Kamperen went snel. Eén nacht in de open lucht is genoeg om je man van de natuur te voelen, ook al lig je midden in een woonwijk van Antwerpen. Eén vroege ochtend – vijf uur wekker, spullen opruimen en half zes de weg op – genoeg om je een ongefundeerd gevoel van vrijheid mee te geven.
Vijf uur op, dat is wel vroeg. Erik heeft, ja sorry dat ie het zegt, dus gewoon kut geslapen in z’n tentje. Paste er ook net niet helemaal in. Toen ik m’n camper uit kroop (waar je dus prima in slaapt), lag hij al een tijdje met z’n hoofd buiten de rits van de tent. ‘Ja, was al wakker’, zei hij. ‘En dan heb je zo tenminste een beetje frisse lucht.’
Sebastiaan zagen we niet meer in de ochtend. Die vond half zes toch echt de vroeg. Hij zei de avond ervoor gedag, met de mededeling dat hij graag de voordeur open zou laten voor als we naar de wc moesten of iets moesten pakken, maar dat dat helaas niet ging. ‘Poging tot inbraak gehad laatst, dus moeten even voorzichtig zijn.’ Maar het was een incident hoor, die inbraakpoging. Komt zelden voor, zorgen zijn niet nodig.
Half zes draaien we de ring van Antwerpen op. Dat wil zeggen, ik rij en Erik ligt achterin wat slaap in te halen. ‘Die camper ligt inderdaad een stuk beter.’

Verrassing

Of je Duitsland nu per trein doorkruist en met de boot verlaat, of er in één ruk doorheen rijdt op weg naar Oostenrijk, het blijft een saai land. Na twaalf uur en een beetje zijn we in Graz.
Erik: ‘ik heb een hotelletje geregeld.’
Hij wist de naam niet precies meer. Baumgarten ofzo. In het navigatiesysteem komt het Augarten Art & Design Hotel het dichtst in de buurt en die vinkt hij dan ook maar aan.
Cornelia, blonde haren, reebruine ogen, is de front office manager en kan ons geruststellen. We zijn op de juiste plek. Ze pakt de reservering erbij, maar eerst vertelt ze enthousiast over het hotel. Ontworpen door architect Günther Domenig. Onderdeel van Design Hotels, een wereldwijde keten van de allermooiste accommodaties. Staat en hangt vol met kunst, dat hadden we waarschijnlijk al gezien. Enfin, hier is jullie sleutel. Jullie hebben het penthouse trouwens. Moet je in de lift even de sleutel in de bovenste knop steken en omdraaien, dan kom je er vanzelf.
Het penthouse.
Een eigen sleutel voor de lift. Die direct in de kamer uitkomt. Dat hadden we allebei nog nooit gehad.
We stappen in. Als de liftdeuren zes verdiepingen hoger weer open gaan, ligt er tachtig vierkante meter aan luxe voor ons. Comfortabele banken in een ruime zithoek. Nóg fijnere kuipschommelstoel. En alles ruim en licht.
Kamperen went snel. Een penthouse went sneller.