De jongen die de kaartjes controleert stelt me met één handbeweging gerust. ‘Vlak’, zegt hij, en hij strekt z’n vingers. ‘Dus geen last van zeeziekte?’ vraag ik nog voor de zekerheid. Hij schudt van nee, en lacht schamper. Alsof ik zelf niet kan zien dat er vandaag een donkerblauw biljartlaken tussen de Lofoten en het vasteland ligt. Je zou er op kunnen schaatsen, zo glad is de zee.
De bootangst die ik de afgelopen jaren heb ontwikkeld zit diep. Vandaag gaat de ferry van Moskenes naar Bodø, een overtocht van vier uur. Maar ik heb voor mindere boottripjes het vagevuur zien branden. Twee dagen duizeligheid was het resultaat van anderhalf uur varen tussen Lanzarote en Fuerteventura. Dominica, het mooiste eiland van de Cariben, bereikte ik ooit huilend van ellende. Roepend om m’n moeder, die toch al tien jaar niet meer leeft. Zeeziekte is een hel die je je ergste vijand niet gunt.
Maar vandaag is het vlak. Niet eens een briesje. De boot dommelt hoogstens af en toe wat heen en weer, zoals je een baby liefdevol in slaap wiegt. De zon schijnt, buiten is het aangenaam. Verschillende passagiers hebben stoelen op het achterdek gezet, met zicht op de bergen waar we zo weg van varen. Laat de show maar beginnen.

Op zee

Ja, vandaag is een rustige dag, beaamt ook zeeman Lasse Riise (54). Hij is het manusje van alles op de ferry, waar elf bemanningsleden drie weken lang, 24 uur per dag op doorbrengen. Dan staat ie weer de wc’s te boenen, dan stuurt ie vanaf de brug het schip een beetje bij.
‘Voor de zomer is het wel normaal, die rustige zee, maar in de herfst en winter kan het spoken’, vertelt hij. Het meest extreme dat hij op de ferry meemaakte was dat de boot even compleet de lucht in ging. En hop, met een klap weer neer op de golven. Resultaat: veel kotsende passagiers. Geen pretje hoor, want wie moest dat allemaal weer opruimen? Ja, Lasse dus.
Zelf is hij nooit zeeziek. Vroeger wel, ooit zelfs een jaar lang. Dan maakte het niet uit of hij op het water was of aan wal, de zeeziekte bleef. Maar ja, dat gaat dan toch ook weer een keer over. Hij steekt z’n linkerhand op. De middelvinger mist. Het leven op zee is niet zonder gevaren. Dertig jaar lang viste hij op kabeljauw. Voor de kust van Denemarken raakte z’n vingers verstrikt in een touw. Tsjak. Drie stuks eraf. Konden ze er nog wel opzetten, maar de middelste wilde niet meer.
Kapitein Roger Johansen (45) hoort het allemaal met een glimlach aan, terwijl hij z’n mok koffie nog eens aan z’n mond zet. Ach ja, het leven op zee. Hij kan niet zonder. Hoe verder op het water hoe beter. Vroeger viste hij op garnalen in de Barentszzee. Dan dobberde hij wekenlang in de buurt van Nova Zembla.
Nu vaart hij vier keer per dag tussen Bodø en Moskenes en dat is ook prima.

No more articles