Filipijnen, van hel naar hemel in 5 stappen

Sommige Filipijnse eilanden worden gezien als de mooiste ter wereld. Maar om er te komen moet je wel even doorzetten. Van hectiek en chaos naar zacht wuivende palmbomen en hagelwit zand dat kriebelt tussen je tenen. In vijf stappen.

  1. Manilla – ‘Waar ben ik in godsnaam terecht gekomen?’

Grote kans dat dit het eerste is dat je denkt zodra de schuifdeuren van het vliegveld open glijden en de airconditioning je aan je lot over laat. De vochtige, tropische hitte geeft je onmiddellijk een kleffe pakkerd, als een viezige oom op een familiefeestje. Het liefst spring je meteen onder de douche om alles van je af te spoelen. En dat de hele dag door.

Om je heen is het op z’n zachtst gezegd hectisch. Van de 11,5 miljoen inwoners die stad en omgeving telt, lijkt werkelijk iedereen een auto, brommer, tuktuk of jeepney te bezitten. Die gebruiken ze allemaal tegelijkertijd, en wel nu. Op vierbaanswegen staat het verkeer een rij of zes, zeven dik. Het getoeter galmt nog na als je ’s avonds uitgeput in bed ligt. Wil je naar de markt, de stad in of een biertje drinken in een kroeg, krijg je standaard een paar tips mee. Geen opzichtige sieraden dragen, waardevolle spullen thuis laten, portemonnee nooit in je achterzak en oppassen als je je telefoon gebruikt. Meerdere keren gehoord: je iPhone is hier net zoveel waard als een mensenleven. ‘s Avonds gelden nog twee belangrijke regels: verlies je drankje nooit uit het oog, en die leuke vrouw aan de bar kan ook zomaar een man zijn.

  1. Cebu – De wieg van de Filipijnen

Dus, snel door, want het paradijs ligt maar te wachten met dat azuurblauwe water en die parelmoeren stranden. Kleine tussenstop op weg daarnaartoe is Cebu. Qua verkeer doet het weinig onder voor hoofdstad Manilla. Spitsuur duurt ook hier de hele dag en als je dan eindelijk kunt doorrijden, gebeurt dat om je heen met een rotgang. Chauffeur Junly slaat steevast een kruisje voor hij wegrijdt; je kunt hem geen ongelijk geven. Maar Cebu City – bijnaam ‘De koningin van het zuiden’ – oogt al vriendelijker. Overzichtelijker, een stuk minder onpersoonlijke wolkenkrabbers vooral. De koloniaanse geschiedenis is zichtbaar met Fort San Pedro en het kruis van Magellaan. In de kathedraal is het een drukte van jewelste, in een soort tempel ertegenover worden elke avond duizenden kaarsjes aangestoken. Iets verderop spelen jongens uit de buurt fanatiek een potje basketbal voor de brandweerkazerne, vlak naast een van de belangrijkste monumenten van het land. In steen is de onafhankelijkheid van de Filipijnen groots uitgebeeld: nationale held Lapu-Lapu die Portugees-in-Spaanse-dienst Ferdinand Magellaan verslaat. Bij het zien van de scene blijft vooral één vraag hangen. Hoe kon Lapu-Lapu, die kleerkast die met zijn gebeeldhouwde borstkas minstens twee keer zo groot is als iedere Spanjaard om hem heen, in godsnaam Filippino zijn?

  1. Mactan – Eilandhoppen per bangka

Van Cebu City is het slechts een brug over en je bent op het eiland Mactan, en daar begint het er toch echt op te lijken. Hier is de vis vers en het fruit zoet en sappig. Op de smalle wegen rijdt op elke aftandse scooter een complete familie en haal je die in, wordt er vrolijk gezwaaid. Kinderen huppelen uitgelaten in gekleurde uniformen op weg naar school en de glimlach op ieders gezicht is breed en lijkt nog gemeend ook. Hoewel je ziet dat ze het hier ook niet al te best hebben, maken ze er in ieder geval een verdomd gezellige boel van.

De weg wordt al snel ingeruild voor het water. Per bangka, zo’n typisch Zuidoost-Aziatisch bootje met drijvers aan beide zijkanten, kan het eilandhoppen beginnen. Het water is precies wat je je er vooraf bij voorstelt. Zo helder dat het de mooiste kleuren aanneemt. Van prachtig donkerblauw in het diepe gedeelte, tot bijna mintgroen daar waar het hulpje van de kapitein voor op de boot staat mee te bomen. Worden deelnemers in Expeditie Robinson op deze manier op een eiland gedropt, zou je watertandend voor de televisie zitten.

