De eerste keer dat ik deze zomertrip met mijn pas aangeschafte drone vloog, was in Kopenhagen. De regels omtrent een drone vliegen in met name een stad, had ik wel redelijk in m’n hoofd. Minstens honderdvijftig meter uit de buurt van mensen, of honderd. Iets in die richting. Niet bij overheidsgebouwen of in de buurt van militair terrein.
We vonden iets wat op een park leek, aan het water. In ieder geval met weinig mensen in de buurt. Ik vloog nog wat onwennig. Binnen vijf minuten kwam er een militair onze kant op lopen. Dit bleek een kazerne. Militair terrein. Daar kun je dus geen drone vliegen, meneer. We maakten al aanstalten om in te pakken en weg te gaan, maar zo makkelijk ging dat niet. Sergeant erbij, paspoorten werden gecontroleerd, er werden wat aantekeningen gemaakt, en uiteindelijk konden we gaan.
In Zweden vloog ik m’n drone in een boom. Je moet ook niet midden in een bos gaan vliegen, ook al staat er een grote ufo.
In Graz vloog ik m’n drone tegen een glazen deur. Je moet ook niet midden in een penthouse vliegen, ook al lijkt dat een prima idee.
In het zuiden van Oostenrijk, op boerderij het Zehenthof, zorgde de drone voor een boel bewonderende blikken. Veel mensen hadden zo’n ding nog nooit van dichtbij gezien. Ze wilden er alles over weten. Sommigen wilden er zelfs mee op de foto. Die gingen naast de drone gehurkt op de grond zitten met hun duim omhoog.

Altijd aandacht

Feit is, een drone trekt de aandacht. Veel mensen vinden het reuze interessant, zo’n vliegende camera. Die komen naast je staan en turen mee op het schermpje. Soms staat er ineens een groepje van tien, twintig mensen om je heen. Anderen vinden het helemaal niks. Die kijken je boos aan, of vragen of je alsjeblieft ergens anders met dat ding kan gaan spelen. Of die hopen stilletjes dat je die drone te pletter vliegt, of het water in.
In Macedonië, aan het meer van Ohrid, vlogen we een kwartier lang voor een filmpje op het water. Tien minuten nadat we klaar waren, scheerde een legerhelikopter rakelings langs en over de camping waar we stonden. ‘Toeval of niet?’, vroegen we ons af.
Hoe meer risico, hoe mooier het shot, doorgaans. Twee vissers op de Traunsee in Oostenrijk balden hun vuisten van boosheid, toen op een meter of drie boven hun hoofden ineens een raar apparaat voorbij kwam vliegen. Ook daar vloog een politiehelikopter boven het meer, die de drone ongetwijfeld hadden gezien. Toeval of niet?
Maar de beelden zijn waanzinnig. En bij de Almsee, in het Oostenrijkse Almtal, kwam de investering voor het eerst echt volledig tot z’n recht. De Almsee is nog niet zo geciviliseerd als menig meer in deze regio. Van veel kanten kun je zelfs niet eens in de buurt van het water komen. Het beste perspectief voor een foto is onmogelijk te bereiken. Tenzij je een drone hebt. Dan zie je én het heldere water, en de ruige, rotsachtige bergen op de achtergrond. Vanaf een meter of honderd in de lucht ziet de wereld er vaak een stuk mooier uit.