Het plan was vandaag om nog een keer over Verona te schrijven. Dat de stad meer is dan alleen Romeo en Julia. Over de fijne sfeer, ondanks dat het er best vol kan zitten met toeristen op bepaalde plekken. Over de opera bijvoorbeeld, die in de open lucht wordt gehouden in de Romeinse arena midden in het centrum. Of over het Castelvecchio, het oude kasteel dat nu een museum is. Daar werden vorig jaar een handvol hele dure en bijzondere werken gestolen. Na een internationale zoektocht doken ze op in een bos in Oekraïne. En daar waren ze in Verona zo blij mee, dat ze pardoes besloten om alle Oekraïners vanaf dat moment gratis toegang te geven tot het museum.
Maar dit Veronese niemendalletje werd overschaduwd door iets waar je misschien wel op kon wachten als je tien weken lang door Europa reist: pech. Autopech. Geen rokende motor langs de kant van de weg, of een lekke band. Niks acuut of levensbedreigend. Olieprobleempje, dat zich de afgelopen twee weken voorzichtig aandiende en nu dusdanig serieus begon te worden dat pappen en nathouden geen zin meer heeft. Op een gegeven moment lekte er meer olie dan dat er in de auto bleef, en dat is in principe voor niemand goed.
Dus zochten we een garage op.

Manuel

Dat deden we in Innsbruck, na uitvoerig overleg met Camptoo. Die zochten een Volkswagen servicepunt op, belden met een stuk of tien garages of er plek zou zijn voor een eventuele reparatie en drukten ons op het hart om vooral voorzichtig te rijden. Geen gekke dingen doen, alles goed in de gaten houden, heelhuids aankomen, dat soort dingen. Daar konden we ons prima in vinden.
In Innsbruck reden we de auto het servicepunt binnen. Daar wisten ze wel van wanten. Zonder vragen of voorstellen werd de motorkap opengeklapt en binnen no-time stonden er drie mannen met lampen in en rond de motor te kijken.
Als je zelf geen verstand hebt van auto’s, is er geen moment dat je je zinlozer voelt dan wanneer je naast mensen staat die zich eens over je auto buigen. Na een minuut of tien doorbrak ik de stilte maar. ‘Und?’
Nou, und, und, het zag er dus allemaal niet zo best uit. Iets met de radiator die olie lekt. Spanje, zeiden de monteurs, gingen we nooit redden. Repareren zou kunnen ergens in het midden van volgende week, en voor minimaal vijfhonderd euro. En dan waren er nog de banden. Die zagen er ook niet echt meer uit. Slijtage. Oppassen met rijden op een nat wegdek, dat kan nog wel eens gevaarlijke situaties opleveren.
Manuel (20), de enige monteur die Engels sprak, vroeg wat we met de situatie wilden. We kaatsten hem de vraag terug. Wat zou hij doen?
‘Spanje’, zei Manuel, ‘uitgesloten. Maar Nederland is te doen. Moet je de auto wel meteen naar een garage rijden. En dan ben je ter plekke waarschijnlijk nog een stuk goedkoper uit dan bij ons servicepunt. Hij had nog een tip: Innsbruck op vrijdagavond, hartstikke leuk.

Wending

Dus krijgt de zomerblog een behoorlijke wending. Normaalgesproken zouden we nu aankomen op Caravan Park Sexten, ergens midden in de Dolomieten. De mooiste bergen van Europa, rotsig en puntig, met fijn Italiaans eten en frisse buitenlucht. Daarna een paar dagen Zillertal, om wat vrijwilligerswerk te doen in de bergen daar. En dan via Liechtenstein, Zwitserland, Frankrijk en Andorra naar Spanje. Maar we zitten in Innsbruck met een zieke auto en kunnen aan een plan gaan zitten om zo rustig mogelijk naar huis te rijden. Hoe we de bus uiteindelijk in op z’n bestemming in Alicante krijgen, daar wordt nu druk aan gewerkt. Met een tussenstop in Nederland in ieder geval. Schijnt ook een fijn vakantieland te zijn.

No more articles