Eerste eiland is Hilutungan, waar voor de kust wordt aangelegd voor een snorkelstop. Daarna door naar Caohagan, dat er vanaf een afstandje stil en verlaten uitziet, maar eenmaal aan land verrassend dichtbevolkt blijkt te zijn. Op Nalusuan, het volgende eiland, barst het van de Koreaanse toeristen. Het vogelreservaat op het laatste eiland Olango is daarentegen een oase van rust. Vier eilanden, totaal verschillend maar met één ding gemeen: het is overal prachtig. Rozig van de zon en het biertje aan boord op de terugweg zet je ’s avonds weer voet aan wal, en zeer tevreden val je in slaap terwijl de zee zachtjes op je kussen voort ruist.

 

  1. Siquijor – Sjamanen en heksen

Per roestige ferry – het blijkt ineens behoorlijk logisch dat er in dit deel van de wereld nog wel eens een veerboot zinkt, maar ach, het heeft z’n charme – wordt de volgende ochtend na twee uur varen een nieuw eiland bereikt, Siquijor. Het contrast met Manilla kan niet groter zijn. ‘Siquijor is een van de veiligste plekken van de Filipijnen’, vertelt gids Jeffrey niet zonder enige trots. Hij licht toe: ‘het eiland is klein, criminaliteit kennen we hier nauwelijks en er is weinig verkeer. Fietsen is dan ook erg populair hier, ook voor toeristen. Daarnaast zorgt de ligging voor nog veel meer veiligheid. We zijn nu in het midden van de archipel die uit meer dan 7000 eilanden bestaat, ver van breuklijnen en afgeschermd voor tyfoons en tsunami’s.’

En het eiland staat nog ergens bekend om: Siquijor is het ‘Mystical Island’ van de Filipijnen. Sjamanen, heksen en healers zijn hier de gewoonste zaak van de wereld. Er zijn er zo’n 135. Een van de beste is Annie Ponce. Zij houdt kwartier in het midden van het eiland, in de heuvels van San Antonio. Wie wil, kan zo langs voor een sessie. Volledig in trance kruipt ze dan in je ziel en constateert ze feilloos waar het aan schroomt in je dagelijks leven. Diagnose bij een van de reisgenoten: ‘Je bent gestrest en je werkt te hard. Je zou eens wat meer moeten ontspannen. Plof na je werk maar eens rustig op je bank met een goed glas wijn.’ Kijk, daar kun je wat mee. Het resort aan zee, waar ’s avonds bij kaarslicht op het strand gedineerd wordt onder muzikale begeleiding van twee beeldschone Filipijnse zangeressen met stemmen als engelen, is een prima begin van het herstel.

  1. Bohol – ‘We zijn er’

Nieuwe dag, nieuw eiland. Ook de laatste stop is per boot te bereiken. Bohol, eiland zonder zorgen en met alle ingrediënten aanwezig die een bestemming tropisch, mooi en aangenaam maken. Op Bohol huist het spookdiertje, de kleinste aapsoort ter wereld. Zo klein dat het beestje makkelijk in je handpalm past. Met zijn grote kijkers lijkt hij je hulpeloos aan te staren, maar niets is minder waar. Omdat het een nachtdier is, ziet hij overdag geen steek. Het maakt hem niet minder troetelig.

Op Bohol liggen de Chocolate Hills, een bizar natuurfenomeen. Vanuit het niets, op een vrijwel vlak plateau, steken er opeens talloze kegelvormige heuvels uit de grond. De naam komt voort uit het feit dat de heuvels in de winter een stuk bruiner zijn dan al het groen eromheen. Bohol is ook de plek waar de stranden op kalenders en in films vandaan lijken te komen. Wit en leeg, helemaal voor jezelf. De problemen op dit eiland worden gereduceerd tot kiezen tussen een biertje bij het eten of wijn. Zwemmen in zee of in de infinity-pool die erover uitkijkt.

’s Avonds uitgebreid dineren of in je privé-jacuzzi op het balkon van je hut met rieten dak ademloos naar de sterren staren. Of je besluit een massage te nemen. En terwijl je dan stilletjes wegdommelt onder twee zachte handen, kom je tot de conclusie dat het dit is waar je al die tijd naar op zoek was. Heel even schiet de gedachte door je hoofd dat je de route er naar toe ook had kunnen overslaan, en direct hierheen had kunnen gaan. Maar dat zou de beloning toch een stuk minder waard maken.

Want je moet er wel een beetje voor werken, voor die hemel.


Zelf gaan?

Cathay Pacific vliegt – met een overstap in Hong Kong – dagelijks naar Manilla.
Voor binnenlandse vluchten: www.philippineairlines.com

No more articles