En op dag 39 lagen we dan eindelijk, eindelijk in het water.
Het heeft even geduurd. Vijf en een halve week en twaalf landen. Hartje zomer in Europa en nog geen enkele keer gezwommen, aan het strand gelegen of een zwembad in gedoken. Ja, een dronken duik in een Zweeds meer, maar die tellen we voor het gemak maar even niet mee. Voor de rest: te koud (Noorwegen), niet mogelijk als het toch warm was (elke rivier in elke stad) of niet mogelijk als het toch warm was (‘het binnenland’).
Ook vandaag duurde het even, om bij het verfrissende en oh zo verdiende zeewater van Kotor in Montenegro te komen. Vanaf Sarajevo is het zo’n vijf uur rijden, op papier. Maar op papier rijden er geen Volkswagen busjes die nog veel ouder zijn dan de onze over de Bosnische wegen. Of paard en wagen. Op papier rij je niet door dorpjes waar jan en alleman vrolijk over straat banjert, zonder op- of omkijken. Of over wegen die nog helemaal niet aangelegd zijn. Maar op papier is het allemaal ook een stuk minder mooi.

De bergen van Montenegro

We dachten via Mostar de grens met Montenegro over te steken. Kopje koffie bij de Stari Most, de mooiste brug van het land. En dan rakelings langs het Kroatische Dubrovnik zo richting de Montenegrijnse kust. Maar Google-maps besloot anders. Dus dwars door het bergachtige binnenland. Kronkelend en slingerend in de mist. Tot we de Tara voor ons zagen stromen en er ineens een grenspost was. Zo eentje midden in de bergen. Bosnië uit aan de ene kant van het water, krakkemikkige houten brug over en Montenegro in aan de andere kant. Met een ouderwetse stempel in je paspoort en een strenge blik van de douanier. Door de Tarakloof, na de Grand Canyon de grootste kloof ter wereld, reden we verder naar het zuiden en verder naar de kust. Tot we uiteindelijk uitkeken over de Adriatische Zee en afdaalden naar Kotor. Dat ligt ter hoogte van Pescara in Italië, of, als je de kaart een slag draait en de kortste lijn mogelijk trekt, Bari.
In Kotor lachte het Mediterrane geluk ons toe. Het water fris en helder, de oude binnenstad Italiaanser dan menig plaatsje aan de overkant van de zee. We zwommen, klommen de burcht boven de stad op, dronken wijn uit Montenegro en aten vis en pasta. ’s Avonds, terwijl de hemel vol sterren stond en we nog even buiten zaten, klonk zachtjes de saxofoon van Charlie Parker.
Goed, die laatste had ik dan zelf opgezet. Je mag het geluk soms best een beetje opzoeken.


De beste hoteldeals in en vluchtdeals naar Montenegro vond de Ambassade via Momondo.nl.