Highway 163 ligt er verlaten bij, op een Belgisch koppeltje na dat even halt houdt om van het uitzicht te genieten. Aan de einder doemen de rode rotsen van Monument Valley op als een vurige luchtspiegeling, wanneer plots een stuk tuimelkruid over het asfalt rolt. “Dat deuntje van Ennio Moricone zou nu wel toepasselijk zijn”, zegt mijn vrouw. Ik knik. Gewapend met een geladen Nikon en zo’n 300 paardenkracht onder de motorkap rijden we even later de ondergaande zon en het westerncliché tegemoet.

Voor de meeste Belgen speelt een roadtrip door het westen van de Verenigde Staten zich voornamelijk af in de staat California, met Las Vegas en de Grand Canyon als verplichte nummertjes over de grens. Begrijpelijk, want California heeft met hippe steden als Los Angeles en San Francisco, nationaalparken als Yosemite en Joshua Tree, een fantastisch klimaat en ongelooflijk gevarieerde landschappen alles te bieden dat een reiziger zich kan wensen. En toch… wie zich de moeite neemt om even over de staatsgrenzen heen te kijken, zal – toch zeker in het geval van Arizona – getrakteerd worden op een essentieel stuk Amerika. Dat van Route 66, van het Wilde Westen van Sergio Leone en Clint Eastwood, van Hopi- en Navajo-Indianen en van ’s werelds meest ongelooflijke natuurwonderen. En hoewel het woestijnlandschap van de Grand Canyonstaat bijzonder divers is, heeft Arizona – en dan vooral het noordelijk deel van de staat – een duidelijk thema: rood. Van de diepe kloven van de Grand Canyon tot de rotsformaties in Sedona en Monument Valley, zet de zon het landschap dagelijks in vuur en vlam.

Bij het binnenrijden van Sedona werd het ons meteen duidelijk. Een mooiere setting, met al die rode rotsen en fantastische vergezichten, konden we ons niet voorstellen. De slagzin van VisitSedona, de toeristische dienst van de stad, leek plots niet meer zo belachelijk pocherig: Sedona, the most beautiful place on earth. Tot onze verbazing hadden ze gewoon gelijk.

Pocherig motto

Na een rit van een dikke zes uur vanuit Palm Springs komen we eindelijk aan in Sedona, voor Europeanen een nog goed bewaard geheim in het midden van ‘Red Rock Country’, maar voor Amerikanen een populair toevluchtsoord voor geliefden, liefhebbers van de outdoors en overjaarse hippies. Iedereen die we in Los Angeles en Palm Springs vertelden over onze reisplannen, hield even de adem in bij het horen van de naam Sedona. Het zou er prachtig, puur en energetisch zijn en we zouden zeker de kapel op de rots en de ‘vortexen’ moeten bezoeken. We waren ondertussen wel erg benieuwd geworden naar deze geheimzinnige en voor oude Indianen heilige plek, die jaarlijks drie miljoen toeristen trekt (ter vergelijking: de Grand Canyon krijgt elk jaar vijf miljoen bezoekers over de vloer). Bij het binnenrijden van Sedona werd het ons meteen duidelijk. Een mooiere setting, met al die rode rotsen en fantastische vergezichten, konden we ons niet voorstellen. De slagzin van VisitSedona, de toeristische dienst van de stad, leek plots niet meer zo belachelijk pocherig: Sedona, the most beautiful place on earth. Tot onze verbazing hadden ze gewoon gelijk. “Sedona trekt vier soorten toeristen aan”, vertelt Kegn Hall, de jonge pr-dame van de stad. “Eerst en vooral staan we bekend om onze outdoor activiteiten, zoals hiken, mountainbiken en rotsklimmen. Daarnaast zijn er heel wat wellnessmogelijkheden in Sedona (aanrader: A Spa for You, red.). Ook voor kunst en cultuur komen toeristen van heinde en ver. Zo hebben we tachtig kunstgalerijen in de stad en organiseren we elk jaar een tiental culturele evenementen. Tot slot zijn er onze spirituele toeristen die hierheen trekken voor persoonlijke verrijking. Die gaan op zoek naar de vier ‘vortexen’, energiehotspots die gevoeld en beleefd kunnen worden door hen die ervoor open staan. Daarom zijn er in Sedona ook veel centra voor yoga en meditatie, handlezers en andere metafysische experts.”

