Of ik wel even wilde opschrijven dat oom Cas een leven heeft gered, gister op het strand van Torette. Een Serviër met een paarsrood aangelopen hoofd, bloed uit z’n mond en gorgelende geluiden. Epileptische aanval, met een stuk afgebeten tong die voor het bloed zorgde. Er waren al twee Nederlandse artsen ter plaatse – ook in zwembroek en bikini – en met oom en tante erbij nu vier. Stabiele zijligging, na wat tests al snel de conclusie dat hij niet in levensgevaar was en daarna maar wachten op de ambulancebroeders.
‘Dat gebeurt papa zo vaak’, zei Jeroen, m’n neefje van elf. Tsja, je plicht als arts, en het is maar goed dat er genoeg artsen op het strand liggen, of in het vliegtuig zitten, of door een winkelcentrum lopen, want de mensheid valt bij bosjes neer zo in het dagelijks leven.
Statistisch gezien zit er altijd wel een arts in een vliegtuig, vertelde Cas. Alle medische benodigdheden voor een noodgeval zijn in elk toestel aanwezig, de arts op dat moment van dienst hoeft zicht alleen nog maar te melden na een oproepje van de piloot. Op intercontinentale vluchten dan. In Europa wordt gewoon het dichtstbijzijnde vliegveld opgezocht voor een noodlanding. Zo heeft Cas een keer een vliegtuig laten landen in Parijs en dat was maar goed ook, want anders was er een vrouw overleden aan een hartinfarct.

Jeroen en Gijs

Maar nu liggen we op het strand in Torette, waar veel mannen nog in speedo’s paraderen, Afrikanen heen en weer sjouwen met zonnebrillen en prullaria en er op een gegeven moment zelfs twee mannen met harpoen de zee in duiken om te gaan vissen. Jeroen heeft net een Pokémon gevangen, maar ook eentje niet en daar baalde hij flink van. Z’n broertje Gijs (8, maar bijna 9 hoor), komt met een Heremietkreeftje in z’n hand aangelopen. ’s Ochtends had hij al zin om naar het strand te gaan. Een echt zandstrand, met in het ondiepe water van die ribbeltjes die zo fijn zijn voor je voeten en niet echt hoge golven maar soms toch. Bal mee, nog een bal mee, het waterijsje in gedachten al besteld en na ingesmeerd te zijn door mama het zand en het water in.
Als ik naar m’n twee neefjes kijk, zie ik vaak m’n broer en mezelf terug. Qua uiterlijk soms één op één, qua karakter af en toe en wat betreft het gedrag onderling weer helemaal. ‘Ja, dat zien wij ook wel’, zeiden oom en tante toen ik het ze vertelde.
En zo zat ik een middagje naar mijn eigen jeugd te kijken. Ze kwamen aangelopen met krabjes en een handvol schelpen. Er werd gevoetbald, overgegooid in het water en gezwommen. En met rooddoorlopen oogjes van het zoute water keken ze naar alle ijsjes in de vriezer waarvan ze er eentje uit mochten kiezen.

 

No more articles