Hijsen op de Hebriden

Loch Uraraidh, Beinn Sholum, Duich, Maol Buidhe, Bruichladdich… De namen van dorpjes, meren, bergen en rivieren op het Schotse eiland Islay lijken wel hersenscheten van wijlen J.R.R. Tolkien. Maar in plaats van een ring is men op de Koningin van de Hebriden in de ban van whisky.

De reis is belangrijker dan de bestemming. Dat vaak geopperde inspirational quotes soms ook gewoon pure quatsch kunnen zijn, wordt meteen duidelijk na aankomst op Islay. We hebben net twee lijnvluchten (Brussel-Amsterdam en Amsterdam-Glasgow), een overnachting in een akelig generisch luchthavenhotel en een bijzonder vroeg maar kort vliegavontuur in een miniatuurvliegtuigje achter de kiezen om onze eindbestemming – de Koningin van de Hebriden, ook wel het belangrijkste whisky-eiland van Schotland genoemd – te bereiken. Gelukkig veegt Islay (spreek uit: Aila) onmiddellijk de slaapprut uit onze ogen en slaat ons in het gezicht met een bijzonder fraai landschap en beloftes van whiskyverwennerijen. Deze bestemming wordt overduidelijk interessanter dan de reis!

Met een inwonersaantal van zo’n 3.200 en een oppervlakte van zo’n 600 vierkante kilometer (ongeveer 20 bij 30 dus, hoewel het eiland nogal een grillige vorm heeft) is Islay zeker niet het grootste Schotse eiland. Voor whiskyliefhebbers is het meest zuidelijke eiland van de Binnen-Hebriden echter wel het allerbelangrijkste exemplaar. Op de befaamde Speyside na vind je hier de sterkste concentratie aan whiskymakers in Schotland. Sterker nog, het eiland is een whiskyregio – en zo zijn er maar zes: Lowland, Highland, Speyside, Campbeltown, Island en Islay – op zichzelf omwille van het specifieke karakter van haar vloeibare goud. Maar ook wie niet van whisky houdt, al kan niemand zich dat op Islay goed voorstellen, kan hier genieten van Scotland’s finest: dramatische kustlijnen, winderige heuvelruggen, groene weiden vol grazende schapen en koeien, prachtige meren en pittoreske kustdorpjes.

Islay vs Ibiza

Op vlak van eilandleven zou Islay wel eens de tegenpool van Ibiza kunnen zijn. In plaats van drommen toeristen, volle stranden, hoge temperaturen, grote hotels en drukke discotheken valt Islay eerder in de smaak bij liefhebbers van stilte en rust, bij wandelaars en vogelspotters, bij hen die het niet erg vinden om het ene moment in het zonnetje te staan en het andere onder een paraplu te moeten schuilen. Het enige punt waar de twee eilanden elkaar wel raken, is waarschijnlijk in de voorliefde voor alcohol. Voor de een betekent dat een verfrissende cocktail in een fel kleurtje met een creatief gedraaid rietje en papieren parasolletje, voor de ander een ‘dram’ lokale single malt, al dan niet afkomstig uit een veldfles tijdens een mooie wandeling door het ongerepte landschap. Dat landschap is bovendien bijzonder gevarieerd: bruinzwarte turfgronden lopen over in gele gerstvelden, oude bossen en glooiende weides bieden uitzicht op kliffen en verlaten zandstranden, wilde herten grazen aan de voet van de heuvels in het binnenland terwijl heldere rivieren door de graslanden meanderen. Vanuit de lucht houden wilde eenden en 250 andere bijzondere vogelsoorten het eiland goed in de gaten. Zeehonden en dolfijnen doen hetzelfde vanuit het blauwe zeewater. Dit is het echte Schotland in een notendop! Wie dan nog per se een pluchen knuffelbeest in de vorm van het Monster van Loch Ness wil kopen, doet dat maar in de luchthaven van Glasgow. Op Islay hoeven geen mythische schepsels uitgevonden te worden om de toerist te boeien.

