IJsland: Operatie Noorderlicht

Watervallen, gletsjers, vulkanen, lavavelden en zwarte zandstranden. Het unieke landschap van IJsland verleidt elk jaar meer en meer toeristen. Van oktober tot april, wanneer de toeristenaantallen iets terugzakken, speelt het adembenemende eiland nog een belangrijke troefkaart uit: aurora borealis.

Laten we beginnen met een opmerkelijke vaststelling: volgens de meest recente cijfers van de toeristische dienst trokken in de afgelopen maand juli 334.403 reizigers naar IJsland. Op een paar honderd na evenveel als het aantal inwoners van het land. Keflavik Airport, de luchthaven van Reykjavik kreeg een recordaantal passagiers over de vloer en ook de autoverhuurbedrijven deden gouden zaken (want zonder huurwagen ben je niks in IJsland!). En ze blijven dat doen, want de buitenlandse interesse in IJsland stijgt elk jaar. Gemiddeld met zo’n 25 procent per jaar sinds 2010; dit jaar wellicht met meer dan 30 procent. Die cijfers verklaren meteen de indrukwekkende colonne toerbussen in de ‘Golden Circle’, de drukte op de ringweg en de overvolle restaurants en hotels, voornamelijk in de zomermaanden. Wie niet zo van die heisa houdt, boekt dus best niet tussen juni en september. “Voor ons, IJslanders, zijn dat niet de makkelijkste maanden”, vertelt de serveuse van restaurant Gamla fjósið, in de schaduw van de bekende vulkaan Eyjafjallajökull. “Met al die toeristen op de weg kan het gevaarlijk worden. Ze parkeren hun auto half op de baan om foto’s te maken van het landschap. En omdat er weinig publieke toiletten zijn, zien we ze vaak aan de kant van de weg hun gevoeg doen. Het is de andere kant van de medaille.”

Regenboog

Toch voelen we niet onmiddellijk medelijden met de lokale bevolking. We hebben er net een lange wandeling over het Fimmvörðuháls-pad opzitten, een oogverblindend mooi traject tussen vulkanen, door canyons, over uitgestrekte weides, met onderweg meer dan twintig watervallen. Het pad eindigt aan Skógafoss, een 60 meter lange en 25 meter brede waterval gespecialiseerd in het creëren van de mooiste regenbogen. Onderaan de regenboog geen pot goud, maar wel een hoop toeristen, zelfs in oktober. “Aan de toeristische trekpleisters vind je tegenwoordig heel het jaar door toeristen. Tien jaar geleden had je de Skógafoss en Seljalandsfoss (die andere populaire waterval in de omgeving, waar je achter door kunt wandelen, red.) regelmatig voor jezelf. Nu is dat onmogelijk. Maar ga even van het gebaande pad af en je zult merken dat je de massa’s snel achter je laat.” Zo gezegd, zo gedaan: we hiken nog naar Seljavallalaug, een verlaten geothermisch zwembad tegen een flank van de Eyjafjallajökull. In het lauwe water zwemt één persoon. Hetzelfde scenario op het zwarte zandstrand van Reynisfjara, vlak naast het vissersdorp Vík í Mýrdal: een drukte van jewelste bij de bekende basaltrotsen maar totale rust op de kliffen een kilometer verderop.

Wekker voor noorderlicht

’s Avonds in het iconische Hotel Rangá (waar sterren als Kim Kardashian en Justin Bieber te gast waren) lijkt het er even op dat we getrakteerd zullen worden op noorderlicht. Eén van de kelners meldt enthousiast dat er noorderlicht gespot is en plots loopt het restaurant leeg. Maar helaas, te vroeg victorie gekraaid. “Zelfs voor ons is aurora borealis nog steeds een fantastisch fenomeen”, lacht Fridrik Pálsson, de sympathieke eigenaar van het hotel. “Als je wil, zetten we je op de noorderlichtlijst. Dan maken we jullie dus vannacht wakker als er echt wat te zien valt.” Een uitstekend voorstel, maar het verhoopte telefoontje komt die nacht niet. Het is altijd een kwestie van geluk, dat noorderlicht. Het officiële noorderlichtseizoen loopt van oktober tot april, maar dan nog moeten de omstandigheden mee zitten: veel zonneactiviteit, niet te veel bewolking en een zo donker mogelijke omgeving.

