Een gletsjer voor jezelf in het Pitztal

Een droombestemming hoeft niet altijd ver weg te zijn. Neem het Pitztal. Het hoogstgelegen skigebied van Oostenrijk is tegelijkertijd een van de rustigste. In een piepklein uithoekje van Tirol vind je nog iets zeldzaams: geen wachtrijen, onaangeraakte natuur en altijd sneeuw.

Het gebeurt niet vaak, dat een winterengel je het een en ander uitlegt over de plek waar je bent. Maar we zijn dan ook wel erg dicht bij de hemel. In Oostenrijk kom je zelfs niet dichterbij, tenzij je bergbeklimmer bent. De gewone sterveling gaat via de Gletscherexpress – een treintje die dwars door de berg naar de Pitztaler Gletsjer klimt – en een gondellift naar 3.440 meter hoogte. En daar staan we nu, op het panoramaterras van het gelijknamige café ‘3.440’. Het hoogste café van het land. Met magnifiek uitzicht over de Alpen. ‘Kijk’, zegt de engel die Laura blijkt te heten, terwijl haar gouden haar en witte vleugels speels in de wind wapperen. ‘Daar rechts in de verte ligt Sölden. Recht er tegenover, voor ons links dus, liggen Fiss, Serfaus en Ischgl. Stuk voor stuk skigebieden die tot de drukste van Oostenrijk en Tirol behoren. En waar apres-ski tegenwoordig belangrijker is dan wintersport. Precies er tussenin ligt ons Pitztal. Een klein doodlopend dal, smal met steile hellingen en zo’n 40 kilometer lang. Met in totaal zo’n 25 dorpjes, piepklein en bovendien allemaal los van elkaar. Daardoor is het overal rustig. Vanaf Wiese – halverwege de vallei – wonen hier slechts 1600 mensen.’

Sneeuwschoenwandelen

Voor we die rust ook op de piste ervaren, heeft skileraar en berggids Michael diezelfde middag eerst een ander plan voor ons in gedachten. ‘Sneeuwschoenwandelen, hier in de Taschachschlucht net buiten Mandarfen’, zegt hij met een brede glimlach. ‘Een wandeling van zo’n anderhalf uur. Het is even wat anders dan skiën, maar echt, het is de moeite waard. Je banjert dwars door de natuur, trekt je eigen spoor en ziet dingen die je vanaf de weg nooit tegen zou komen. Met als hoogtepunt een metershoge bevroren waterval.’

Toch is het even wennen, dat sneeuwschoenwandelen. Met een soort tennisrackets aan onze voeten – die voorkomen dat je wegzakt in de diepere sneeuw – en skistokken in onze handen ploeteren we door de kloof. Af en toe hoppend over een klein bergstroompje dat nog niet bevroren is, dan weer klimmend over flinke rotsblokken. De bevroren waterval is inderdaad spectaculair om te zien, maar het hoogtepunt laat nog even op zich wachten. Na een steile klim, de kloof uit en de vallei in, zien we het eind van het dal voor ons liggen. De ondergaande zon zet de wolken in een vuurrood avondlicht. Eén berghut zien we, de Pitztaler Schihütte. Verder is het landschap leeg.

De Pitztaler Gletsjer

Als bijna de voltallige wereldtop van professionele skiërs in hetzelfde skigebied komt trainen, dan zal dat wel met een reden zijn. Elk jaar reizen de nationale skiteams van onder andere Italië, Oostenrijk, Noorwegen en Rusland af naar de Pitztaler Gletsjer. Wat die reden is? ‘Er ligt hier van september tot juni sneeuw’, zegt Michael. ‘We hebben dus een winterseizoen van ruim negen maanden. Als de rest van de Alpen nog groen zijn, kan hier al geskied worden. En staan de bergweiden om ons heen in het voorjaar alweer in bloei, liggen hier nog steeds perfect geprepareerde pistes. Maar, de skiërs trainen hier doorgaans alleen in het voorseizoen. Daar heb je als toerist dus weinig last van.’

We beginnen ’s ochtends eerst in het skigebied Rifflsee, een klein skigebied net buiten de gletsjer, ook geschikt voor beginners. Tegenover ons hotel in Mandarfen stappen we in de Rifflseebahn, doen wat verschillende pistes – met name rood en blauw – en skiën dan in één keer door naar het dalstation van de Gletscherexpress. Het bergtreintje kennen we inmiddels, maar ook met ski’s staan we binnen tien minuten midden op de gletsjer. En dan kan het skiplezier pas echt beginnen.

