Het is twaalf over twaalf en de zon is zojuist onder gegaan. Ik zit buiten en heb me net met een soort deodorant-stick ingesmeerd met anti-muggen-lotion. Doe je dat niet, dan ben je verloren. De muggen in Noord-Zweden zijn met veel en ze zijn nietsontziend. Ze vliegen in wolken, kruipen onder je broekspijp, in je nek, op je neus en gaan zelfs in je haren zitten, met dagenlang jeuk op je kruin als gevolg. Laat je het raampje van je auto open staan, dan zoemen ze naar binnen en krijg je ze er niet meer uit. Ze voeden zich met je bloed en geven je er jeukende bulten, frustratie en wanhoop voor terug. Opgesloten zitten in een kamer vol muggen, het zou een uiterst effectieve martelmethode zijn.
Op Bodens Camping, waar we voor een nacht een klein huisje hebben, lijkt het wel eind van de middag. Twee kinderen scheuren voorbij op een step. Uit campers klinkt gelach en de hemel kleurt staalblauw. Maar het is net na middernacht. Ik ben moe, maar kan niet slapen. Daarbij: de natuur is ’s nachts veel mooier dan overdag. Het licht zachter, het water verstild. Alsof de natuur ligt opgebaard, wachtend tot ze over een paar uur als Sneeuwwitje wakker wordt gekust.

Een tollend kompas

Na een nacht in een trein en een nacht in een UFO begin ik het ritme langzaam kwijt te raken. Gisteravond sliep ik slecht. Toen ik om half drie ’s nachts wakker werd en naar de wc moest, vroeg ik me versufd af waar ik was. Door het antwoord, in een UFO in Lapland, werd ik niet veel wijzer.
De zon is dan wel net onder, over vijftig minuten is ie weer op. Niet eens genoeg tijd voor de schemering om zich te laten zien. Omdat we nog verder naar het noorden gaan, is dit voorlopig de laatste zonsondergang. Hoe leef je met altijd maar licht? Kent Lindvall, van het Treehotel in Harads, haalt z’n schouders op en zegt er gewend aan te zijn. Zoals iedereen hier. ‘Je werkdagen zijn vooral langer’, zei Kent. ‘Je gaat in de zomer door tot bijna middernacht. Maar ik slaap toch wel zeven á acht uur elke nacht. Dat is genoeg.’
Eerder dit jaar, nog noordelijker op het toen donkere Spitsbergen, vroeg ik me hetzelfde af. Ook daar zeiden de meeste mensen: je went er aan. Maar toch waren er ook mensen die het moeilijk vonden. Door dat continue licht in de zomer sta je altijd aan, zeiden ze. Tot het soms wel eens te veel kan zijn. De dagelijkse cyclus zoals wij die kennen, gaat niet op. In het uiterste noorden gaat de zon niet onder in het westen. Hij gaat helemaal niet onder. Alsof je een magneet tegen een kompas houdt, zo tolt de zon rondjes aan de hemel.

 

No more articles