Palm Springs, hipsterhang-out in de woestijn

In de eerste helft van de vorige eeuw was Palm Springs de luxueuze schuilplaats en altijd zonnige speeltuin van de Hollywoodsterren. Na een broodnodige opfrissing de laatste jaren is de woestijnstad nu ‘cooler’ dan ooit tevoren. Anno 2017 is Palm Springs het Californische mekka voor architectuur- en designliefhebbers, hotelhipsters en natuuraanbidders.

Het is lunchtijd in Palm Springs en de eigenaar van de pas geopende ‘haute dog’-tent Frankinbun brengt me één van zijn specialiteiten: Chicken and Waffle on a Stick. Juist, kip en wafel op een stokje. Te soppen in een kommetje siroop. Ik bedenk nog snel dat ik misschien beter voor het Vietnamese streetfood van ‘Rooster and the Pig’ (ook een recente aanwinst voor Palm Springs) had gekozen, maar na één hap ga ik overstag. Ongezond lekker. Dit is ondertussen mijn derde bezoek aan de woestijnstad, maar nooit eerder had ik op culinair vlak zo veel (hippe) keuze. “Palm Springs heeft de laatste jaren een flinke metamorfose ondergaan”, vertelt Tristan, geboren en getogen in Palm Springs en het creatieve brein achter Frankinbun. “Downtown is misschien nog een tikkeltje ‘tacky’, maar het bruist er wel van de activiteit, net als in de rest van de stad. Als je Palm Springs binnenrijdt, zie je meteen het nieuwe Arrive, een type Ace Hotel voor reizigers met een iets hoger budget. Negen moderne gebouwen met daken in de mid-centurystijl, die de stad zo typeert. Die stijl vind je downtown ook terug in het nieuwe Architecture and Design Center, Edward Harris Pavilion, dat eind 2014 geopend is en deel uitmaakt van het Palm Springs Art Museum.”

Palm Springs heeft de hoogste concentratie van mid-century modernistische gebouwen in heel de wereld. Als je een echte fan bent van deze stijl, valt Modernism Week, elk jaar in februari, warm aan te bevelen.

Modernistisch tankstation

Je hoeft niet veel van architectuur te weten om het mid-century modernisme als stroming onmiddellijk te herkennen in Palm Springs. Een bezoekje aan het Palm Springs Visitors Centre in het noorden van de stad – en dus op de invalsweg voor citytrippers die uit Los Angeles komen – zet meteen de toon. Deze toeristische dienst is ondergebracht in het voormalige Tramway Gas Station, een tankstation met een opvallend dak ontworpen door Robson Chambers en Albert Frey in 1965. “Palm Springs heeft de hoogste concentratie van mid-century modernistische gebouwen in heel de wereld”, vertelt een enthousiaste kantoormedewerker. “Strakke lijnen, veel glas, innovatieve materialen, veel buitenruimte, dat typeert deze stijl. Vergeet zeker geen bezoekje te brengen aan ons gemeentehuis, het Kaufmann Desert House en het Frey House. Eigenlijk kun je haast iedere straat inrijden om een goed voorbeeld van ‘Desert Modernism’ tegen te komen. Als je een echte fan bent van deze stijl, kan ik je trouwens onze Modernism Week, elk jaar in februari, warm aanbevelen.” De drie voorbeelden van de man zijn nog maar het tipje van de ijsberg. Wie meer wil, kan naar het Cree House (Albert Frey), het Edris House (E. Stewart Williams), het Palevsky Residence (Craig Elwood), het Tramway Valley Station (Frey & Chambers), het Elrod House (John Lautner) en boekt een kamer in het modernistische Del Marcos Hotel, in de Orbit In, in de Skylark of uiteraard in het Ace Hotel & Swim Club. Dit acht jaar oude Ace-filiaal speelt als ultieme ‘hipster hang-out’ trouwens een belangrijke rol in de heropleving van Palm Springs.

LEES OOK: 3x modernistische hotels in Palm Springs

Pool party

Na de invasie van de vroege Hollywoodsterren en entertainers – Frank Sinatra, Dean Martin, Sammy Davis Jr., George Hamilton, Bing Crosby, Kirk Douglas, Cary Grant, … – brak in Palm Springs het lange tijdperk van de oude, rijke, golfverslaafde man aan die het stoffige woestijnstadje vooral in het weekend onveilig maakte. De senioren lopen er in de 21ste eeuw nog steeds rond, maar van vrijdagavond tot zondagmiddag wordt de woestijnstad overspoeld door op feest beluste jeugd. En dat feest wordt bijvoorbeeld geserveerd aan het zwembad van het ook al recente Hard Rock Hotel, waar je in het weekend haast letterlijk over de koppen kunt lopen. Ook het kleurrijke The Saguaro en het Ace Hotel & Swim Club organiseren des weekends legendarische pool party’s. “Palm Springs gets crazy on weekends”, vertelt de barman van het Hard Rock Hotel, waar ik nietsvermoedend twee nachten heb geboekt. En het feestseizoen duurt lang: al in februari gaat het kwik richting 25 graden, met in juli en augustus gemiddelde maximumtemperaturen die rond de 40 graden schommelen. Een mooi zwembad en een verfrissende cocktail lijken dan plots geen overbodige luxe meer.

