De Caraïben van Engeland

Azuurblauw zeewater, metershoge palmbomen, verlaten witte zandstranden, spelende dolfijnen en zeehondjes, … Het is haast niet te geloven, maar ook dit is Engeland! The Isles of Scilly om precies te zijn, waar je als toerist de typische paraplu met Union Jackpatroon onmiddellijk inruilt voor een tube zonnecrème en een stel strandlakens. 

Volgens de informatie die we kregen van de lokale toeristische dienst zijn de Scilly-eilanden (uitgesproken: Silly) Engelands best bewaarde geheim. Een boutade van jewelste, hoogstwaarschijnlijk uitgedokterd door een overijverige pr-manager met meer ambitie dan talent, maar in dit geval zijn we geneigd de boude stelling meteen te slikken. We hebben er net namelijk twaalf uur, drie vluchten, twee luchthavenmaaltijden, een taxirit en een boottocht opzitten om onze bestemming – een prachtige B&B op het eiland Bryher – te bereiken. Succesvol verstoppertje spelen, heet zoiets. Je vliegt vanuit Brussel sneller naar de ‘echte’ Caraïben! “Zelfs de meeste Britten hebben nog nooit van ‘The Isles of Scilly’ gehoord”, weet de chauffeur die ons van de minuscule luchthaven naar de taxiboot brengt. “We wonen hier met zo’n tweeduizend, het gros op St. Mary’s. In het hoogseizoen verdubbelt ons inwonersaantal, maar van een toeristentsunami is hoegenaamd geen sprake. De toerist die zijn terugvlucht annuleert, zullen wij dan ook meteen een huis, een boot en een job aanbieden”, grapt hij nog. Een zeer verleidelijk aanbod, maar we spelen nog even ‘hard to get’.

Minimooners

Dat de Scilly-eilanden relatief weinig vakantiegangers verwelkomen, heeft dus vooral praktische oorzaken. De landingsbaan van St. Mary’s airport is enkel geschikt voor propellervliegtuigjes die maximaal zeventien personen en één hond kunnen vervoeren. Airbussen en Boeings kunnen er theoretisch gezien wel landen, maar zijn dan gedoemd er voor eeuwig en altijd te blijven. De boot is natuurlijk ook een optie, maar vanuit Penzance, aan de kust van Cornwall enkele tientallen kilometers verderop, doe je er ook nog steeds tweeëneenhalf uur over, met garantie op zeeziekte. En zo lukt het de Scilly-eilanden dus met verve om uit de greep van het massatoerisme te blijven. Op enkele ‘minimooners’ (pas getrouwden die uit tijdsgebrek eerst op korte pre-honeymoon gaan), bekende Engelsen met privé-vliegtuigen (acteur Jude Law is hier vaste klant) en liefhebbers van de zeilsport na heb je hier het rijk voor jezelf. Zeker als je het hoofdeiland, St. Mary’s, achter je laat en naar Bryher, Tresco, St. Agnes of St. Martin’s hopt.

De landingsbaan van St. Mary’s airport is enkel geschikt voor propellervliegtuigjes die maximaal zeventien personen en één hond kunnen vervoeren.

Geen sleutels, wel zaklampen

Zelf kozen we voor Bryher, dat met slechts 80 inwoners, één hotel, één restaurant, één café, één winkeltje en een handvol guest houses het kleinste en meest exclusieve van de vijf bewoonde Scilly-eilanden is. Na een korte boottocht vanuit St. Mary’s, begeleid door een speelse dolfijn, worden we aan de houten kade opgepikt door Gareth die samen met zijn vrouw Issy de Samson Hill Cottage runt. In een klein 4×4 speelgoedwagentje brengt hij ons over onverharde wegen en door palmbomen beschaduwde tuinen naar zijn prachtige eco-guesthouse, in het uiterste zuiden van het eiland en dus het verst verwijderd van die ene bar (Fraggle Rock, trouwens ook een aanrader!). Gelukkig is Bryher maar twee kilometer lang en wandel je overal heen in minder dan een kwartiertje. Sleutels krijg je trouwens niet als je incheckt, omdat er hier – in tegenstelling tot de Caraïben – geen criminaliteit bestaat en dus niemand het nut van huisdeuren sluiten of autosleutels uit het contact halen inziet. “Belangrijker dan een sleutel is een zaklamp”, vertelt Gareth. “Rond negen uur ’s avonds wordt het hier donker en straatverlichting kennen we hier niet.” Maar ook zonder zaklamp zou navigeren nog lukken, met dank aan de oogverblindende sterrenhemel.

Sleutels krijg je niet als je incheckt, omdat er hier – in tegenstelling tot de Caraïben – geen criminaliteit bestaat en dus niemand het nut van huisdeuren sluiten of autosleutels uit het contact halen inziet.

(picture courtesy of Visit Isles of Scilly)

Subtropisch paradijs

Na een eerste wilde nacht – het is even wennen met twee in een bed van 1.40m breed – worden we wakker in het paradijs. Een turquoise zee kabbelt tot aan de voet van onze ‘cottage’ die we tot onze grote opluchting helemaal voor onszelf hebben, terwijl de kippen in de ren naast het huis voor het ontbijt zorgen. Voor het eerst merken we op hoe groen het hier overal is, en vooral: hoe tropisch. Bijen en hommels doen zich tegoed aan nectar uit felrode en knalgele bloemen en planten die je niet in Engeland zou verwachten. “Er heerst hier een subtropisch klimaat”, vertelt Issy, die onze met makreel gevulde omeletten bakt. “Met temperaturen in de zomer rond de 25 graden Celsius. En in de winter is het ook mild, vriestemperaturen kennen we niet.” Met een thermometer die begin mei nog geen 15 graden aangeeft, zijn wij helaas genoodzaakt mankini en bikini ingepakt te laten. Toch kan dat de (voor)pret niet drukken, want Scilly’s topattractie – de Abbey Gardens op het eiland Tresco – ligt in het verschiet.

