Als deze zomerblog een zoektocht zou zijn naar het allermooiste stukje Europa, dan kunnen we er na vandaag wel mee stoppen. We zijn aanbeland op de Lofoten, een eilandengroep voor de Noorse kust. In Reine, bijna het eindpunt van een route door 230 kilometer onwerkelijke natuur. Het vissersdorpje, met zo’n 350 inwoners, ligt verspreid over kleinere eilandjes in een baai geplakt en wordt met een aantal bruggen aan elkaar verbonden. Direct aan het ondiepe en kraakheldere water staan rode en gele vissershuisjes – allemaal van hout. Achter de baai schieten steile bergen direct de hoogte in.
Op een bankje buiten de kayak- en fietsverhuur neemt Niklas Lindgren (27) nog eens een slok koffie uit z’n thermosmok. De Zweed – felgele jas aan, bloemetje in z’n zwarte kapiteinspet, blauwe ogen en blond lang haar met weelderige baard – is hier drie jaar geleden letterlijk aan komen zeilen. Hij was duikinstructeur in de Cariben en kreeg toen te horen dat er een stuk dichter bij huis nog een waar paradijs op hem lag te wachten. Want dat water hier rondom de Lofoten lijkt niet voor niets tropisch. Zo helder vind je het bijna nergens. En diep, diep naar beneden ligt hier het grootste koraalrif ter wereld. Combineer dat met skiën in de lente, hiken in de zomer en de verzameling bewuste, vrije mensen die hier wonen en je snapt waarom hij al voor het derde seizoen op rij de Lofoten niet los kan laten.

Jo hé, Jo ho (jo fucking ho)

Niklas heeft na drie jaar af en aan op de Lofoten inmiddels een aardig beeld, wij zijn hier slechts anderhalve dag. Dat is te kort. De schoonheid is te veel. Te groot om zomaar te kunnen bevatten. Te omvangrijk om alleen maar doorheen te rijden. Vanaf het moment dat we net onder Harstad de E10 op draaien, de kant van de Atlantische Oceaan op, staan alle zintuigen wijd open. Het mooie weer dat we tot nu toe vrijwel zonder uitzondering bij ons hadden blijft achterwege, maar we krijgen er iets voor terug dat de verbeelding misschien nog wel meer tart. Mist, soms wat regen en dan weer een paar zonnestralen die door de grijze sluier breken. Alsof de hemel langzaam naar beneden dondert, zo zijn de bergtoppen omringd door dikke, witgrijze wolken. Het maakt de kleuren van de natuur puur. Het groen is groener. Er hangt een mystiek waardoor het bestaan van Thor ineens volstrekt logisch lijkt. We rijden langs verstilde bergmeren, bij Eggum staat een hele vallei vol met roomwit fluitenkruid. Een heel eiland in bloei. En dan komen we aan in Reine.
Het aanzicht op het dorp, de baai en de bergen ontroert. Letterlijk. Het kan ook de wind zijn, maar mijn ogen worden vochtig. Een brok in m’n keel. Zoals Formule 1-commentator Olav Mol bij de Grand Prix winst van Max Verstappen het niet droog hield, zo sta ik nu naar een Noors vissersdorpje te kijken. ‘Man, dat ik dit meemaak, je lult niet meer. Bi-zar. Fucking bizar. Jaren zit je naar dingen te kijken, en te hopen, en daar is ie. Jo hé, jo ho, jo fucking ho wat bizar. Ongelooflijk. De wereld is zo mooi, en dit is het allermooiste plekje.’

 

No more articles