Broek-leddie

Met turf die overvloedig aanwezig is in de bodem, schone rivieren en vruchtbare akkers vol gerst zou je kunnen vermoeden dat Islay het perfecte eiland is om single malt whisky te maken. En dat vermoeden zou dan kloppen als een bus. De acht nog overlevende distilleerderijen zijn daar het perfecte bewijs van. Haast allemaal dateren ze uit de negentiende eeuw, toen er door een druivenziekte op het Europese vasteland nauwelijks wijn gemaakt kon worden en de Schotten hun kans zagen om de wereld te veroveren met hun alcoholische nectar. Zo ontstonden op het zuiden van het eiland bekende merken als Laphroaig, Ardbeg en Lagavulin met allemaal een uitgesproken rokerige smaak, terwijl de distilleerderijen verder naar het noorden – zoals Bowmore en Bruichladdich iets lichter van smaak waren. Sinds een paar jaar heeft die laatste een cultstatus verworven. Progressieve whiskymakers, zo noemen ze zichzelf. Schenenschoppers in het whiskywereldje. “Bruichladdich (spreek uit: Broek-leddie) bestaat sinds 1881, toen twee ambitieuze broers, de Harveys, besloten om een eigen distilleerderij te openen”, vertelt de jonge gids Kate, die de rondleidingen van de site voor haar rekening neemt en de zus is van de nieuwe ‘Master Distiller’ Adam Hannett. “Omdat de nieuwe vestiging zich bevond op het hoogste stuk van het grondgebied, in een piepklein dorpje, doopten ze hun onderneming ‘Bruichladdich’, wat ‘heuveltje aan de zee’ betekent. De kuststrook schept er sindsdien de typisch ziltige lucht, maar succes kwam niet onmiddellijk aangemeerd. Door twee wereldoorlogen, de depressie en de drooglegging werd alles voor de Bruichladdich-distilleerderij stilaan zwart voor de ogen. Uiteindelijk moest het bedrijf een aanzienlijke periode noodgedwongen haar deuren sluiten.”

Whiskygod

Tot in het jaar 2000, toen twee wijnhandelaars opnieuw een toekomst zagen voor het merk. Zij stelden whiskygod Jim McEwan aan als smaakmeester en productiebaas. “Heel wat andere distilleerderijen op het eiland investeerden in de jaren 90 in automatisering van hun productielijn, om uiteindelijk met veel minder mensen veel meer whisky te kunnen maken. Bij ons was er geen geld om te investeren. Toen Bruichladdich in 2000 werd overgenomen, moest Jim McEwan het nog steeds met hetzelfde materiaal doen als in het geboortejaar van het merk, 1881. En daar werken we eigenlijk nog steeds mee. Ouderwets materiaal en veel handenarbeid, maar een progressieve filosofie. We geloven in onze ‘terroir’: zuiver water uit onze eigen bron, lokale gerst geteeld door boeren die we kennen, turf van het Schotse vasteland. Druppelsgewijs gedestilleerd, zonder kleurstoffen of koelfiltering. Gerijpt en gebotteld op Islay. 100 procent Schots. En gemaakt door ‘locals’ met een passie voor het merk. Zo werken we hier nu met een man of tachtig om slechts anderhalf miljoen liter alcohol per jaar te produceren. In andere distilleerderijen werken misschien maar tien man die met grote machines vijf keer zoveel maken. Wij geloven enorm in authenticiteit en vakmanschap. Het bewijs daarvan kun je proeven.”