Tresco Abbey Gardens

Tresco, met haar hagelwitte maar verlaten zandstranden, haar typisch Engels ogende glooiende heuvels en haar beroemde abdijtuinen zou je kunnen omschrijven als het liefdeskind van een Britse vader en een Caribische moeder. Het beste van beide werelden! “Spot on!”, lacht Mike Nelhams, curator van de Tresco Abbey Gardens. Deze veredelde tuinman reist heel de wereld rond op zoek naar subtropische planten die in zijn collectie zouden passen. “Je vindt hier ongeveer 5.000 verschillende soorten planten en bomen, waarvan zeker tachtig procent niet zou kunnen groeien en bloeien op het Engelse vasteland. Daar staan cipressen uit het California, naast bomen uit Nieuw-Zeeland en Argentinië. De planten komen vooral uit Mediterrane regio’s, maar bloeien hier fantastisch. En sinds kort hebben we een nieuwe attractie: rode eekhoorns, die op het vasteland verjaagd worden door grijze uit de Verenigde Staten.”

Je vindt hier ongeveer 5.000 verschillende soorten planten en bomen, waarvan zeker tachtig procent niet zou kunnen groeien en bloeien op het Engelse vasteland.

Vreemde eenden

Wildlife spotting is één van de meest beoefende hobby’s op de eilanden van Scilly. Op St. Martin’s kan je in duikpak met de zeehondjes spelen, terwijl de koeien op St. Agnes rustig herkauwend van het zeebriesje genieten. Op Tresco staat dan weer een hut voor liefhebbers van het betere gevogelte. Dat wij hier met onze 33 en 30 lentes de gemiddelde leeftijd fors omlaag trekken, staat met andere woorden buiten kijf. De gemiddelde leeftijd hier is pensioen en de doorsnee kledingstijl komt rechtstreeks uit de reclamefolder van de AS Adventure, van stevige stapschoenen tot verrekijker toe. Behoudens de paar minimooners en de seizoensarbeiders die het Britse vasteland inruilen voor dit paradijs, zijn wij hier dus ongetwijfeld de vreemde eenden in de bijt. “Inwoners blijven en toeristen komen voor de rust”, dixit de jonge chef-kok Kim, die met haar vader de Fraggle Rock Bar op Bryher uitbaat. “Voor de fun houden de jongeren regelmatig een bootrace tegen elkaar. Veel meer valt er op de eilandjes niet te beleven. Behalve op St. Mary’s, waar je behoorlijk wat pubs vindt. Zeker vijf!”

Aanslag op de portemonnee

Maar die ‘peace and quiet’ is zelfs voor jonge mensen als wij dé grote troef. In tegenstelling tot in de grote Caribische hotelresorts hoef je hier niet om vijf uur ’s morgens op te staan om een verlept handdoekje over je gewenste strandstoel te draperen. Hier hoef je niet in de rij voor het buffet met hordes hongerige Russen of op het strand tussen luidruchtige Britten. Als er op Scilly drie mensen aan het water liggen en je dat al te veel vindt, dan wandel je simpelweg naar het volgende strand. Daartegenover staat natuurlijk wel dat je behoorlijk diep in de buidel moet tasten voor al die privacy en exclusiviteit. De zes vluchten (drie heen, drie terug) zijn natuurlijk al een aanslag op je portemonnee, maar ook het verblijf (150 pond per nacht in Samson Hill Cottage) en het vertier (eten, drinken en eilandhoppen) vormen een dure grap. Of zoals Kim het mooi omschrijft: “Waarschijnlijk is het ook nog een stuk goedkoper om vakantie te vieren in de echte Caraïben!” Dan toch maar onze terugvlucht inruilen voor dat huis, die boot en die job?


Zelf gaan?

De Scilly-eilanden liggen op zo’n 40 kilometer van de kust van Cornwall, in het uiterste zuidwesten van Engeland. Met de SkyBus kan je vliegen vanuit Land’s End (15 minuten, vanaf 70 pond), Newquay (30 minuten, vanaf 90 pond) en Exeter (60 minuten, vanaf 127.50 pond). Wij vlogen vanuit Brussel, via London Gatwick naar Newquay. Vanuit Penzance kan je ook met de ferry, Scillonian 3 genaamd, naar St. Mary’s. Deze boottocht duurt 2 uur en 40 minuten en kost 42 pond.

Wij sliepen in Samson Hill Cottage, uitgebaat door de sympathieke Issy en Gareth. Prijs per nacht voor de kamer met zeezicht is 150 pond (voor de kamer met tuinzicht: 120 pond), ontbijt inbegrepen. Info: www.samsonhill.co.uk

Culinair genieten kan op Bryher in de Fraggle Rock Bar (probeer de lokale eend!) en op Tresco in het Ruin Beach Café (heerlijke pizza’s). De leukste pub, The Turks Head, ligt op St. Agnes en serveert de bijzondere Ales of Scilly.

Wie de overnachtingskosten wil drukken, kan opteren voor één van de vijf campings op de Scilly-eilanden.

Meer info over de Scilly-eilanden vind je op www.visitislesofscilly.com, www.islesofscilly-travel.co.uk en www.islandspartnership.co.uk.