‘Bob’, zegt Bob en schudt ons ferm de hand. We hebben onze bagage net in de rekken gelegd en gaan tegenover hem zitten. Naast Bob zit z’n vrouw. Ook die steekt haar hand uit, met een grote glimlach. ‘Margareth’, zegt ze.
Ik heb het vaker gehad, met name in vliegtuigen, dat mensen zich aan je voorstellen als ze naast je zitten. Daar heb ik me vaak over verbaasd. Want maakt het uit voor je reis dat je de naam van je wel heel tijdelijke buurman of buurvrouw weet?
Maar Bob en Margareth zijn open en hun blik is lief. Voor we het weten steekt Bob al van wal, over dat ze pas een paar weken geleden besloten om naar Noorwegen te gaan. Van Oslo naar Kirkenes vliegen en daar de Hurtigruten naar Bergen pakken. Trein terug naar Oslo en dan door naar Frankrijk voor nog een paar weken het vooral erg rustig aan doen in Chinon. De Loire is mooi, fijne mensen ook! En wijn, lekker. Die Hurtigruten die is natuurlijk vol ja, normaalgesproken in het hoogseizoen. Maar zíj hadden een reisagent. Al jaren. Nog nooit ontmoet, want zij woont in Californië en Bob en Margareth in Ohio. Akron! Jawel, daar komt LeBron James vandaan. 52 jaar won geen enkel team in Ohio een competitie. Maar deze zomer. De Cavaliers, basketbal, en dat door LeBron James uit Akron. Straatfeest!
Maar die reisagent dus. Een telefoontje of mailtje en ze regelt het allemaal. Die kent mensen. Had ook deze trein geboekt. Comfortabel dat die is, en niet duur die eerste klas. ‘Er is ook gratis koffie en thee’, zegt Bob tegen Margareth.
De trein zet zich in beweging.
‘Gaan we’, zegt Bob.

Mooiste treinreis ter wereld

Ja, ze zijn Amerikaans, Bob en Margareth. Dat houden ze niet verborgen. Hij z’n witte polo in een kaki broek. Zij: colbertje, bloemig shawltje om, ietwat losse broek en witte sneakers van New Balance. Maar geen groepsreizen hoor, ben je gek. Dat doen ze dus niet. Die zeven uur durende reis van Bergen naar Oslo behoort tot de mooiste treinreizen ter wereld, had Margareth gelezen. Maar jammer dat het weer wat tegenvalt nu. Op de boot was het ook vaak slecht. De Noordkaap, waren ze ook geweest. Zagen ze dus geen hand voor ogen. Bob excuseert zich, die gaat even een aan de andere kant van het gangpad zitten, alleen. Niet omdat ie het gezelschap niet waardeert hoor, nee, zeven uur is toch een lange reis. Binnen vijf minuten ligt hij te dutten.
Ondertussen slingert de trein langs water en door bergen. Vaak letterlijk, de route telt een boel tunnels. Rij je die uit, dan verschijnt er weer een nieuw landschap, een ander vergezicht. Van mistige fjorden tot besneeuwde hoogvlakte, je krijgt het allemaal maar voorgeschoteld.
Bob is weer wakker en Margareth volgt hem naar de restauratiecoupé. Het NSB Café. Zakje chips, flesje wijn. Na twee uur komt hij terug, even wat uit z’n tas pakken. ‘De Franse wijn is beter dan de Italiaanse wijn hier.’ En weg is ie weer. Een uur voordat de trein Oslo binnen rijdt, komen ze allebei weer zitten. ‘De mooiste treinreis die ik heb meegemaakt’, zegt Bob. ‘Mooier dan Nieuw-Zeeland.’ Mooi verhaal voor de kinderen en kleinkinderen ook, vindt Margareth.
Ja, kleinkinderen, sommigen zijn al volwassen zelfs. Bob en Margareth zijn zelf toch al weer halverwege de 70.
In Oslo helpen we met de bagage en zeggen we gedag. ‘Het was leuk jullie te ontmoeten’, zegt Bob. En hij geeft weer een ferme handdruk.