In de schaduw van het immer blinkende Atomium en op een scheetlengte afstand van het Koning Boudewijnstadion – gisterenavond veroverd door superster Beyoncé – ligt Mini-Europa, een Belgische versie van Madurodam en dus een wereld (in dit geval een Europa) in miniformaat. Oftewel het tamste ‘pretpark’ van het Oude Continent.

Terwijl de Generaal en de Magistraat dag 45 van de zomerroadtrip door Europa beleefden, trok ik gisteren met mijn vrouw naar de Brusselse Heizel, waar volgens de geruchten Beyoncé in het wild te spotten viel, maar ik vooral veel Pokéstops en weinig interessante Pokémon tegen het lijf liep. Van de Amerikaanse superster was geen sprake, zelfs niet in Mini-Europa, toch het meest educatief verantwoorde (en tegelijkertijd meest tamme) pretpark van heel Europa en dus het ideale uitje voor dochter Blue Ivy Carter, mijns inziens. Als kind was ik er zelf vreemd genoeg nooit geweest. Misschien leek het me toen al een tegenvaller. Of vond ik het naburige zwempark Océade simpelweg veel interessanter. Alleszins had ik toen al gelijk: miniatuurparken zijn onzin. Het bewijs wordt ter plekke gegeven door het Atomium dat als een dreigende donderwolk over het park hangt en duidelijk maakt dat bezienswaardigheden op schaal 1:1 (i.p.v. 1:25) veel indrukwekkender zijn. Meteen het grote voordeel van Mini-Europa: je liefde voor het Atomium wordt flink aangewakkerd. Prachtig ontwerp trouwens, dat Atomium. Het zou me niet verbazen als Beyoncé en haar dochter in één van die bollen naar hedendaagse kunst stonden te loeren.

“Wandel door de allermooiste steden van het Oude Continent en ontdek de Big Ben en zijn typisch deuntje in hartje Londen. Gondels en mandolines doen je de charmes van Venetië ontdekken. Volg de Thalys van Parijs tot aan de andere uithoek van Frankrijk. Breng zelf de animatie op gang: doe de Vesuvius uitbarsten, breek de Berlijnse muur af, versla de stier in de arena van Sevilla en nog zoveel meer… 300 monumenten en plekjes van een ongeëvenaarde kwaliteit.” De copywriter van Mini-Europa heeft flink zijn/haar best gedaan om het miniatuurpark te promoten. En als je eenmaal over de eerste golf van ongeloof – heb ik hier 12,50 euro voor betaald? – heen bent, valt het best mee in Mini-Europa. Zo zijn er bijvoorbeeld niet minder dan twaalf Pokéstops in het park, maar nog veel belangrijker: onderweg leer je zaken over Europa die je nog niet wist. En zie je steden waar je als reisjournalist nooit eerder bent geweest en gebouwen die je vanop een afstand toch nog in verwarring brengen (daar in de verte, is dat de Sacré-Coeur of de Kathedraal in Moskou die misschien nog beschilderd moet worden?). Je leert hoeveel inwoners Estland, Letland en Litouwen hebben (alweer vergeten, sorry, maar misschien een totaal van 7 miljoen ofzo?), wat de hoofdstad is van Nederland (blijkbaar is dat Veerle) en dat er in Duitsland nog veel plekken zijn waar je ooit, als senior, een leuke dag kunt beleven. “Mini-Europe is boven alles een uitnodiging om te reizen”, zo laat de website weten en misschien is dat ook wel zo. Het gaf me alleszins zin in het warme water van badhuis Széchenyi in Boedapest. En in een wandeling naar de Akropolis. En een ritje in de Thalys (nooit vertragingen). En in een flinke vulkaanuitbarsting!

Net als Europa zelf heeft ook Mini-Europa een onzekere toekomst. En dit is misschien nog de beste reden om te gaan: het contract met de vzw Brussels Expo loopt in januari 2017 af en het is onduidelijk of het park daarna nog een plek krijgt op de Heizel. Vergelijk het met een neushoornsafari: ga nu, voordat het te laat is.

No more articles