Het regent en niet zo’n klein beetje ook. De hele dag door komt het met bakken uit de hemel. Dikke druppels spatten uiteen op de paraplu boven me. Op de Middeleeuwse gevels van Salzburg. Op het koperen dak van de Dom. Op de marmeren muren en op de stenen straten. Het regent, het regent en de meest toeristische stad van Oostenrijk wordt nat. Het is heerlijk. Na wekenlang meer dan dertig graden en niets anders dan zon komt achttien graden en pestweer als een geschenk van boven. Lange broek aan, trui. Gooi die open haard maar aan vanavond en laat de herfst maar komen.
Wat toeristen doen op een regenachtige dag in Salzburg? Precies hetzelfde als wanneer de zon zou schijnen, alleen nu met paraplu of poncho. Een bonte parade van regenschermen banjert door de stad, de meesten in het spoor van de familie Von Trapp en Mozart. Een deel met duidelijke tegenzin. Humeurig, met uitgelopen mascara of een met gel besmeurd voorhoofd. We zijn nu eenmaal op vakantie, dus leuk zullen we het hebben. Populaire attractie vandaag: het Dommuseum. Dat is lekker groot en daar doe je lang over.

Domme boeren

Wij lopen met stadsgids Sandor. Een Nederlander die nu vijftien jaar in Salzburg woont. Kent de stad op z’n duimpje en weet overal wel wat over te vertellen.
‘Mozart was de enige componist ter wereld die nooit hoefde te schrappen in een compositie. Deed alles eerst in z’n hoofd, en daarna pas op papier. Foutloos.’
‘Dietrich Mateschitz, de eigenaar van Red Bull, is een hele normale, aardige man.’
‘Er is een restaurant hier in Salzburg waar je ook buiten kunt eten als het regent. Dat doen vooral Arabieren. Vinden ze prachtig. Daar regent het twee keer per jaar, hier twee keer per dag.’
Sandor vond de regen trouwens wel meevallen. ‘Miezer’, noemde hij het. Als we zouden willen, zouden de straten binnen vijftien minuten blank staan, zo hard kon het hier in Salzburg regenen. Maar dat wilden we niet.
Hij stopte bij een muurschildering met erop een stier in twee kleuren. Dat verhaal moest hij toch even vertellen. In de Middeleeuwen werd de omringende boeren de toegang tot Salzburg ontzegd. Prima, zeiden de boeren, maar wij er niet in, dan jullie er niet uit, en ze blokkeerden de stad. Doel: uithongering. Dat lukte, maar na een paar weken verzonnen de stedelingen een list. De enige stier die ze nog over hadden, lieten ze op de stadsmuren grazen. De volgende dag weer, alleen hadden ze de stier nu in een andere kleur geschilderd. En dat de dagen erop weer. Moraal van de boeren gebroken, want het was toch duidelijk te zien dat er nog eten genoeg in de stad was. Belegering opgeheven. Toen de vrede was getekend en de stier naar buiten werd gebracht om alle verf eraf te wassen, viel bij de boeren het kwartje. De bijnaam van de Salzburgers werd geboren: de stierenwassers.
We liepen door. Langs de rivier de Salzach en langs de oudste bakkerij van de stad, waar alles nog door een watermolen werd aangedreven. En het regende nog steeds.