Vroeger was ik al eens in Slovenië geweest. Maar hoe oud ik toen was en waar precies, daarvoor is het te lang geleden. In mijn herinnering was er op een gegeven moment een meer, met daar midden in een eilandje waar een kerkje op stond. En ik weet nog dat mijn vader na elke kampeerstop erg precies de auto inpakte. De koffers vol kleding, alle losse spullen in kratjes, en als een blokkendoos werd alles dan in de achterbak in elkaar gestapeld. Dan ging er daarna een geruit kleedje overheen en konden we keurig naar de volgende bestemming. Daar reed hij af en toe iets te hard over de bochtige bergwegen, waardoor mijn broer naast me met een plastic zak tussen z’n benen zat en m’n moeder tegen m’n vader zei: ‘nou, nou, het mag allemaal best een tandje minder, van Oort’. En dan keek hij een tikkeltje geïrriteerd voor zich uit, want hij had al die bochten toch ook niet bedacht en zo onstuimig reed hij niet.
We waren een gelukkig gezin op vakantie.
En nu reden we over dezelfde wegen Bled binnen. Het water van vroeger lag nu voor me, met de kerk op het eilandje als blikvanger. We waren niet de enigen. Het meer van Bled blijkt hét toeristische hoogtepunt van Slovenië.

Hoogseizoen

Dus trokken we door. Bijna dertig kilometer verderop lag het meer van Bohinj, dat nog mooier moest zijn. Tijdens de lunch in een stadje iets voor het meer, besloten we om eens te gaan kijken naar een plek voor de nacht.
Op de bonnefooi reizen heeft voordelen en nadelen. Niet weten waar je de volgende dag gaat zijn haalt soms de avonturier in iemand naar boven. Dat we nu in Slovenië waren bijvoorbeeld, was vooraf helemaal niet het plan. Maar na een stop aan een stuwmeer in het uiterste zuiden van Oostenrijk lag de grens zo dichtbij dat we besloten om ook eens een dagje aan de andere kant te gaan kijken.
Lucas, die ik twee dagen geleden in Wenen oppikte, pakte z’n iPad er eens bij. Om vrij snel tot de conclusie te komen dat vrijwel alles in de buurt, ook in Bled, vol zat of de hoofdprijs vroeg. Op de bonnefooi reizen in het hoogseizoen kent soms meer nadelen dan voordelen.
Na nog wat zoeken – een overvolle camping in de kou, want ’s nachts koelde het af tot een graad of tien, zagen we niet zo zitten – boekten we twee kamers bij Sostar Guesthouse in Zelezniki. Geen idee waar het lag, maar het was nog geen uur rijden.
We belandden hoog in de bergen, ergens midden in Slovenië. Buiten was het helemaal stil. Na het eten dronken we bier bij een kampvuur. Door het bos achter ons trokken een paar herten voorbij.
Waar we morgen belanden, het zal ergens in Italië zijn. Waar precies, nog geen idee.