over de hellingen trekken.
Een snelstromende rivier snijdt precies door het midden van het dal.
Verder zouden we vliegen, tot we bij het beroemde Amphitheater komen. Een van ’s werelds indrukwekkendste rotspartijen. Totale lengte van de kliffen: vijf kilometer. Hoogteverschil tussen de bodem van de vallei en de top van de berg: meer dan 1.800 meter. En dat bijna loodrecht naar beneden.
Een paar kilometer verderop zou Philip me op een plateau afzetten. Ergens in het midden van de Drakensbergen, zonder dat ik zelf enig idee heb waar we precies zijn. En daar zou hij me achterlaten.

De Grande Finale

Philip zou terugvliegen naar het platform en nog veel breder lachend de hand van mijn vriendin schudden. Opnieuw zou hij opstijgen, terwijl hij door zijn headset honderduit vertelt over de omgeving. Daar, in de verte, ligt het bergkoninkrijkje Lesotho. Een van de armste landen ter wereld. Maar móói. De dorpjes bestaan er uit lemen hutten, waar iedereen nieuwsgierig zijn hoofd uit de deuropening steekt als er een toerist voorbij komt. Er zijn Afrikaanse magiërs, die rechtstreeks je ziel in kijken. De mensen hebben niet veel, maar dat wat ze hebben, delen ze. De natuur is onvoorstelbaar. Paarse bloemenvelden glinsteren in het zonlicht. De bergen kleuren helder groen. En de kinderen zijn altijd vrolijk.


Nog verder kun je bijna tot aan Spioenkop kijken, waar we vanochtend vandaan kwamen. Waar niet alleen de Game Reserve is, maar ook een van de bekendste veldslagen uit de geschiedenis van Zuid-Afrika heeft plaatsgevonden. Tijdens de Tweede Boerenoorlog vochten de Afrikaners hier tegen de Britten. En wonnen. Voor de Britse krant The Morning Post deed ene Winston Churchill verslag van het geweld. Een van de ambulancebroeders, die hielp de gewonden af te voeren, was Mahatma Gandhi.
Zowel Spioenkop als Lesotho zou iets zijn om nog te bezoeken. Voor later deze trip.
Want inmiddels zou de helikopter voor de tweede keer het Amphitheater gepasseerd zijn, en zou ik vanaf het plateau waar ik sta een geel stipje steeds dichterbij zien komen. Ik zou mijn vriendinnetje zien zitten, daar voorin de helikopter, met haar hand voor haar mond geslagen. En zij zou mij zien staan. Haren en kleding wapperend in de wind. In de ene hand een fles champagne. In de andere een klein fluwelen doosje. En als ze dan uitstapt, en op me af komt lopen, zou ik me langzaam op één knie laten zakken.

Maar ja, eerst maar eens een vriendinnetje.


Dit verhaal werd eerder gepubliceerd in REIZ& Magazine, en werd in maart 2016 onderscheiden met een South African Tourism Media Award.