Het kleurrijke karakter van de Kvarner

Gewrongen tussen continentaal Kroatië en de toeristische kustregio’s Istrië en Dalmatië ligt de ‘Kvarner’ te schitteren in de Mediterrane zon. De tientallen eilanden in deze prachtige baai hebben uitstekend begrepen waar toerisme om draait: lekker eten, mooie stranden, historische dorpjes en een bijzonder ontspannen sfeer. De Kvarnerbaai viert immer vakantie!

Elk jaar ontdekken meer en meer Belgen en Nederlanders de pracht en praal van Kroatië. En vreemd is dat eigenlijk niet, want de meeste toeristische trekpleisters van het land – op Dubrovnik, Split en enkele zuidelijke eilanden na – liggen op zo’n 1.300 kilometer van Brussel (of Amsterdam) verwijderd. Even ver dus als pakweg Toscane of de Costa Brava. Op culinair gebied hoeft Kroatië bovendien niet onder te doen voor Italië: de vis en schaaldieren zijn altijd vers, de kazen en prosciutto’s perfect gerijpt en de olijven en druiven lokaal geplukt en geperst tot overheerlijke oliën en wijnen. Bovendien wordt het steeds makkelijker (en goedkoper) om er met het vliegtuig te geraken: vanuit Charleroi vlieg je met Ryanair goedkoop naar Pula, Rijeka en Zadar, drie plekken die uitstekend toegang bieden tot respectievelijk Istrië, Kvarner en Damatië. Wie de lowcostmaatschappij liever vermijdt, kan zowel met Croatia Airlines als met Brussels Airlines vanuit Zaventem naar de Kroatische hoofdstad Zagreb (trouwens ook een absolute aanrader voor een weekendje weg), om van daaruit de huurauto te nemen voor een uniek rondje ‘island hopping’.

 


?c=15489&m=761049&a=237062&r=&t=html Het kleurrijke karakter van de Kvarner

Toeristische mokerslag

“Om de een of andere reden beginnen toeristische reportages over Kroatië nog altijd met een melding van de oorlog”, vertelt onze goedlachse gids en chauffeur Ivan, die de eenvoudige taak heeft gekregen een handvol journalisten en fotografen uit de Lage Landen te overtuigen van de toeristische kracht van Kroatië. Wat mij betreft hoeft hij zijn best niet meer te doen (bovendien overdrijft hij, welke oorlog heeft hij het in hemelsnaam over?). Tijdens eerdere bezoekjes aan Istrië en vooral Dalmatië maakte het jongste land van de Europese Unie al een enorme indruk op me. Zeg maar gerust een toeristische mokerslag! Dat ik ook Kvarner zou appreciëren, leek dan ook al in steen gebeiteld. “Maar die oorlog ligt wel al meer dan twintig jaar achter de rug. Ik snap niet dat dat door de media nog steeds aangehaald wordt, zeker als je onze toeristische troeven bekijkt.” Ivan heeft overschot van gelijk. Kroatië is een puur vakantieland, waar alles om genieten draait. Ik besef dat heel wat woorden uit de vorige zin erg ‘Pascale Naessensiaans’ (voor de Nederlandse lezers: Pascale Naessens is een voedings- en gezondheidsgoeroe die van puurheid en genieten houdt, en liefst puur genieten) klinken, maar het is een waarheid als een koe: haast altijd goed weer, vriendelijke mensen, een overheerlijk keuken, mooie stranden (vaak kiezel of beton, maar je vindt in Kroatië ook schitterende zandstranden), prachtige vergezichten, overweldigende natuur, spannende outdoor-activiteiten en party’s à volonté voor wie ernaar op zoek is.

Wat zo interessant is aan de eilanden in deze baai, is dat ze heel gevarieerd zijn en voor ieder wat wils bieden. Zo is het eiland Rab heel geliefd bij families, gaan de jongeren feesten op Pag, trekken natuurliefhebbers vooral naar Cres en de luxetoerist voelt zich vooral aangetrokken tot Lošinj.

In vergelijking met Istrië en Dalmatië zou men Kvarner nog kunnen omschrijven als een ‘geheime’ of ‘nog te ontdekken’ bestemming, maar in de realiteit is daar eigenlijk weinig van te merken. Plaatsjes als Pula en Rovinj (Istrië) of Zadar, Split en Dubrovnik (Dalmatië) mogen dan wel bekender in de oren klinken dan Opatija en Mali Lošinj, toeristen uit Oostenrijk, Duitsland en de Lage Landen vinden vrij makkelijk hun weg naar de Kvarnerbaai. “Wat zo interessant is aan de eilanden in deze baai, is dat ze heel gevarieerd zijn en voor ieder wat wils bieden. Zo is het eiland Rab heel geliefd bij families, gaan de jongeren feesten op Pag, trekken natuurliefhebbers vooral naar Cres en de luxetoerist voelt zich vooral aangetrokken tot Lošinj. Krk is het meest toeristische eiland, maar dat heeft vooral te maken met de brug tussen vasteland en eiland. Om op Krk te geraken hoef je dus geen ferry te nemen.”

