De twee gezichten van Angkor

Met de statieven netjes opgesteld en de Canons/Nikons in de aanslag staan honderden amateurfotografen klaar om de zonsopgang boven de wereldberoemde tempels van Angkor digitaal te vereeuwigen. Het is een dagelijks spektakel dat al om 5 uur ’s morgens begint en een nieuwe dag in ’s werelds grootste religieuze complex inluidt. Weer een dag vol toeristen die zich in tuktuks, op fietsen en in bussen van de ene tempel naar de andere laten brengen, om tegen 18u de handdoek in de ring te gooien en koers richting hotel in Siem Reap te zetten.

Voor heel wat mensen staan de tempels van Angkor – met Angkor Wat voorop – hoog op de bucket list. En terecht. Angkor is de oude hoofdstad van het Khmer-rijk, dat tussen de 9de eeuw en 1432 over Cambodja en heel wat andere delen van Zuid-Oost-Azië regeerde. Angkor Wat, dé tempel van Angkor, is bovendien het grootste religieuze bouwwerk ter wereld en verdient haar plaats op de lijst van wereldwonderen (niet de klassieke weliswaar). Het hele complex is zo’n 400 vierkante kilometer groot en bevat genoeg tempels om de gemiddelde toerist weken bezig te houden. De eerlijkheid gebiedt ons te zeggen dat je na drie dagen geen tempel meer kunt zien of ruiken en dat je tegen die tijd al lang weer vergeten bent of je lievelingstempel Ta Som, Angkor Thom of Preah Khan heette. Nou ja, de kans is eigenlijk groter dat je je hart verloor in Bayon (bekend omwille van de meer dan 200 gigantische gebeeldhouwde gezichten), Ta Prohm (waar de jungle Tomb Raider-gewijs door de tempel groeit) of Angkor Wat (de oppertempel).

Het centrum van de stad, dat ooit een rustige, Frans koloniale markt had, is nu een luide toeristenbuurt met hotels, restaurants en karaokebars. Maar Siem Reap heeft helemaal geen systemen om water te zuiveren en afval te recycleren, met als gevolg dat de tempels van Angkor wegzakken en dat de rivier zwaar vervuild is.

Naast de ongelooflijke pracht die Angkor etaleert, is het echter ook een toeristenfabriek. Eentje die trouwens langzaam wordt opgeslokt door Moeder Aarde omdat het groeiend aantal hotels in Siem Reap – nodig om het uit zijn voegen barstende toerisme te accommoderen – water van onder de tempels blijft zuigen zodat toeristen een welverdiend badje kunnen nemen en hun kleren kunnen laten wassen. Dat is trouwens wel nodig ook na een lange dag in het stoffige en warme Angkor. Bovendien wordt Angkor behoorlijk slecht beschermd. Toeristen mogen simpelweg bijna overal gaan en staan. Het is dan ook geen verrassing dat er jaarlijks heel wat originele Khmer-bouwwerken flink opgelapt moeten worden, na vernieling door toeristen. In het boek ‘Overbooked: The Exploding Business of Travel and Tourism’ van de Amerikaanse journaliste Elizabeth Becker geldt Cambodja als voorbeeld van de verkochte ziel. Van hoe je als land niet moet omgaan met massatoerisme. “Zoals elke grote industrie heeft toerisme een serieuze schaduwzijde. Het lijkt voor veel overheden en bestemmingen een makkelijke weg naar snel geldgewin, maar het berokkent enorme schade aan de natuur en de plaatselijke cultuur. Neem nu het voorbeeld van Angkor Wat, dat overigens geen bezoekerslimieten hanteert. Siem Reap is de stad die hier het dichtst bij ligt en dus elk jaar zo’n 3 miljoen toeristen over de vloer krijgt. Het centrum van de stad, dat ooit een rustige, Frans koloniale markt had, is nu een luide toeristenbuurt met hotels, restaurants en karaokebars. Maar Siem Reap heeft helemaal geen systemen om water te zuiveren en afval te recycleren, met als gevolg dat de tempels van Angkor wegzakken en dat de rivier zwaar vervuild is.”

Ondanks de overweldigende schoonheid van Angkor, merk je die verkochte ziel wel op. In de bekendere tempels is het vaak zoeken naar een plekje dat niet ingepalmd is door met selfiestokken gewapende Chinezen, Koreanen en Vietnamezen. Maar als je dat plekje eenmaal gevonden hebt, is het puur genieten. Zeker als de Aziatische Superman de wacht houdt.

No more articles