Je eigen skigebied

Als je puur naar het aantal pistekilometers kijkt, is het skigebied op de Pitztaler Gletsjer niet heel groot. Samen met het gebied Rifflsee is dat aantal iets meer dan veertig. Maar skiën op een gletsjer is anders. De sneeuw is beter, de pistes breder. In één oogopslag – nouja, een beetje turen van links naar rechts vanwege de weidsheid – zie je het skigebied uitgestrekt voor je liggen. Een enorme kom, afgeschermd door scherpe bergtoppen. En weer valt op: waar is iedereen? ‘Een paar jaar geleden bedachten onderzoekers een andere rekenmethode voor de skigebieden in Oostenrijk’, vertelt Michael in de gondel naar boven. Niet het aantal pistekilometers werd berekend, maar de ruimte die je per skiër op de piste hebt. Hier in Pitztal is dat meer dan 100 vierkante meter per persoon. Ter vergelijking: verderop in het veel grotere Sölden moeten ze het doen met 21 m2’. En dan, lachend: ‘Size doesn’t always matter.

In het laagseizoen kun je die persoonlijke ruimte met gemak verdubbelen. Geen lift waarvoor je moet wachten. Elke afdaling zo goed als voor jezelf. Dat je wat vaker over dezelfde pistes naar beneden zoeft, is daarbij geen enkel probleem. In het hoogseizoen (kerst en krokus) is het iets drukker. Maar zelfs dan zijn wachtrijen voor de lift zeldzaam. En voor freeriders is het helemaal een feest hier. Ruim 600 kilometer niet geprepareerde afdalingen in het hele dal. Daar moet je alleen wel zelf voor omhoog lopen.

In de pistenbully

De Pitztaler Gletsjer ligt helemaal aan het eind van het Pitztal. Maar er is nog een skigebied in het langgerekte dal, helemaal aan het begin. Hochzeiger – want daar gaat het over – herbergt nog eens bijna zestig kilometer aan piste. Een stukje rijden als je in een dorpje wat dieper in het dal zit, maar je stapt hier overal gratis in de (ski)bus. Hochzeicher ligt wat lager, en is daarmee wat afhankelijker van goed winterweer. Een gevarieerd skigebied, geschikt voor zowel beginners als de wat meer doorgewinterde skiër. Grootste voordeel van het gebied: verdwalen is onmogelijk, zolang je maar op de piste blijft. Je komt altijd bij het middelstation uit.

Het is daar bij dat middelstation dat we met Christian staan te praten. Hij werkt hier in het skigebied en is een van de pistenbully-chauffeurs. Voor skiërs die al van kinds af aan op wintersport gaan, heeft dat iets magisch, zo’n pistenbully. Elke nacht zorgen deze machines ervoor dat alle afdalingen er ’s ochtends weer tiptop bij liggen. Als eerste over het ‘corduroy’ – het spoor dat ze achterlaten na een nacht ploeteren – kan voor menig skiër het hoogtepunt van zijn dag zijn. En nu maakt Christian onze dag. ‘Of we een ritje mee willen?’.

Hij heeft het nog niet gezegd of ik klim al via de rupsbanden de cabine in. Een graafmachine in de sneeuw. Die hellingen tot een stijgingspercentage van wel 80 procent op en af kan. Comfortabel van binnen – het is er warm en de radio staat aan. Maar dat moet ook wel. Christian: ‘Elke avond zijn we zo’n zeven tot acht uur bezig met het prepareren van alle pistes. We beginnen rond een uurtje of vijf, als alle liften gesloten zijn. En dan werken we door tot diep in de nacht.’

Niets verandert

Die avond sluiten we af in de Hexenkessl, net buiten Mandarfen een van de weinige apres-ski bars in het dal. Al snel komt Ernst Eiter er bij staan. Een lokale beroemdheid, én grote-verhalen-verteller blijkt meteen. Zo vertelt hij eigenhandig internet aangelegd te hebben in het dal en heeft hij als berggids menig beroemdheid begeleid door heel de Alpen. Maar Pitztal is zijn thuis. ‘Het is een bijzonder dal’, stelt hij. ‘Qua grootte de vijfde regio van Oostenrijk, maar absoluut de meest rustige. Het is pas veel later ontwikkeld dan de gebieden hier om heen en die achterstand is nooit ingehaald. En dat gaat ook nooit meer lukken. Maar dat is goed. De natuur wint hier. De hellingen in het dal zijn te steil om tegenop te bouwen. We zullen de komende twintig jaar niet als Ischgl worden, of Sölden. Daar ben ik blij om. De rust blijft bewaard, de mensen vriendelijk. Een stukje Oostenrijk zonder stress.’


 

Zelf gaan?

Het Pitztal ligt op zo’n 920 km van Amsterdam. Dat is een kleine 9 uur rijden. Vliegen kan ook. Transavia vliegt t/m maart dagelijks van Schiphol naar Innsbruck (60 km van Pitztal). Vanaf april twee keer per week. Tickets al va. €115 retour.

Slapen
Deden wij in Sportiv Hotel Mittagskogel in Mandarfen. Aan de voet van de gondellift. Prijs p.p. per nacht: va €96. Dat is halfpension en incl. gebruik van sauna en zwembad. Meer info: www.mittagskogel.at.

Skipas
In het laagseizoen dagkaart voor Rifflsee & Gletsjer: €39,-. 5 dagen: €160,- Prijzen van het skigebied in Hochzeiger zijn vergelijkbaar. Info: www.pitztaler-gletscher.at of www.hochzeiger.com.