Socialistisch cement

Toevallig heb je ook geen ferry nodig om Opatija te bezoeken, omdat deze prachtige stad – ook wel de Parel van de Kvarner Riviera genoemd – simpelweg op het vasteland ligt, net ten noorden van alle eilandjes in de baai. Ten tijden van het Oostenrijks-Hongaars Rijk was dit stadje met zo’n 12.000 inwoners al een behoorlijk hip en trendy kustresort voor de Weense elite. Getuige daarvan zijn de vele belle époque villa’s die Opatija rijk is. Het meer recente Joegoslavische tijdperk heeft iets van de glans weg weten te poetsen, maar de laatste jaren baadt de Kroatische badplaats weer in de grandeur van weleer: Grand hotels, historische kerken en toprestaurants pronken trots op ruwe rotsen en kijken uit op de Kvarner-eilanden. Dat klinkt heel chique en klassiek, maar Opatija heeft ook een moderne en hippe twist. Het hypermoderne Bevanda Resort schreeuwt design (en cocktails), terwijl een ‘Wall of Fame’ een park in het centrum van de stad opleukt. Alle bekende gezichten op deze graffitimuur zijn geboren in Opatija of hebben het bezocht. Ook de ‘stranden’ van Opatija hebben een hipsterkwaliteit: ze zijn niet van zand of kiezelsteen, maar wel van socialistisch cement gemaakt. Een ietwat bizar en weinig romantisch idee, maar eigenlijk best praktisch en hip.

Island hopping

Om vanuit Opatija naar de eilanden te hoppen, zijn er een aantal mogelijkheden. Heb je een huurwagen, dan rij je naar het oosten voor het eiland Krk en naar het westen voor Cres (spreek uit: Tsres). Eilandhoppen met de huurwagen is in Kroatië bijzonder makkelijk en al zeker in de Kvarner. “Heel handig voor toeristen die veel verschillende eilanden willen ontdekken, is het feit dat de eilanden zo dicht voor de kust en zo dicht bij elkaar liggen. Je hoeft dus niet uren op een ferry door te brengen om aan ‘island hopping’ te doen. Dat maakt het ook interessant voor mensen die graag zeilen. De afstanden zijn klein, maar de variatie groot.” Ivan heeft gelijk: de tocht van het vasteland naar Cres duurt nog geen twintig minuten. En meteen ontvouwt een totaal ander wereld zich voor onze ogen. Cres is het grootste eiland in de Adriatische Zee, maar telt slechts 3.200 inwoners. De rest is puur natuur: heuvels met olijfgaarden en wijnranken, zoetwatermeren, meer dan 1.300 plant- en diersoorten. Op Cres vind je ook nog dorpjes met een handvol inwoners. Letterlijk: vijf. “Van de 3.200 inwoners wonen er ongeveer 2.500 in het stadje Cres, dat ook wel eens ‘Klein Venetië’ wordt genoemd.” Met maar één hotel en maar een paar duizend toeristen per jaar in Cres-stad lijkt die vergelijking wel heel vergezocht, maar de muren en poorten van de stad – net als het historische centrum met veel marmer – heeft inderdaad iets weg van Venetië.

Ongeveer 7.000 mensen wonen in deze stad. Daarmee is Lošinj de grootste eilandstad van het hele land.

Ten zuiden van Cres – verbonden met een brug – ligt Lošinj, een lang en smal eiland dat trots is op haar zuivere lucht (zeer heilzaam voor mensen met ademhalingsproblemen), luxehotels, oogverblindend mooie baaien en de 180 dolfijnen die er op volle zee hun thuis hebben gemaakt. “Lošinj heeft heel wat te bieden, in de eerste plaats vitaliteit! Al 125 jaar brengen toeristen uit heel Europa een bezoek aan dit eiland omwille van de goede lucht en het gezonde microklimaat. Maar ook de natuur is prachtig.” Bovendien is het er in de ‘hoofdstad’ Mali Lošinj bijzonder levendig. “Ongeveer 7.000 mensen wonen in deze stad. Daarmee is Lošinj de grootste eilandstad van het hele land.” In tegenstelling tot Cres vind je hier bijvoorbeeld wel coole cocktailbars op de rotsen, die een heerlijk uitzicht bieden op de zonsondergang. “Het is geen party-eiland zoals Pag of Hvar, maar er valt wel wat te beleven, ook voor jonge mensen.” Luxetoeristen zetten op Lošinj al automatisch koers richting Hotel Bellevue, een gigantisch vijfsterrenhotel, maar ook het gloednieuwe boetiekhotel Alhambra mag er absoluut zijn (en geniet mijn voorkeur).