Op zoek naar het energieveld

Om te controleren hoe het met onze spirituele gezondheid gesteld is, brengen we meteen een bezoekje aan de Airport Vortex, handig gelegen naast het kleine vliegveld van Sedona. Het is even een klim naar boven, maar dan slaat de schoonheid van de omgeving ons genadeloos in het gezicht. We wandelen naar de plek waar volgens vortexspecialisten op het internet het energieveld moet zijn, maar veel voelen we niet. Behalve de hitte van de zon en de dankbaarheid voor zo’n fantastisch uitzicht. Per vergissing laat ik mijn zoomlens uit mijn handen glippen en zie het dure speelgoed het rode ravijn in donderen. Ik sta erbij en kijk ernaar, zonder verwensingen te uiten of op de grond te stampen. Werkt die vortex dan toch? Afijn, met een zware lens minder in de rugzak zetten we koers richting de ‘Chapel of the Holy Cross’, een katholieke kapel die in de jaren vijftig tussen de rotsen neergepoot werd en anno 2016 één van de belangrijkste toeristische trekpleisters van Sedona is. De opvallende kapel werd door architect en beeldhouwer Marguerite Brunswig Staude besteld, een leerling van Frank Lloyd Wright die haar inspiratie haalde bij het Empire State Building. De overeenkomst is niet meteen opvallend, maar naar mijn bescheiden mening heeft het te maken met het indrukwekkende uitzicht dat beide bouwwerken bieden.

“Voor jonge mensen valt hier weinig te beleven.” Ik herinner me plots weer de woorden van Kegn en het valt me nu inderdaad pas op hoe hard ik – met mijn bijna 35 jaar oud – de gemiddelde leeftijd naar beneden trek. Niet alleen aan het kapelletje, maar ook in het centrum van de stad krioelt het van de stugge senioren met wandelschoenen en -stokken. Pas tijdens onze lunch bij Chocolatree, een zelfverklaarde organische oase, komen we in contact met jongeren. Nippend aan een bionade en smullend van een superfoodsalade (aanrader!) tikken de hippie-hipsters beheerst op de klavieren van hun Macbooks. Wij doen gezellig mee. Op anderhalve week tijd in de Verenigde Staten is dit onze eerste echt gezonde maaltijd. En we kunnen de kracht goed gebruiken voor onze volgende bestemming: de Grand Canyon.

Omdat een toegangsticket tot het park zeven dagen geldig is en we rond 16 uur aankomen, pikken we nog even de zonsondergang boven ’s werelds grootste kloof mee. We parkeren onze Jeep Grand Cherokee – we blijven immers in het Indianenthema – in Grand Canyon Village en springen op de rode bus richting Hopi Point, volgens een park ranger de beste plek om de zon te zien ondergaan.

Behoorlijk grand

In Sedona verkopen ze een bezoek naar de Grand Canyon graag als een daguitstap, zodat je als toerist ’s avonds weer eet en slaapt in Sedona en zo de toeristische kas spijst. Maar twee uur heen en twee uur terug lijkt ons toch wat te veel van het goede. Bovendien moeten we ’s anderendaags weer ‘on the road’, naar Monument Valley. We besluiten in Tusayan te overnachten, op enkele kilometers buiten het Grand Canyon National Park. Omdat een toegangsticket tot het park zeven dagen geldig is en we rond 16 uur aankomen, pikken we nog even de zonsondergang boven ’s werelds grootste kloof mee. We parkeren onze Jeep Grand Cherokee – we blijven immers in het Indianenthema – in Grand Canyon Village en springen op de rode bus richting Hopi Point, volgens een park ranger de beste plek om de zon te zien ondergaan. Eenmaal oog in oog met de Grand Canyon valt mijn mond open van verbazing. Behoorlijk grand, deze canyon! Mijn vrouw slaakt ook een gil, maar om een andere reden. Op de rand van de Grand Canyon zitten tientallen, zoniet honderden mensen, gevaarlijk dicht bij de afgrond. Een verkeerde beweging en ze duikelen de kloof in om vereeuwigd te worden in het park. Gemiddeld vallen hier jaarlijks dan ook twaalf doden. Een bescheiden cijfer als ik de waaghalzen aan het werk zie.

