Alsof er eind jaren zeventig is gezworen om de komende decennia maar even helemaal niets meer te doen aan de inrichting van Gasthof Stauseewirt. Hier binnen lopen is je direct thuis voelen in een andere tijd. Of nou ja, thuis, meer te gast. Thuis zouden we het toch anders doen.
De tegelvloer is parelmoerblauw. Erop staan lichtbruine tafels en stoelen. De stoelen, en banken die vast tegen de muur staan gemonteerd – eigenlijk bestaat het restaurantgedeelte uit één grote hoekbank en vijf tafels – zijn bekleed met iets wat nog het meest lijkt op een Afrikaans motiefje. In verschillende kleuren. Groen, oranje, geel, lichtblauw, bordeauxrood, alles komt erin terug. Alle kleuren, ook die van de vloer, zijn inmiddels vaal. Gesleten door de tijd, en de sigarettenrook die hier dagelijks van ontbijt tot diner hangt.
Voor het kozijn hangen kanten gordijntjes die ooit wit waren. De lampenkappen zijn van glas.
Voor de bar – zelfde kleur bruin als tafels, stoelen en enkele immense wandmeubels – staan vier leren barkrukken met rugleuning. Uit twee zilvergrijze speakers klinkt bluesmuziek. The Thrill Is Gone, jammert B.B. King. Gasten zijn er niet vandaag.

Hannes

We worden ontvangen door Hannes. Een man die z’n naam eer aandoet. 46 jaar oud. Jonge huid en een volle, grijze haardos. Z’n bruine ogen staan een beetje droevig, ook al lacht hij vaak als hij iets zegt. Hij is student informatiemanagement in Graz en dit is z’n vakantiebaan. Hij is helemaal opnieuw begonnen. Dat moet soms, zegt hij. De familie van zijn vriendin heeft verderop een vakantiehuisje in het bos. Daar brengen ze de zomers door. Op een dag ging Hannes erop uit en trof hij Gasthof Stauseewirt. Prachtig gelegen aan de kop van de Stausee, en van de vele meren in Karinthië. Klein maar langgerekt en vol heldergroenblauw water met aan beide oevers rijen vol naaldbomen. Toerisme is in dit deel van Oostenrijk nog niet doorgedrongen, hoe onwaarschijnlijk dat ook klinkt. De enige activiteit op het meer komt van een bootje met twee vissers erin.
Gasthof Stauseewirt was nog maar net van eigenaar veranderd. Kostas, een Griek, kocht het hotel/café/restaurant in mei, nadat de zaken met z’n vijf hotels in Griekenland niet zo best verliepen. En hij kon wel wat hulp gebruiken. Dus werd Hannes meteen aangenomen.
‘Het is eigenlijk wel een tragisch verhaal’, zegt Hannes. De vorige eigenaren verloren een kind door een auto-ongeluk. Toen hebben ze het Gasthof volledig gelaten voor wat het was. Jarenlang werd er niets meer aan gedaan.’
Maar Kostas zag er wel wat in. De eerste verandering: souvlaki op het menu en huisgemaakte tzatziki bij de gebakken aardappels. Dan komt de rest vanzelf later wel.