Het terras van Caffe U Prolazu zit bijna helemaal vol. Groepjes vrienden, stelletjes, iedereen zit buiten. Op bankjes met kleurige kussens, of op krukjes. Iedereen heeft een waterpijp voor zich staan. Tussen de gesprekken door wordt er een hijs genomen en rook de lucht in geblazen. Fruitige rook. Tabak met een smaakje. Een hele menukaart vol. Van appel en bosbes tot mint, meloen en namen als Dragon’s Breath en Dirty Blonde. Op de kaart staan zo’n veertig smaken.
Het is een tafereel dat je eerder verwacht in Dubai, Muscat of Istanbul. Alcohol is in het café niet te krijgen, alleen shisha. Het personeel maakt de waterpijp voor je klaar, start de boel met een flinke hijs op en zet daarna frisdrank of thee voor je neer. Dan ben je de komende anderhalf uur zoet.
U Prolazu ligt in de wijk Baščaršija, het historische district van Sarajevo. Het ziet er allemaal erg Ottomaans uit. Dunne torentjes van moskeeën, lage huisjes, smalle straten. Niet ver hier vandaan werd iets meer dan honderd jaar geleden aartshertog Franz Ferdinand vermoord, met de Eerste Wereldoorlog als gevolg.
Maar het was een andere oorlog die er voor zorgde dat dit café pas sinds zeven jaar bestaat. Sarajevo, kapot geschoten in de jaren negentig en in het anderhalve decennium daarna in opbouw, stond het niet eerder toe, vertelt Haris (24), een van de medewerkers. Van de oorlog in Bosnië heeft hij zelf niets meegemaakt. Te jong. Maar zijn vader heeft hem genoeg verhalen verteld.

LED-auto’s en straathonden

Tegenwoordig is de stad een fijne mix tussen de oosterse invloeden van vroeger en de westerse van nu. De zomeravonden zwoel, het leven buiten. De soms beklemmende hitte van overdag trekt snel weg als de zon ondergaat. Dan flaneren de meisjes in korte jurkjes over straat en staan de jongens met sportschoollichamen met een aandoenlijke stoerheid naast hun auto of tegen een muurtje geleund. Klaar voor de nacht. Rondrijdend in hun felrode, gifgroene of LED-verlichte cabrio’s.
Nog wel een probleempje zijn de straathonden. Als we een hoek omslaan, staan er acht te scharrelen bij een paar vuilcontainers. Zeven kijken niet op of om, de achtste begint te grommen en te blaffen. We lopen een stukje om, maar moeten dezelfde kant op als de roedel. Die struinen als een straatbende door het centrum van Sarajevo. Haris, later: ‘Ja, daar is in het verleden wel wat gedoe mee geweest. Meestal doen die honden niks, maar soms bijten ze. Het is een beetje hoe je er zelf mee omgaat. Geef je ze geen aandacht, doen ze jou ook niks. Reageer je met angst of agressiviteit, dan zoeken ze je op.’ Toch ziet hij ook wel dat inwoners en toeristen kunnen schrikken als ze ineens oog in oog staan met acht flinke beesten. ‘Er wordt aan een oplossing gewerkt. Projecten om die honden een thuis te geven. Tot die tijd, beetje oppassen als je ’s avonds naar huis loopt.’

No more articles