Wilde Westen

De dag erna staan we vroeg op om onze roadtrip verder te zetten. De weg naar Monument Valley leidt ons dit keer door de oostelijke kant van het park, waar het uitzicht zo niet nog mooier is. Via route 64 (die een heel stuk langs de Canyon meandert), route 89, 160 en 163 krijgen we – drie uur nadat we de Grand Canyon vaarwel hebben gezegd – de monumenten in zicht waar ik al sinds ‘Back to the Future III’ (of voor de oudere lezers: Once Upon A Time In The West) van droomde. Monument Valley, met haar karakteristieke rode kleur en gigantische zandsteenformaties, is voor mij het Wilde Westen in een notendop, maar doet vanuit een bepaalde hoek ook wel wat aan een Marslandschap denken. De meeste monumenten liggen gegroepeerd in het Monument Valley Tribal Park, dat beheerd wordt door Navajo-Indianen. Zij bouwden hier bovendien een vrij simpel hotel dat The View gedoopt werd. Alle kamers bieden immers een ronduit spectaculair uitzicht op onder andere Elephant Butte, Camel Butte, Three Sisters en Rain God Mesa. Veel valt er in de buurt niet te beleven, buiten een avontuurlijke rondrit met de auto tussen de monumenten en over de zandweggetjes. Onze 4×4 lijkt plots geen overbodige luxe meer.

Op zich is Page weinig bijzonder. Het ontstond in 1957 als een tijdelijke plaats voor de arbeiders die aan de Glen Canyon Dam werkten. Maar in de directe omgeving van het uit de kluiten gewassen dorp liggen twee natuurfenomenen die een must zijn op ieders roadtrip in Arizona: de Horseshoe Bend en de Antelope Canyon.

Hoogtevrees

Eén nacht in Monument Valley is genoeg om de innerlijke Lucky Luke uit je systeem te krijgen, maar voor Page, onze laatste stop, kunnen twee of meerdere dagen absoluut geen kwaad. Dit stadje ligt aan Lake Powell, een kunstmatig meer op de grens tussen Arizona en Utah. Op zich is Page weinig bijzonder. Het ontstond in 1957 als een tijdelijke plaats voor de arbeiders die aan de Glen Canyon Dam werkten. Maar in de directe omgeving van het uit de kluiten gewassen dorp liggen twee natuurfenomenen die een must zijn op ieders roadtrip in Arizona: de Horseshoe Bend en de Antelope Canyon. Die eerste is een hoefijzervormige bocht in de Coloradorivier. Ook dit is zo’n plek waar je enorm moet opletten om niet de 180 meter diepe afgrond in te storten, zoals een 32-jarige Griekse toerist in 2010 deed. Hekjes staan er nog steeds nergens, dus opgelet wanneer u uzelf middels een selfiestick op foto probeert te vereeuwigen. Voor de hoogtevreeslijders is Antelope Canyon ongetwijfeld de betere keuze. Hier loopt u op de bodem van de canyon om te genieten van de opmerkelijke figuren die het water en de wind in de loop van de eeuwigheid hebben gebeiteld.

Na vier stops op een kleine week is het ons wel duidelijk: Arizona is een staat van extreme schoonheid. Een ode aan de woestijn en de haar vele schitterende facetten.


Zelf gaan?

Een huurwagen is absoluut onontbeerlijk in Arizona. Wij huurden onze Jeep Grand Cherokee via Sunny Cars (www.sunnycars.be).

Sedona ligt op twee uur rijden van de luchthaven van Phoenix, op vier uur van Las Vegas en op zo’n zeven uur van Los Angeles.

Wij sliepen in Sedona in het Amara Resort & Spa, een viersterrenhotel in het centrum van Sedona dat een prachtig zicht biedt op de rode rotsen. Prijzen vanaf 184 dollar per nacht. Info: www.amararesort.com.

Een aanrader voor fijnproevers is het nieuwe restaurant Mariposa. Liefhebbers van bio en raw food kunnen dan weer terecht in ChocolaTree Organic Oasis. Wie in Sedona op zoek is naar wellness, kan terecht bij A Spa for You, dat gerund wordt door de Nederlandse Thea Draaisma.

Toegang tot het Grand Canyon National Park kost 30 dollar per wagen. Voor Monument Valley is dat 20 dollar. Overnachten in The View Hotel, het enige hotel in het park zelf kan al vanaf 109 dollar per nacht. Wie in het Grand Canyon National park zelf wil slapen, boekt best ruim op voorhand. Net buiten het park staan er wel nog heel wat hotels in Tusayan.