‘Fuck de tunnel, en het museum. Wat mij betreft stort dat hele ding vanmiddag nog in elkaar.’ Abid Jašar (59) is duidelijk. Hij woont direct naast de Tunel Spasa, een van de bekendste plekken van heel Bosnië. Om kort wat duiding te geven: in 1993 belegerde het Servische leger Sarajevo. Vanuit de bergen was de stad aan alle kanten omsingeld. Om toegang tot de stad te houden werd door het Bosnische leger een tunnel gegraven van de wijk Dobrinja tot het vliegveld. 760 meter lang, iets meer dan anderhalve meter hoog en een meter breed. De tunnel zorgde er voor dat de stad kon overleven en op de plek van de uitgang bij het vliegveld is nu een museum.
Abid hielp mee met de bouw van de tunnel. Hij reed met een vrachtwagen vol explosieven door belegerd gebied, vier maanden lang. Werd een aantal keer beschoten, overleefde het maar zag kameraden sneuvelen. Waarom hij boos is? Hij riskeerde z’n leven voor zijn land. Nu is de oorlog voorbij en heeft hij helemaal niks. Geen baan, geen pensioen, geen inkomen. Niks. Ze hadden hem, en andere veteranen die de tunnel bouwden, een baan moeten geven in het tunnelmuseum. Maar ze lieten hem dus mooi stikken. Vriendjespolitiek daar bij de overheid.

Elke dag

Abid z’n blauwe ogen staan droevig, maar ergens zit er nog een laag achter. Dezelfde melancholische blik als acteur Bill Murray. Als daad van verzet is hij zijn eigen souvenirshop en parkeerplaats begonnen. Als er toeristen aan komen rijden, dirigeert hij ze zijn parkeerterrein op. Twee mark (€1) per auto. De parkeerwacht van het museum, tien meter verderop aan de overkant van de weg, ziet het met lede ogen aan. Als mensen Abid vragen of hij kaartjes voor het museum verkoopt, zegt hij met een stalen gezicht dat ze daarvoor in de stad moeten zijn, bij het tourist office. Zullen ze toch echt een kwartiertje moeten terugrijden. Pas als ze daadwerkelijk aanstalten maken om rechtsomkeert te gaan, zegt hij: ‘Nee, je betaalt gewoon bij de ingang van het museum’ en dan wijst hij naar het huis naast hem. ‘Joke’, zegt hij. ‘I like joke.’ Maar hij lacht er niet bij.
Elke dag staat hij hier, voor z’n huis. Van negen uur in de ochtend tot vijf in de middag. In januari, als het sneeuwt. In juli, als het bloedheet is. Maar het doet hem allemaal niks, zegt hij. Alleen om z’n twee kleinkinderen geeft ie. Een prinsesje van bijna vijf en een jochie van drie. De rest van de wereld: een grote grap. En het tunnelmuseum voorop. Het zijn harteloze boeven.

De tunnel (2)

‘Als je over Abid wil praten, moet je bij de gids van het museum zijn’, zegt de man achter de kassa van Tunel Spasa. De gids is een studente van 24. Lange zwarte rok aan, speels staartje in haar zwarte haar en donkerbruine ogen met erboven een laagje felblauwe oogschaduw. Ze studeert economie (‘volgende maand diploma’) en werkt in de weekenden in het museum. Ze wil niet op de foto en ook niet haar naam geven. Ze heeft zelfs helemaal geen zin om over Abid te praten, zegt ze, en ze zucht nog eens diep. ‘Er is zo veel mooiers te vertellen over Sarajevo en Bosnië dan deze burenruzie.’
‘Luister’, zegt ze. ‘Ik ga je twee dingen vertellen. 1. Als een strijd niet die van jezelf is, moet je je er niet zomaar mee bemoeien.’ Bij punt twee volgt een lang verhaal. Over perspectief en relativeringsvermogen. Ja, Abid is slachtoffer van een falende, of zoekende overheid. Sommige oorlogsveteranen zijn aan hun lot overgelaten. Die hebben geen nazorg of sociaal vangnet gekregen. Maar het verhaal van Abid kent twee kanten, uiteraard. Hij werkte vroeger in de souvenirshop van het museum. Er was een conflict met een van de buren – weet niet precies wat maar de buurvrouw deed aangifte – en Abid en het museum gingen uit elkaar. Dat Abid de tunnel het liefst ziet instorten daar kan ze niet bij. Nu spreekt ze namens zichzelf, niet namens het museum. ‘Dit is een plek met zo veel historische waarde. Dat is groter dan een persoonlijke vete, vind ik.’ ‘Bovendien’, voegt ze toe: ‘indirect verschaft het museum haar buurman nog steeds werkgelegenheid. Zonder museum parkeert er niemand bij Abid.’

Nieuwe generatie

Nu zit ze dus toch over de boze buurman van het museum te praten. De tegenzin speelt weer op. Er zijn belangrijkere verhalen te vertellen dan deze. ‘Weet je wat het lastige van ons land is? Onze generatie – mijn generatie – heeft geleerd dat het individu voorop staat. Net zoals in de rest van Europa en de westerse wereld. Zelf iets bereiken, zelf ergens voor gaan, zelf, zelf. Abid, mijn ouders en hun generatie, zijn het tegenovergestelde gewend. Tito, de leider van Joegoslavië, schotelde hen propaganda voor met maar één boodschap: samen ergens voor strijden. Gezamenlijk iets bereiken. Niets individueel, alles samen.’
Wat dat over Abid zegt? ‘De filosofie die hij kent heeft hem in de steek gelaten.’
Als we weer buiten zijn, staat Abid nog steeds voor z’n huis, naast een bord vol koelkastmagneetjes. Toeristen de verkeerde kant op te wijzen, z’n verhaal vertellen aan bezoekers die vragen stellen. Maar de meesten doen dat niet.

Zelf gaan? De beste hoteldeals in en vluchtdeals naar Sarajevo vind je via Momondo.nl.

?c=20485&m=769612&a=237063&r=&t=html #038 - De tunnel