Sommige dagen gaan niets anders dan voorbij. Die kabbelen mee in de kalmte van het leven.
Van Salzburg reden we naar St.Wolfgang am Wolfgangsee. Als je ooit in je leven de termen pittoresk en schilderachtig wil gebruiken, dan vinden ze het hier in St. Wolfgang helemaal niet erg als je ze op dit dorpje plakt. St. Wolfgang binnen rijden is naar Oostenrijk turen door een ouderwetse kijkdoos. Kleurige hotels inclusief houten balkons met bloembakken. Een bedevaartkerk die beroemd is onder veel gelovigen. Beschilderde huizen en net als in Salzburg veel mannen in lederhosen en vrouwen in dirndl. Franz-Jozef, de keizer van Oostenrijk-Hongarije, kwam hier graag.
Als we de auto parkeren, loopt de kerk net leeg.
Iets verderop in de straat stonden vier brandweerauto’s uitgestald voor de kazerne. Open dag bij de vrijwillige brandweer. Families konden een rondje rijden in de grote bluswagen en er werd gebarbecued en bier gedronken. Met live muziek. Tuba, gitaar en trekzak. Later kwam er nog een trom bij.
Op het water werd gewaterskied. Vanaf de berg renden paragliders naar beneden tot ze de lucht in zweven.
In de kerk stond een priester met een diepe, donkere huidskleur. Franz, die ons door de kijkdoos St. Wolfgang rondleidde, wist daar ook het fijne niet van. ‘Onze priester is Pools’, zei hij. ‘Die zit hier nu een jaar of tien.’

Wahnsin

Dat rondleiden dat deed Franz wel vaker. Anders zat hij maar thuis. Hij zal ergens in de zeventig zijn. Witgrijs haar, bruine ogen met een felblauw randje eromheen. Vaalgele polo en kaki lange broek. En maar vertellen. Er zat in ieder geval een nieuwe heup in, zei hij. ‘Wahnsin.’ Elke keer als hij iets constateerde waar z’n hart een klein sprongetje van maakt, zei hij ‘wahnsin’.
We liepen een stukje de berg op achter St. Wolfgang. Voor het uitzicht. Hij was blij dat we met hem mee omhoog gingen. ‘Veel van mijn gasten’, zei Franz, ‘kunnen dat niet meer.’
Wolfgang, zijn buurman, stond het gras te maaien. Dat deed hij met een groot, log, ouderwets apparaat. Franz: ‘Wahnsin!’ Daar was het toch veel te warm voor. Bovendien, Wolfgang was al in de tachtig.
Bij restaurant Weisser Bär was de eendenborst op. Helemaal uitverkocht.
We moesten ook echt nog even met het treintje omhoog, naar de top van de Schafberg. Spectaculair uitzicht. Het beste van heel Oostenrijk, durfde Franz wel te stellen.
Maar het treintje was defect.
’s Avonds koelde het wat af. Uit de kerk klonk muziek. Strijkers. De nacht viel sneller dan de dag verliep.