Gran Canaria in de winter

De beste manier om Gran Canaria te ontdekken is niet liggend op het strand, maar met wandelschoenen aan. Van een miniwoestijn tot rotsachtige bergen en complete valleien in bloei, de veelzijdigheid van dit Canarische eiland is verrassend. Helemaal in de winter.

Vanuit een bepaalde hoek lijkt het even alsof er geen einde aan komt. Zandduin achter zandduin, tot aan de horizon. Maar klim ik op een van de duintoppen, komt langzaam de Atlantische Oceaan tevoorschijn. Achter me ligt Maspalomas, een van de voornaamste redenen waarom toeristen in het vliegtuig naar Gran Canaria stappen. De kustplaats is populair. De zandstranden uitgerekt en de temperatuur het hele jaar door rond de vijfentwintig graden. Bars, hotels, de kermis van de all-inclusive vakantie komt hier volledig tot uiting. Maar de badplaats, gelegen op het zuidelijkste puntje van het eiland, kent iets veel mooiers: de duinen van Maspalomas. Een zandvlakte van meer dan vierhonderd hectare. Zo groot dat de duinen ook wel de mini-Sahara van de Canarische Eilanden worden genoemd. Die duinen zijn voor iedereen toegankelijk. Er is een wandelpad aangegeven, maar ik kies mijn eigen weg. Over de duinen heen, ertussendoor. Hoe verder ik richting zee loop, hoe stiller het wordt. Faro de Maspalomas, de vuurtoren, is een stipje in de verte. Aan de andere kant, richting het oosten, ligt een brakwaterreservaat waar trekvogels op weg naar het zuiden met plezier een tussenstop maken. Vanaf een duintop kijk ik terug. Achter de witte hotels doemen in de verte de bergen op. Het zuiden van Gran Canaria is droog, leeg en rotsachtig.

San Pedro

Hoe anders is dat in het noordwesten van het eiland. Het plaatsje San Pedro, niet meer dan een verzameling maagdelijk witte huizen tegen een berghelling geplakt, is een van de geheimen die voor menig toerist goed verborgen blijft. Want dat Gran Canaria een andere kant heeft, lijken veel mensen niet te weten. San Pedro ligt in het dal van Agaete. Omdat het dal maar op een paar kilometer van zee ligt, is het ook hier uitermate mild in de winter. Er groeien het hele jaar door tropische vruchten, zoals avocado’s en papaya’s. Kleurige bloemen staan met duizenden tegelijk in bloei. Waar de bergen in de zomer kaal en bruin worden, zorgt de winter weer voor de nodige verfrissing. Alles kleurt groen en fleurt op. Ook in dit deel van het eiland zijn de wandelmogelijkheden eindeloos, zoals heel Gran Canaria met wandelschoenen aan voor iedereen te ontdekken is. Alle routes zijn duidelijk aangegeven met bordjes en markeringen. Vanaf het pleintje voor de kerk van San Pedro loop ik omhoog, dieper het binnenland in. Hoe hoger ik kom, hoe uitdagender het pad wordt. Door dichte begroeiing en met het zweet op mijn voorhoofd bereik ik het uitkijkpunt Montaña de las Vueltas.

Roque Nublo en Pico de las Nieves

Waar de temperatuur in het zuiden het hele jaar door rond de vijfentwintig graden schommelt, en het in de winter dicht bij zee ook zacht en aangenaam is, kan het op het midden van het eiland flink koud worden. In de bergen, die tot bijna tweeduizend meter hoog reiken, kan er in december en januari zelfs sneeuw vallen. De twee beste uitzichtpunten zijn ook voor de minder geoefende wandelaar makkelijk bereikbaar. Naar de bekendste rots van Gran Canaria, Roque Nublo, is het ongeveer een uur klimmen over een zeer begaanbaar wandelpad. En zelfs daar is bijna niemand.

Datzelfde geldt voor Pico de las Nieves. Met 1949 meter is dit het hoogste punt van het eiland. Slechts een handjevol mensen bekijken hier ’s avonds hoe de zon ondergaat, het wolkendek boven de oceaan te zien is tussen Gran Canaria en buureiland Tenerife en hoe in de verte het silhouet van de vulkaan El Teide op Tenerife steeds donkerder afsteekt tegen het avondrood, tot de duisternis inslaat. Dat handjevol mensen komt vaak ook nog met de auto naar dit uitkijkpunt. Ik ga wandelend, vanaf Llanoz de la Pez, een picknickplaats in het lager gelegen bos. Vanaf hier is het heen en terug een kleine drie uur lopen. En zoals bij al het moois wat het eiland te bieden heeft, kom ik ook hier geen andere toerist tegen. Die liggen allemaal op het strand. En weten ondertussen niet wat ze missen.


Zelf gaan?

Corendon vliegt twee keer per week rechtstreeks van Amsterdam naar hoofdstad Las Palmas. Prijs: va. €300. Vluchtduur is zo’n 5 uur. Beste reistijd oktober t/m april. In het zuiden van Gran Canaria is het hele jaar door zo’n 25 graden. Goede accommodaties zijn te vinden over het hele eiland. Met een huurauto is alles op het eiland binnen twee uur te bereiken. Prijspeil: lager dan in Nederland en België, met name het binnenland is erg goedkoop. Meer info over Gran Canaria: www.grancanarianaturalandactive.com.