De ontmaagding van Jon Snow

’s Anderendaags hebben we een flinke rit voor de boeg, richting Jökulsárlón, het grootste gletsjermeer van IJsland. De rit brengt ons door uitgestrekte en met mos begroeide lavavelden, over wild stromend water, via fjorden en gigantische gletsjers naar de indrukwekkende ‘glacier lagoon’. Mijn camera draait overuren, maar ik moet nog plaats op mijn SD-kaart bewaren voor onze activiteit: een wandeling over het 400 meter dikke en honderden jaren oude ijs van de Svínafellsjökull. Met pinnen onder mijn schoenen en een pikhouweel in de hand. “Daar in de verte, in een grot met een heetwaterbron, is Jon Snow ontmaagd”, lacht onze gids. “Fans van Game of Thrones weten waarschijnlijk wel waar ik het over heb.” Niet dat de ontmaagding van Jon Snow me koud laat, maar ik wacht nog steeds op mijn eigen climax. En net die avond word ik ook beloond. Nadat ik mijn camera heb opgesteld voor een verlaten zodenhuis, trekt een groenig licht langs het wolkendek. Het spektakel duurt nog geen tien minuten, verdwijnt en komt niet meer terug. Tot ziens, Aurora!

WATERVALLEN TOP DRIE
Het zuiden van IJsland herbergt tientallen, zo niet honderden, watervallen. De Gullfoss trekt de meeste toeristen aan, wegens zijn handige ligging in de Golden Circle en het feit dat er een gigantische parkeerplaats vlak naast ligt. Toch zijn er heel wat mooiere opties voor wie van watervallen houdt.
1.Brúarfoss: een reeks kleinere watervallen in de Brúara-rivier die samenkomen in een bad van helderblauw water. Deze waterval ligt ook in de Golden Circle, maar vereist een wandeling langs de rivier. Het is de perfecte plek voor liefhebbers van fotografie.
2.Svartifoss: één van de vele watervallen van het Skaftafell National Park. Het witte water stroomt hier naar beneden langs zwarte basaltkolommen.
3.Skógafoss: de populaire waterval bij het dorpje Skógar. Op zonnige dagen pronkt de waterval met een volledige en soms zelfs een dubbele regenboog. Een lange trap leidt naar de top van de 60 meter hoge waterval, waar het Fimmvörðuháls-pad begint (of eindigt als je van de andere kant komt).

 

Huurwagen
Een huurwagen is in IJsland geen overbodige luxe. Als je de keuze hebt, kies je best voor een terreinwagen. Bepaalde wegen zijn namelijk niet (of niet makkelijk) toegankelijk voor gewone personenwagens. Wij huurden een wagen via Sunny Cars dat een all-inclusive formule aanbiedt (dus geen extra verzekering voor glasschade of steenslag meer nodig, wat in IJsland erg goed van pas komt). Meer info: www.sunnycars.be.

 

Logeren
Hotel Rangá: het enige viersterrenhotel in zuidelijk IJsland, met 51 luxekamers en een eigen sterrenobservatorium. Eclectische inrichting, fantastisch restaurant. Vanaf 285 euro per nacht, hotelranga.is.
Fagrabrekka Guesthouse: nieuw sinds juli, vier prachtige en gezellige ‘cabins’ op een boogscheut van het dorpje Hella. Geweldig uitzicht op de Eyjafjallajökull. Vanaf 150 euro per nacht, fagrabrekka.is.

 

Coverfoto: (c) Robert Postma Photography, die een meter van me af stond en er toch in slaagde meer noorderlicht op z’n foto te krijgen.