Ugly Betty

Het bewijs kun je niet alleen proeven, maar ook zien en ruiken. Een rondleiding in de distilleerderij van Bruichladdich is evenzeer een reis door de tijd. Computers zijn er (buiten de bureaus van de ontwerpers en de social media manager) nauwelijks, belangrijke informatie wordt nog ouderwets opgeschreven in vuile schriftjes en op krijtborden. “Omdat we haast altijd in financiële moeilijkheden zaten, moesten we heel creatief en vindingrijk zijn om onze productielijn draaiende te houden. Zo is trouwens ook onze gin, The Botanist, ontstaan. Ons materiaal was in slechte staat en onze ingenieur had reservestukken nodig. We wisten dat de oude Chivas-distilleerderij op het vasteland op dat moment gesloten zou worden en het lukte ons om die voor een appel en een ei op de kop te tikken. Alle onderdelen zijn toen op een schip geladen en naar Islay gebracht. Tussen de aangekochte rommel vond Jim ‘Ugly Betty’, een unieke Lomond pot-still waarmee hij dacht gin te kunnen maken. Een enorm experiment, want Jim wist helemaal niks van ginproductie. Na jaren van onderzoek en experimenteren is in 2010 The Botanist op de markt gekomen, een ‘small batch’ gin gemaakt uit negen basisaromaten en tweeëntwintig lokale, met de hand geplukte, in het wild groeiende, botanische ingrediënten van het eiland. Er wordt wel eens van een Islay whisky gezegd dat je de Schotse bodem erin kunt proeven, maar dat geldt dus ook voor onze gin.”

James Brown

Eén van de mensen die verantwoordelijk is voor het bewerken van die Schotse bodem – in het bijzonder de enorme boerderij naast Bruichladdich – is James Brown. Niet de Godfather of Soul uiteraard, maar wel de Grote Vriendelijke Reus die naast de gerst voor Bruichladdich Islay Barley en Port Charlotte Islay Barley ook het bronwater levert en tegelijkertijd runderen van het merk Angus en Highland kweekt. Een bezoekje aan zijn boerderij is net als aan het winkeltje met Bruichladdich- en The Botanist-staaltjes een feest voor de zintuigen. Eerst mogen we mee naar zijn Highland-runderen die haast over elkaar heen springen als James Brown met voeding komt aanzetten. “Ze hebben mij ook al vaker de grond op gewerkt met een kopstoot”, lacht de boer. “Weet je trouwens dat deze runderen twee keer zo lang nodig hebben voordat ze geslacht kunnen worden in vergelijking met Angus-runderen? Pas als je zo’n stukje op je bord krijgt, weet je dat het de moeite waard is.” Terug in zijn woning laat hij ons zijn bureau zien en trekt zijn archiefkasten open, waar in elke lade wel tien ongeopende flessen whisky liggen. “Fancy a dram?”, vraagt hij, terwijl hij naar zijn doedelzak grijpt en het op een blazen zet. Schotser dan dit wordt het leven niet…

 


Zelf gaan?

Om in Islay te geraken kun je een ferry nemen vanaf het Schotse schiereiland Kintyre (reistijd: 2u20) of vliegen vanaf de luchthaven van Glasgow met de luchtvaartmaatschappij FlyBE. Vanuit Brussel reis je via Amsterdam naar Glasgow met KLM.

Om het eiland te verkennen, huur je best een wagen aan de luchthaven. Er zijn wel bussen, maar die hanteren nogal onregelmatige uren.

Op Islay staan acht nog werkende whiskydistilleerderijen, waarvan een aantal een bezoekerscentrum en bijbehorend café/restaurant hebben.

Grote hotels zijn er niet op Islay, maar overnachtingsmogelijkheden in alle prijsklassen zijn er voldoende. Wie geld wil uitsparen, kan op één van de twee kampeerterreinen terecht. Maar omdat het in de zomer nooit echt warm wordt en altijd wel winderig blijft, is kamperen enkel voor de echte liefhebber weggelegd.

Op Islay kun je heerlijk eten. Lokaal worden oesters gekweekt, maar ook het lokale lam, rund en hert zijn overheerlijk. Een aanrader is het restaurant van het Port Charlotte Hotel, dat trouwens ook een tiental kamers aanbiedt.

In mei vindt op Islay het Islay Festival of Music & Malt plaats, zonder twijfel de drukste week van het jaar op het eiland.

Meer informatie over Bruichladdich vind je op www.bruichladdich.com.