Het begon allemaal vrij normaal vandaag. Ontbijtje buiten, eentje die zo in de Oostenrijkse versie van Landleven zou kunnen. Houten tafel gedekt met wit, geruit kleed en daarop bloemtejesservies. Zon die tussen de heldergroene bladeren van de boom schijnt waar we onder zitten. Die boom is 450 jaar oud.
Verse koffie, broodjes, zelfgemaakte jam. Alles geserveerd door gastvrouw Hertha. Stefan, de heer des huizes, is al druk bezig met van alles en nog wat. Gras maaien nu. Hij staat een stuk verderop en steekt z’n hand op.
Na het ontbijt moeten we er vrij snel vandoor. Naar Wenen. Vandaag is de eerste van een aantal vliegvelddagen. Dagen waarop mijn reisgezelschap wisselt. Erik, die vanuit Antwerpen meereed naar Oostenrijk, vliegt weer terug naar huis. Arjan, een vriend uit Amsterdam, komt met hetzelfde vliegtuig aan. Ik wacht een uurtje in het panoramarestaurant en zo verloopt alles behoorlijk efficiënt. Zo gaat dat de komende weken nog een paar keer. In Skopje, nog twee keer Wenen, Florence, Venetië en Innsbruck vliegen er tijdelijke reisgenoten in of weer uit.

Fileflirten

Arjan ken ik uit Utrecht, toen we samen in de kelder van het Nederlandse amateurvoetbal speelden. In de allerlaagste divisie voor eerste elftallen eindigden we steevast tweede van onder. Hij komt de ontvangsthal van het vliegveld binnenlopen. Sporttasje over z’n schouder, lach op z’n gezicht. Hij is lang, dun, kijkt altijd vrolijk en heeft heel soms in de verte wat weg van acteur Ashton Kutcher. Maar dan minder gespierd en een stukkie minder haar, al kan Arjan wel ‘acteren’ want hij speelde eens voor een verzekeringsmaatschappij in een YouTube reclame van 15 seconden. Hij houdt wel van wat avontuur. Besloot ooit last-minute voor acht maanden naar Australië en Zuidoost Azië te gaan. Liet iedereen dat minder dan een week van te voren weten. Studeerde in Hong Kong, Zweden en Amerika maar zit straks wel zonder baan. Voor een weekje Oost-Europa was ie wel te porren. ‘Zeg maar waar ik heen moet vliegen’, was z’n reactie.
‘Potentieel probleempje’, moest hij trouwens even kwijt. ‘Mijn paspoort is niet meer langer dan een half jaar geldig. Even kijken hoe dat bij al die grenzen gaat. Hij laat z’n paspoort zien. Geldig tot 19 januari 2017. Op z’n pasfoto staat hij met vlassig snorretje en een grote Arafat shawl om.
Bij de eerste stop op weg naar Kroatië heeft hij z’n spijkerbroek en t-shirt omgewisseld voor een korte broek en Feyenoord shirt. ‘Mooi toch. Kom, ik rij wel.’ Vlak voor Graz worden we ingehaald door een busje met acht lachende Oostenrijkse meisjes erin. Eenmaal voor ons gaan ze zachter rijden, dus rijden wij er weer voorbij. Dat herhaalt zich een paar keer. Plots verschijnt er een briefje voor de achterruit. ‘Wil je een biertje?’ staat erop. En ze wijzen naar rechts.
We rijden achter ze aan, je weet het immers nooit en zo’n dagelijkse blog vult zichzelf ook niet. Op de parkeerplaats drinken we een biertje mee. Arjan niet, die moet nog rijden. We blijven niet lang hangen. Zij moeten naar Karinthië, wij naar Kroatië. Bovendien, de jackpot was het nou ook weer niet. Je wordt nou nooit door je droomvrouw van de snelweg getrokken.


No more articles