We reden een beetje lukraak Pristina in, de hoofdstad van Kosovo. Op zoek naar een hotel. De drukke hoofdweg ging over in steeds nauwere straatjes, waar de bus maar net doorheen paste. Toen we bijna vaststonden, op de stoep van hotel Begolli, kwam Nasr naar buiten lopen.
Of we een kamer nodig hadden.
Nasr was een jaar of vijftig. Wit overhemd aan met korte mouwen, zijn das in dezelfde kleur als de camper. Die kon zijn collega meteen wel even parkeren trouwens, en hij wees naar het steegje naast het hotel waar al vier auto’s stonden. Hij keek nog eens naar ons Nederlandse nummerbord. Ja, Duits sprak hij ook.
De onderhandelingen begonnen. Nasr liet ons verschillende kamers zien, met verschillende prijzen. Hij deed een bod, wij een tegenbod. Dan zei Nasr ‘dat is goed’, maar wilde hij toch nog even een andere kamer laten zien. We kwamen uit bij de suite op de bovenste verdieping. Met een douchecabine met 27 massagestralen, die mochten we ook gebruiken natuurlijk als we deze namen. Verder aanwezig: kingsize bed, airconditioning en een zithoek met twee witleren stoelen en een grote, witleren bank. En uitzicht over de stad, natuurlijk. Normale prijs: negentig euro. Voor jullie: vijftig. Zeventig als jullie allebei een eigen willen. ‘Dat is €35 per persoon’, rekende hij voor. ‘Oh, en we zitten hier op loopafstand van het centrum, dus die auto kun je mooi laten staan.’

Bulevardi Nënë Tereza

Rond etenstijd trokken we naar het centrum van Pristina. Naar Bulevardi Nënë Tereza. Een autovrije winkelstraat, waar het al behoorlijk druk begon te worden. Aan beide kanten van de straat terrasjes. Er liepen ballonnenverkopers, op kleedjes lagen souvenirs en prullaria uitgestald. Verderop stonden boksmachines. Zo hard mogelijk tegen een boksbal slaan, tot je ringtingting hoort en trots naar je vrienden kunt kijken. Door de winkelstraat liepen families, groepjes vriendinnen. Iedereen op z’n dooie gemak.
We gingen ergens zitten.
Flaneren is een serieuze bezigheid in Oost-Europa. Rondslenteren om gezien te worden. De meisjes op hun mooist, de jongens lachend en kijkend. Bij het bestellen van het tweede biertje zagen we de eerste mensen alweer de andere kant op lopen. Na het eten waren ze inmiddels vier keer heen en weer gelopen. Flaneren kent geen andere bestemming dan de boulevard waar je op dat moment bent. Kom je aan het einde, dan keer je weer terug. En dat de hele avond lang. Met af en toe een pauze aan een terrastafeltje.
Het is fascinerend om naar te kijken. En het verveelt geen moment. Af en toe wordt er iemand gedag gezegd, om vervolgens weer door te gaan met de hoofdactiviteit van de avond. Heen en weer lopen tot je weer lekker op huis aan gaat.