Het oorspronkelijke plan ging als volgt: eenmaal aangekomen in Narvik in Noorwegen, zouden we doorreizen naar pak ‘em beet Harstad. Dat is een van de stops van de Hurtigruten en daar zouden we dan een plekje op de boot bemachtigen. De mooiste zeereis ter wereld, wordt de Hurtigruten genoemd. Soms laten ze de toevoeging zee weg, dan is het gewoon de mooiste reis ter wereld. Tussen Bergen in het zuiden en Kirkenes in het uiterste noorden, tegen de grens met Rusland aan, stop je dan 34 keer. Je ziet de volledige kustlijn van Noorwegen, op een klein deel in het zuiden na. En alles vanaf het water. Bergen die rechtstreeks uit zee oprijzen. Rode vissershuisjes op de kade. Bijkomend voordeel: we zouden het hele land zien zonder elke keer te hoeven pakken, sjouwen en verplaatsen. Een dag of tien op dezelfde plek, maar dan continu ergens anders.
Maar ze keken ons een beetje meewarend aan, toen we aangaven met twee personen een hut te willen reserveren. De Hurtigruten in de zomer, die boek je op z’n minst een jaar van te voren. Dus veel plezier in Noorwegen maar wij zitten vol, meneer.

Wat je allemaal tegenkomt

Ander plan dus. We besloten het dan maar simpel te houden. Het laatste stuk richting het noorden doen we nu gewoon met de auto. De etappe op het programma, van Narvik naar Alta, is een lange. Ruim vijfhonderd kilometer. Daar doe je in Noorwegen al gauw meer dan zeven uur over, als je in één stuk doorrijdt. Er gaat maar één weg omhoog en die slingert langs de randen van de fjorden, die diep het land in kunnen snijden. Soms zie je aan de overkant van het water de weg waar je anderhalf uur later zelf rijdt. We houden onszelf voor zo min mogelijk te stoppen. Dat lukt in het begin, maar wel met moeite. Het landschap is betoverend. De bergen zo groen dat alleen er naar kijken je al frisser maakt. Het water dan weer tandpastablauw, dan weer diep en donker. Dan lijkt het wel dikker, alsof je terug zou veren als je erin springt.
We passeren campers en volgen motorrijders. Spelen kiekeboe met de natuur als we een serie tunnels door moeten. Waar je ook kijkt, ergens is altijd wel een waterval. Vlak voor Alta stoppen we omdat er een kudde rendieren over de wegloopt. In Aronnes schiet een poolvos een weiland in.
Bijna elf uur na vertrek zijn we waar we moeten zijn. Het zo min mogelijk stoppen is niet gelukt.