Als je altijd maar op reis bent, dan schiet een fatsoenlijk sociaal leven er af en toe wel eens bij in. Over de oplossing schreven we eerder al even: de vliegvelddagen. Meereizende vrienden die ergens in Europa komen aanvliegen, een weekje meerijden en vervolgens weer vanaf een ander vliegveld naar huis vliegen. Deze week zijn dat Lucas en Robert-Jan. Mannen van het goede leven. De een bestelt in vloeiend Italiaans, de ander laat het zich genoeglijk smaken.
Deze week kent een fijne overdaad aan thuis, ook al ben ik nu toch al zo’n acht weken op pad. Broer Wouter zit met vrouw (Annemarlijn) en kind (Linde) in een agriturismo in Le Marche. Zo’n landelijke villa met door de zon gebleekte bakstenen, een oprit van grind met aan weerszijden cipressen en een vespa die voor de deur staat om de advertentie op internet kloppend te maken. Zwembad in de tuin, uitzicht over het glooiende landschap, waarbij je als je op de top van een van de heuvels staat, je in de verte de Adriatische Zee kunt zien. Mondavio, heet het dorpje dat vanaf de dichtstbijzijnde heuvel uittorent boven de rest van het landschap. Een Borgho più bello d’Italia. Een vestingstadje met een keurmerk, om het zo maar te noemen. Zodat er geen misverstand kan bestaan over de schoonheid ervan.

Nicola

Niet alleen mijn broer blijkt in de buurt te zitten deze week, ook een oom met gezin kampeert in de omgeving. Dus zitten we bij toeval met een flinke groep familie en vrienden aan het zwembad. De barbecue warmt al op, de wijn is reeds ingeschonken. We konden ook hier wel een nachtje kamperen, stelde Wouter voor. ‘Moet je alleen even met Nicola overleggen.’
Nicola was de eigenaar van de agriturismo. Nouja, eigenlijk de zoon van de eigenaar. 25 jaar jong en de verpersoonlijking van de Italiaanse zomer. Hij kwam aangereden in een oude maar puntgave kever. Zonnebril onder z’n flinke bos zwarte krullen. Bloemetjesoverhemd aan en een paar simpele instappers. Z’n vader was op vakantie in Griekenland, dus hij nam de honneurs waar. En een paar extra gasten, dat was uiteraard geen enkel probleem. Die agriturismo, dat was wel een succes trouwens. Altijd vol in de zomer, maar wat wil je. Een van de beste witte wijngebieden van Italië, waar je overdag enkel de wind hoort ruisen en ’s avonds niets anders hoort dan krekels. Zelf zat Nicola ook in de bamboe. Die groeide hier ook. Die verkocht hij dan. Van bamboe werd van alles gemaakt. Papier, kleding, maar ook meubels. Je kon het zo gek niet bedenken of bamboe was er geschikt voor.
Hij wenste ons veel plezier. Tot laat werd er gegeten en gedronken. Een Nederlandse versie van een Italiaanse Bertolli-reclame.