En op dag 58 begrepen we het leven net weer een beetje beter. We zitten onder een zuilengalerij tegenover het Castello Este in Ferrara. Voor ons op tafel ligt een grote houten plank met Tagliere Salumi, Mortadella Bologna, Prosciutto Parma, Sausice Ferrara en Pancetta Parma. Fles rode wijn uit Emilia-Romagna erbij en een vriendelijke lachende serveerster van Hostaria Savonarola die om de zoveel tijd komt informeren of alles nog een beetje naar wens is. Binnen hangen salami’s van wel twee meter lang, naast gedroogde hammen en kasten vol wijn en limoncello. Boven ons staat de halfvolle maan aan een kraakheldere hemel. Eromheen twinkelen een handvol sterren.
Ferrara is een provinciehoofdstad zoals er wel meer zijn in Italië. Niet zo druk en bekend als Venetië, Bologna of Florence maar met een manier van leven die makkelijk kan wedijveren met de voorspelbare keuzes van La Dolce Vita. Op plekken waar ooit graven en geestelijken zich te goed deden aan kruiken wijn en hompen vlees, zwerven nu jongeren op zoek naar het geluk van de zaterdagavond. Zittend op de trappen van het stadhuis, met een gitaar en zelf meegebracht bier. Af en toe fietst er iemand voorbij over het plein voor het vierkante stadskasteel. Rammelend op een oud barrel, maar met een glimlach als Roberto Benigni in La Vita é Bella. ‘Buongiorno Principessa!’ Ook al is het bijna nacht.

Lasagna en Ravioli

De middag in Ferrara was al niet veel anders. Slenterend onder de kleurige parapluutjes die boven de Via Zemola hangen. Door de brandende zon op het Piazza della Cattedrale. Zittend in de schaduw of afkoelend met een ijsje. Ferrara, wist Lucas te vertellen, is de bakermat van de tortelli en ravioli. Ook de lasagna is hier heilig. De logische verklaring was dat er in de omgeving veel boerenland is, en dat de basale benodigdheden als graan en mozzarella altijd voorhanden waren, en zijn. Maar om echt dieper in het verhaal te duiken, daar waren we op dit moment te loom voor. Het bleef een zaterdag in augustus.
Na de overdaad van worst, en kaas, ’s avonds bestelden we de lasagna nog wel, met pompoen en paddestoelen.
Aan de tafel naast ons zat een op en top Italiaanse dandy. Blauwe, suede instappers, witte skinny spijkerbroek met opgerolde pijpjes. Hemelsblauw overhemd vol witte bolletjes, opengeknoopt tot aan de navel. Strak gesneden colbertje in dezelfde kleur en een wit pochet. Karafje wit op tafel, sigaar in de binnenzak en blonde krullen tegenover hem. Z’n spitse, kortgeknipte sikje en puntige snor maakten het helemaal af.
We mochten het leven dan weer net wat beter begrijpen, zo op een zaterdagavond in Ferrara. Zo ver als onze buurman zijn we nog lang niet.