Het kortste pad leidt me langs vijf uitkijkpunten die een perfect zicht bieden op de Coachella Valley, met in de verte de Salton Sea, een gigantisch zoutmeer dat ontstaan is na een dijkdoorbraak in de Coloradorivier begin twintigste eeuw.

Einsteins bankje

Op zoek naar rust en sereniteit ontbijt ik op maandagochtend in The Willows, een tot klein luxehotel omgebouwde villa in Spaans koloniale stijl. Op de heuvel boven de villa plof ik na de maaltijd even neer op een bankje. “Dit was het bankje van Albert Einstein”, deelt de uitbater me mee. “Hij was goed bevriend met de vroegere eigenaar en kwam regelmatig naar Palm Springs om van de zon en het uitzicht te genieten.” Overduidelijk een genie, die Einstein. Het uitzicht is inderdaad onwaarschijnlijk mooi, met links downtown Palm Springs, in de verte voor me de Indian Canyons en rechts Mount San Jacinto, de bergkam die ik vandaag wil tackelen. “Daarboven in de bergen is het altijd zo’n tien tot twintig graden kouder dan hier in de vallei. Neem dus zeker een trui of een jasje mee.” Zo gezegd, zo gedaan. Een kwartier later sta ik aan de voet van de berg, aan de Palm Springs Aerial Tramway om precies te zijn, een 53 jaar oude kabelbaan die me in tien minuten van 800 naar 2.600 meter hoogte vliegt. Daar besef ik dat ik zwaar ‘underdressed’ ben in mijn korte broek en teenslippers. Zover het oog reikt, zie ik sneeuw. Maar ik ben nu eenmaal gekomen om een deel van de 87 kilometer aan hiking trails te bewandelen en dat zal ik dus ook doen. Het kortste pad leidt me langs vijf uitkijkpunten die een perfect zicht bieden op de Coachella Valley, met in de verte de Salton Sea, een gigantisch zoutmeer dat ontstaan is na een dijkdoorbraak in de Coloradorivier begin twintigste eeuw. Mijn bevroren tenen neem ik voor lief.

Tuimelkruid

In dat ander natuurpark dat aan Palm Springs grenst, de Indian Canyons, is het later op de dag heel wat warmer. Met haar honderden palmbomen en waterpartijen is dit park – gerund door echte Cahuilla-Indianen trouwens – een ware oase. De voorouders van die Cahuilla’s vonden hier eeuwen geleden genoeg water, planten en dieren om comfortabel te kunnen overleven in de woestenij van de Coachellavallei. Overblijfselen van hun huizen, dammen, irrigatiemethodes, greppels en kunst vallen hier nog altijd te bewonderen. In vergelijking met dit natuurgebied valt het Joshua Tree National Park, op zo’n 45 minuten rijden van Palm Springs, haast een maanlandschap te noemen, enkel bevolkt door rotsachtige heuvels, tuimelkruid (tumbleweed) en … Joshua trees. Toch is de uitstap naar dit immense nationaalpark meer dan de moeite waard. De grillig gevormde Joshua tree is een van de meest karakteristieke planten (geen bomen dus) in de Mohavewoestijn. De grootste exemplaren zijn ongeveer 12 meter hoog en naar schatting 900 jaar oud. Bovendien zijn ze extreem fotogeniek.

Terug in Palm Springs wordt het hoog tijd voor een avondmaal. En hoewel er twee Belgische restaurants zijn – Pomme Frite en Le Vallauris – kies ik voor een lokale favoriet: Johannes. Oostenrijker Johannes Bacher had het lef om de culinaire schnitzel in Palm Springs te introduceren en dat verdient in mijn ogen een bezoekje. Tot mijn verbazing zit Johannes afgeladen vol. Na burgers en hotdogs zijn schnitzels waarschijnlijk de nieuwste culinaire verwenning voor de hongerige hipster. Achteraf staat er nog een cocktail bij de wel zeer trendy bar BAR (soms moet je een naam niet ver gaan zoeken) op het programma. De perfecte afsluiter van een lange dag.

Vintage

Op mijn laatste dag in Palm Springs moet ik nog twee belangrijke plekken af kunnen vinken: het Uptown Design District en het Palm Springs Art Museum. Tot de permanente collectie van dat museum behoren meer dan 55.000 objecten van de Amerikaanse en Californische kunst uit de 20ste eeuw, net als kunstwerken van Picasso en Matisse. Het PSAM is – hoe kan het ook anders? – gehuisvest in een pareltje van modernistische architectuur in het centrum van Palm Springs en bestaat uit 28 galerijen. Galerieën vind je dan weer ‘uptown’ in het designdistrict, waar liefhebbers van ‘retro chic’ en vintage hun hart ophalen. “Elk jaar krijgen we steeds meer grote Europese opkopers over de vloer die vintage spulletjes inslaan en met grote containers naar Europa brengen. Blijkbaar is Palm Springs de ‘vintage heaven on earth’”, besluit Jeff, een lokale galeriehouder.


Zelf gaan?

Palm Springs ligt op twee uur rijden van Los Angeles en LAX. Een huurauto is aangewezen (tip: boek via Sunny Cars).

Wie in lokale stijl – desert modernism dus – wil slapen, kan bijvoorbeeld terecht in het Ace Hotel & Swim Club, in de Skylark of in The Saguaro.

Meer info over Palm Springs vind je op www.visitpalmsprings.com.