Belgische ontdekking

Alsof er nog niet genoeg redenen zijn voor Belgen om richting Lošinj te trekken, doet het eiland er op dit eigenste moment nog eentje bovenop: deze lente opent in Mali Lošinj het Apoxyomenos Museum, volledig gewijd aan het bronzen standbeeld van Apoxyomenos dat in de jaren 90 ontdekt werd door een Belgische duiker, veertig meter onder de zeespiegel, tussen twee rotsen verscholen. “Deze Apoxyomenos – want er zijn er meerdere in de wereld – is een Grieks beeld van minstens tweeduizend jaar oud, dat eigenlijk nog perfect intact was toen het werd gevonden door jouw landgenoot. Nadat het beeld in 1999 opgevist werd, heeft het de wereld rondgereisd. Afgelopen jaren stond het in Los Angeles, in het Louvre in Parijs, in het British Museum in Londen. En nu komt het eindelijk naar huis. Speciaal voor dit standbeeld heeft de stad een nieuw museum ingericht in het Kvarner Palace.” Kroaten hebben duidelijk nog nooit van de uitdrukking ‘Finders Keepers’ gehoord…

Het eiland telt 22 zandstranden, vrij uitzonderlijk voor Kroatië dat het vooral moet doen met kiezel- en cementvarianten. De hoofdplaats telt dan weer een twintigtal kerken, prachtige huizen met rode daken, een zeer pittoresk haventje en groene heuvels op de achtergrond.

Iets meer naar het oosten liggen de eilanden Krk en Rab. Ook Krk is een redelijk groot en populair eiland dat veel wijngaarden en tijdens de zomermaanden veel toeristen telt. Baška, in het zuiden, is de populairste badplaats en zou je met een beetje slechte wil een oord van massatoerisme kunnen noemen, maar cultureel en historisch heeft het een grote waarde. Ook in Krk-stad is het aangenaam vertoeven, maar Rab-stad – de hoofdstad van het naburige eiland Rab (de Kroaten zijn niet erg creatief met plaatsnamen) – geniet ongetwijfeld mijn voorkeur. Stad is eigenlijk al veel gezegd, want met 400 inwoners in het oude stadsgedeelte mag Rab al blij zijn om een voetbalploeg bij elkaar te sprokkelen. Dat Rab, het eiland, één van de meest geliefde toeristische bestemmingen is, komt niet aan als een schok. Het eiland telt 22 zandstranden, vrij uitzonderlijk voor Kroatië dat het vooral moet doen met kiezel- en cementvarianten. De hoofdplaats telt dan weer een twintigtal kerken, prachtige huizen met rode daken, een zeer pittoresk haventje en groene heuvels op de achtergrond. Het westelijk deel van het eiland is vooral geliefd bij mountainbikers en hikers. Ook holebi’s en nudisten vinden hun weg naar Rab erg makkelijk. “Wist je dat Rab de bakermat is van het toeristisch nudisme? Dat hebben we te danken aan Koning Edward VIII die hier in 1936 op vakantie kwam. Betoverd door de schoonheid van het eiland besloot hij naakt te gaan zwemmen in de baai van Kandarola. En zo is het nudisme officieel begonnen in Kroatië.” Kortom: kleren uit en naar Kroatië! Maar niet in die volgorde.


 

Zelf gaan?

Het toeristisch seizoen in Kroatië start rond Pasen en eindigt in september/oktober. In oktober kan de Bura, de bijzonder stevige wind uit het hooggebergte, flink razen. Dat merk je ook bijvoorbeeld in Rab op de noordkust van het eiland dat verdacht veel wegheeft van een maanlandschap. De beste reisperiode is juli en augustus.

Wie richting de Kvarner Baai wil vliegen, kan dat doen met Ryanair (naar Pula, Rijeka of Zadar) of met Brussels Airlines en Croatia Airlines naar Zagreb. Vanuit de hoofdstad is het nog zo’n anderhalf tot twee uur rijden naar Krk. In de zomermaanden worden er vanuit Pula en Zadar watervliegtuigjes naar de meeste eilanden ingezet.

Op alle eilanden in de Kvarner Baai zijn veel campings terug te vinden, in alle prijsklassen. In alle grotere dorpen kun je bovendien kamers huren van de lokale bevolking. Kijk hiervoor uit naar de bordjes met opschrift ‘SOBE’. Luxe accommodatie valt niet op ieder eiland te boeken. Wie niet minder dan vijf sterren verwacht, zal vooral op Lošinj zijn gading vinden.

De meeste eilanden hebben de laatste jaren flink geïnvesteerd in haventjes (voor boottoeristen), maar ook in wandel- en fietspaden voor de actieve toerist. Ook leuk is om een zeekayak te huren en langs de kust te peddelen.

 

No more articles